logo-fietssite

37e etappe
Sandefjord – Langesund  56 km. + bootroutebord noorwegen link naar fotoalbum

Zondag 15 juni 2003.
Eerst zonnig en warm, 22°C, later regen, ´s avonds weer zonnig. Matige wind, weet niet uit welke richting.

Even wennen – na het meest uitvoerige ontbijtbuffet dat ik ooit heb meegemaakt – aan de Noorse bordjes. Soms is het even zoeken. Het terrein is veel geaccidenteerder dan in Zweden. Het routeboekje (Sykkelguide) is goed gedetailleerd en wat een drukke weg moet zijn is op deze zondagochtend heel rustig, tenminste tot Larvik. We missen bijna de historische Vikingplaats Kaupang, maar dat komt omdat er helemaal niets staat aangegeven. Er staan een paar tenten, maar die zijn dicht. Verder is het kaal. Kaupang heeft maar ruim een eeuw bestaan: van 780 tot begin 10e eeuw. Maar was toen wel de eerste stad van Noorwegen met ruim 1000 inwoners. Begin 21e eeuw zijn er opgravingen geweest. (http://www.kaupang.uio.no/eng/index.html) Toch een wonderlijk idee dat vanuit deze onaanzienlijke plek de Vikingen de hele wereld zijn overgegaan.
De route is echt met liefde uitgezet. In Larvik worden we door een park en pal langs de haven geleid. Er ligt een klein strandje waar het op deze zonnige zondag tamelijk druk is. Wat ook opvalt is dat er veel meer gefietst wordt dan in Zweden. Hele groepen zien we fietsen. Wel allemaal op mountainbikeachtige fietsen. Larvik is de stad van Thor Heyerdahl, wiens boeken (de Kon-Tiki expeditie o.a.) ik als kind verslonden heb. We passeren ook zijn standbeeld.
De weg van Larvik naar Stavern is druk, maar het is inmiddels ook al 12.00 uur geweest. In Stavern – een kunstenaarsdorp volgens het boekje, maar daar merken we weinig van – eten we een broodje op een terras. Van Stavern naar Nevlingshavn (we volgen de officiële route, dus de lange route naar Helgeroa) is aanvankelijk erg druk, maar wel heel mooi. Wanneer we van het asfalt afgaan, komen we dicht langs de zee. Trouwens een goed begaanbaar pad. In Helgeroa aangekomen is het aan de haven vergeefs zoeken naar de veerboot naar Langesund. Er staat geen enkel bord. In een snackbar vertellen ze ons dat hij nog niet gaat, maar dat we wel een taxiboot kunnen bellen. Ik krijg eerst iemand aan de lijn die geen Engels praat, maar na enig heen en weer spreken in Noors en Engels komt er iemand anders aan de lijn die zegt dat de taxiboot niet beschikbaar is tot half vijf, en dat de veerboot wel gaat, namelijk om 5 uur. We besluiten tot 5 uur te wachten. Het is inmiddels gaan regenen. We bestellen iets te drinken. Er komen ook twee Duitse fietsers aan die ook met de boot mee willen. En inderdaad komt om half vijf de veerboot aan. Een bijzondere boot, oud, met een vader die vaart (en goed ook) en een zoon die de touwen om de bakens slaat en geld int met zo´n ouderwetse tas met drukknopen aan de voorkant waar de munten uitrollen. (Zo´n tas die mijn opa ook omhad, als conducteur op de tram van de RET in Rotterdam). De veerboot vaart tussen de eilanden door, meest bulten, maar veel bewoond – tenminste er staan veel huizen. Later horen we dat de Noren hier veel tweede huizen bezitten. De boot brengt ook boodschappen rond en meert pal voor huizen aan en manoeuvreert fantastisch tussen de nauwe spleten door. Een belevenis. We besluiten in Langesund – waar in tegenstelling tot Helgeroa de veerboot met tijden uitvoerig staat aangegeven – een hotel te zoeken. Even lekker doorwarmen. En het dagboek goed bijwerken. Tot onze vreugde is er een gratis internetaansluiting. Dus onze eerste mail aan vrienden en familie verstuurd.

Dit deel van Noorwegen is vol huizen. Zelfs op de kleinste eilanden staan (zomer) huizen.

 

38e etappe
Langesund – Risør 78 km en twee boten

Maandag 16 juni 2003
Zonnig en tamelijk warm 25°C. zwakke wind.

Vanuit het hotel meteen de route weer opgenomen. Het zou een dag worden met veel klimmen en dalen. Soms zijn de hellingen te steil > 11° en dan moeten er stukjes gelopen worden.
We klimmen Langesund uit en bij Ris moet een grindpad van 4 km genomen worden. Dat blijkt met onze beladen fietsen te steil en te grinderig. Het is wel een mooie route dwars door het bos. De afdalingen (2x) zijn ook zo steil dat de Noren er waarschuwingen bij hebben gezet (“brikkebakken”). Daarna komt er wel weer een asfaltweg, maar het blijft op en neer gaan.
In Valle kunnen we een taxiboot nemen naar Jomfruland. Een prachtig klein eiland voor de kust, met vuurtoren en veel vogels.  Maar we besluiten te fietsen, want anders varen we alleen maar. Nou dat hebben we geweten. Vlak bij Kragerø geeft de route een detour langs een waterwerk. En dat doen we natuurlijk ook. Om in Kragerø te komen moeten we een echte bergrug over. Kragerø is een klein toeristisch plaatsje We passeren een huisje met posters van Münch en ook – een beetje kitserig – zijn standbeeld op een uitkijkpost, vanwaar hij een schilderij maakte. Bij de veerboot aangekomen staat daar weer de Zwitserse fietser, die we ook al tegen gekomen zijn in Valle bij de supermarkt. Hij heeft al gevraagd hoe laat hij gaat, en dat is over een kwartier (15.45 uur). We besluiten om hem te nemen en toeristisch Kragerø te laten voor wat het is. De veerboot – varen door de fjorden blijft een belevenis – brengt ons in 20 minuten in Stabbestad. De Zwitser gaat naar Portør, een klein schiereilandje, 4,5 km van de route af. Wij fietsen door naar een hotelletje in Oysang. Ook al is dat nog 20 km verder. Maar de weg is redelijk en soms zelfs lieflijk te noemen. Het hotel dat we op het oog hebben “Jegertunet Hotel” is wel open, maar neemt geen gasten voor één nacht. De dame achter de receptie is een beetje verlegen met ons. We vragen of de veerboot naar Risør gaat. Maar daar is het al te laat voor. Een taxiboot gaat wel en zij biedt aan die voor ons te bellen. Om half zeven (het is op dat moment 5 voor 6) ligt hij aan de haven van Øysang. Dat is tien minuten fietsen. Bij het haventje ontmoeten we twee Noren die net uit een bootje stappen. Ze vragen waar we heengaan. Vervolgens gaat de mevrouw opnoemen waar we vooral naar moeten gaan kijken. Oh jee, Jomfraland zijn we al voorbij, maar Lyngør moeten we beslist gaan bekijken. En in Risør zijn scheepswoningen – wel duur – maar daar moeten we overnachten. Ze heeft een folder in haar auto liggen.
De boot komt en brengt ons in 20 minuten naar Risør, dat inderdaad zoals het boekje zegt, als een witte stad tegen de bergen aanligt. Het Risør Hotel, niet wit, maar donkerrood, heeft nog een kamer met uitzicht op zee. In het restaurant loopt de bediening mis, doordat er een gezelschap tegelijkertijd met ons binnenkomt. Maar vanwege het lange wachten krijgen we een kopje koffie gratis.

 

39e etappe
Risør – Arendal 77 km.

Dinsdag 17 juni 2003.
Zonnig, iets minder warm en weinig wind.

Vroeg weg vanochtend, om 5 over acht zitten we op de fiets. Maar de etappe valt mee. Of misschien wennen we wel aan al het stijgen en dalen. In het begin na Risør – dat er in de ochtendzon blinkend wit uitziet – komen er wel een aantal bulten. Maar het is steil omhoog en vaak meteen weer omlaag. Bij de meren, en er liggen er hier nogal wat, is het steevast ook dalen tot waterniveau en dan weer omhoog.
We missen de winkel in Laget, maar zijn op tijd in Tvedestrand (ong. 11.15 uur) om daar inkopen te doen. Tvedestrand ligt als een halve cirkel op de kop van de Sandøyfjorden tegen de bergen aangebouwd. Na een tunnel worden we via een oude weg, geplaveid met kinderkoppen, het stadje ingeleid.
Via de 410 weg gaat het redelijk snel naar Kilsund, via een hoge brug het fjord over, waar we naast het benzinestation aan een rommelige picknicktafel een broodje eten. De benzinebaas is het houtwerk van zijn pand vanaf het platte dak aan het schoonmaken. Na Kilsund gaat de tour door een landelijk dal, voordat hij via weer zo´n hoge brug het eiland Flosta verlaat en weer op de 410 weg uitkomt. Ietsje verderop wordt weer een kleine omweg gemaakt, maar toen hebben we ervoor gekozen om die 2 kilometer maar gewoon over de weg door te rijden. Vanaf Saltrød wordt de weg heel druk. Er is geen aparte strook voor voetgangers / fietsers, noch een vluchtstrook Op een gegeven moment heeft Jan vier auto´s achter zich die niet durven te passeren.
In de nabijheid van Arendal is er gelukkig een aparte strook. De drukke 420 loopt door Arendal heen. Er is een tunnel gemaakt, maar daar mogen wij als fietsers niet in. We rijden wat waarschijnlijk de oude weg is om de tunnel heen en worden verwelkomd door en snerpend gekrijs van de meeuwen, omdat een jong uit het nest gevallen is en nu langs de rots hipt. We fietsten door het oude centrum, dat ook in deze plaats aan het water ligt. Hier naast plezierjachten ook grotere boten en industrie aan het water. Twee toerfietsers hebben in de winkelstraat een bank in beslag genomen en hebben hun spullen voor zich uitgestald. Eén zit te lezen. Het ziet er relaxed uit. De stad uit gaat via een aparte fietsroute onderlangs. Tot de camping heeft de 420 een apart fietspad.
De camping ligt aan de weg en aan het water (Gatesand). Hij is klein en er staan nog maar een paar gasten. Maar het restaurantje, dat ook klanten trekt van de watersport, is open en heeft een jonge enthousiaste serveerster, die de hele menukaart voor ons in het engels vertaalt (ananas = pineapple)

 

40e etappe
Arendal – Lillesand 38 km

Woensdag 18 juni 2003.
Zonnig, droog, niet zo warm, zwakke wind.

We hadden zulke grote plannen! Van Arendal naar Kristiansand. Maar we zijn maar tot Lillesand gekomen. Het zeer heuvelige grindpad van Grimstad naar Lillesand nekte ons. Het weer was goed, daar lag het niet aan. De weg naar Grimstad makkelijk, een fietspad naast de weg. Met een prachtige kerk  in Fjære met delen uit de 17e eeuw en schilderingen uit de 18e.
(http://www.reuber-norwegen.de/AustAgder/FramesFylkerAustAgderGrimstadHighlightsKirchenFjaere.html) en Grimstad – de stad van Ibsen – was ook schoon. Witte houten huizen, mooi marktplein met lekker kopje koffie. Bij het kerkje van Landvik, een vriendelijk kruisvormig houten kerkje uit de 19e eeuw met een simpele blauwe beschildering van binnen (en een heerlijk schone WC) even gepauzeerd. Daarna begon het pas echt, de Vestlandse Hovedvei of wel de Westelijke Hoofdweg, een weg uit de 19e eeuw. Nu in ere hersteld. Hij is van grind met zeer scherpe stijgingen en dalingen, 8,5 km lang. Het merendeel moest gelopen worden, en vooral op is dat hard duwen geblazen. De weg loopt door een bosgebied met enkele boerderijen erlangs. De laatste twee kilometer toch maar de grote weg genomen. Laatste stuk tot Lillesand ging goed, fietspad langs de weg. Lillesand heeft een camping aan het begin van het plaatsje, met weitjes aan beide zijden van de weg. Het is pas half drie, maar we blijven hier om de vermoeide spieren even rust te gunnen.  Naar het dorpje gelopen. Aardige witte huizen met bloemen en een aardige pizzeria Toscana. We bekijken de haven. De boot door de Blindleia naar Kristiansand vaart pas vanaf 23 juni. Jammer dat was een mooie tocht geweest.
´s Avonds eten we in de pizzeria. De ober is een Tunesier, die al 17 jaar in Noorwegen woont en werkt. Het is nu nog rustig, maar in het seizoen – en dat begint over twee weken – zit de zaak vol. Dat wil ik wel geloven. De pizza´s zijn heerlijk en ook nog lekkere wijn.

 

41e etappe
Lillesand – Kristiansand 60 km.

Donderdag 19 juni 2003.
Zonnig met een enkele drup, maar kouder, 15-18°C. Soms aardige wind.

Rustige tocht met weinig moeilijkheden.  Mooie tamelijk vlakke weg naar Birkeland, ook tamelijk rustig. Even voorbij Birkeland de 1000jarige eik bekeken. Mollestadeika. De eik staat tussen boerderijen, midden in de akkers. De boeren hebben er een pad naartoe gemaakt. En je kan kopjes, kaarten en wandbordjes kopen bij de twee boerderijen.  De eik zou er allang niet meer staan als er niet een soort bijgeloof om heen zou zijn. Als de eik zou sterven zou het met de boeren ook niet goed gaan.
De weg loopt aan de westelijke kant van de stroom Tpopdalselva, de grote weg loopt oostelijk. Deze weg kent iets meer stijgingen en dalingen, maar allemaal goed te doen. Na Hamresanden gaan we via een “fietsweg” naar Kristiansand. En die begint meteen weer met een enorme helling. Lopen dus. Daarna komen er een aantal fietspaden en wegen die naar de grote brug over de Topdalsfjorden leidt. We waaien de brug over. Door een misverstand van mij rijden we naar de verkeerde camping. Het is een soort parkeerterrein op de landtong Tangen en alleen bedoeld voor campers. We moeten naar de andere kant van het water de Otra zijn. Daar is een aardige natuurlijke camping. Gras, bomen en rotsblokken. Het is half vier als de tent staat. We gaan terug naar Kristiansand om de vesting Christiansholm te bekijken. En ook Fiskebrygga, dat staat aanbevolen als “nieuw voetgangersgebied”. Fiskebrygga is een soort entrepot zoals op de kop van Zuid in Rotterdam, met restaurants en winkels in historische houten gebouwen rond en haventje. Maar het loopt beter dan het Entrepotdok in Rotterdam. Het is er tamelijk druk. En ondanks de kou zit iedereen buiten. Er liggen plaids en de “heater” gaat aan.

 

42e etappe
Kristiansand – Mandal  71 km.

Vrijdag 20 juni 2003.
Ochtend tamelijk koud 15°C. bewolkt, later zon en warmer, stevige westenwind, die we zo nu en dan fiks tegen hebben.

 

Half negen vertrokken, dwars door Kristiansand, een heel planmatig carrévormig opgezette stad. Langs de kathedraal die aan een groot plein ligt. Zo vroeg is de gemeentereiniging en plantsoenendienst al bezig om het plein schoon te spuiten en het gras van de gazons te maaien. Er staat geen enkel fietsbordje meer, maar met behulp van de plattegrond in het boekje vinden we heel makkelijk de route naar de “gamle postveien”. Ik ben zo benauwd dat we weer zo´n slecht grinderig stuk zullen treffen, dat ik het boekje verkeerd lees. Er staat een bordje, maar ik lees “privat vei”, in plaats van “postvei”. Een enorme klim over asfalt brengt ons vervolgens in een buitenwijk van Kristiansand. Gauw teruggegaan, gelukkig gaat dalen snel, en de goede weg opgepikt. Een klim – eerst over asfalt – daarna over grind, door een mooi bos naar de Kvislevann (een meer op hoogte, 125 m), waar de weg door het meer is gelegd. Een stuk afdalen brengt ons terug bij de E39 en een enorme supermarkt. Gauw inkopen gedaan en een kopje koffie gedronken.
Dan volgt een rustige weg met niet veel stijgen en dalen naar Åros en dan begint het op en neer weer in volle hevigheid. Maar er zijn wel spectaculaire uitzichten. Torvesanden, een piepklein strandje met speelweide. Trysfjorden met turquoise water. Halmark met zijn fraaie kerkje en de weg langs Tregde pal langs het water van de Noordzee met al zijn eilandjes en bultjes. De kleine omweg over het grind bij Kige hebben we overgeslagen, de weg rijdt prima. Via een fietspad in de buurt van de E39 bereiken we Mandal. De E39 gaat de eerste brug over, wij de tweede en rijden door naar Sjøsanden, een tamelijk groot zandstrand met een camping/vakantiekamp erbij. Het lijkt alsof dit strand privé-eigendom is van de camping. Een vader is met zijn zoon alle takken en ander vuil aan het verzamelen in vuilniszakken. Op de camping komen we ook de Zwitser weer tegen. Hij vindt de weg erg zwaar en is “müde”. Maar hij heeft ons toch maar weer ingehaald. Morgen blijft hij hier. Een jonge Duitser spreekt ons aan. Hij komt van het noorden en gaat richting Sandefjord. Hij vindt de route erg zwaar, veel op en neer. Hij heeft een hoogtemeter, soms gaat tot 300m en dan weer naar 0 en dan weer even steil omhoog. Het blijft dus ploeteren de komende dagen.

 

43e etappe
Mandal – Lyngdal 50 km.

Zaterdag 21 juni 2003.
Zonnig, aanvankelijk koud 15°C. later warmer. Matige tot sterke westenwind. Die hadden we soms pal tegen.

Om half negen weg. De Zwitser is nog in diepe rust. Logisch hij heeft een dagje vrij vandaag. Vandaag gaan de Noren op vakantie. In Mandal wordt dat uitgebreid gevierd met een muziekcorpsenconcours. We komen op onze weg door het stadje er minstens vier tegen. Mandal is een aardig plaatsje met veel witte houten huizen. We vinden na enig zoeken – ook hier zijn de routebordjes weg – de route de stad uit. Al gauw zitten we op de postweg. Eerst een steile klim naar boven, maar we zijn nog fris dus dat lukt goed, en daarna een tamelijk steile afdaling in het grind. Dan volgt een vlak stuk langs het meer. Waar de postweg links zijn weg vervolgt, blijven wij op de kleine weg naar Sjølingstad. Dat is een prachtige weg, rustig met weinig klimmen en dalen. Tegen half elf zijn we in Vigeland. Ook daar is het feest. Kinderen lopen rond met ballonhoeden. We doen inkopen. Vandaar gaat het een tijdje vlak langs het Sniksfjorden. Maar daarna is het echt afgelopen. Het blijft prachtig mooi: de rotsen, de bossen en vooral de fjorden. Prachtige kleuren, ook mooie bermen, nog steeds. In Spangereid zoeken we het houten/stenen kerkje op, en jawel er staat een bank. Lunch. Vanaf Spangereid is het afzien. De eerste steile klim lukt nog wel, maar de volgende drie moeten we echt van de fiets af. Met name de laatste klim is lang met hoge stijgingspercentages (Jan kwam tot 18°). Langzaam met veel stoppen, komen we boven. En dan sta je niet eens op een top met een mooi uitzicht. Ik vraag me af waarom we dit doen. Om half vier rijden we doodmoe de camping bij Lyngdal binnen. Deze camping ligt aan de Rosfjorden. Ook hier – net als gisteren – een strandje. Maar het karakter is anders. Dit is een vaste klantencamping. Ook een hotel, waar we ´s avonds kunnen eten.
Lekker op een picknickbank aan het strandje gezeten. Dagboekje geschreven, een paar kaartjes, pintje erbij. Hoewel het tamelijk koud is, met het fleecevest aan gaat het net, zwemmen er kinderen in de zee, en wordt een ander kind in een plastic bootje achter een motorbootje aangetrokken.
´s Avonds in het hotel vis gegeten. Torsk (kabeljouw) en iets van zeewolf. De ober maakt de verkeerde fles wijn open, een Shiraz uit Australië ipv de witte huiswijn. Maar voor de prijs van de huiswijn mogen we hem opdrinken. In het hotel is een huwelijksmaal. Vrouwen, mannen en kinderen lopen in vol ornaat, en één dame in Noorse kledij, door de zaal.
´s Avonds blijkt de camping zeer rumoerig. In onze buurt is een feestje dat tot over tweeën duurt.

 

44e etappe
Lyngdal – Kvinesdal  36 km.

Zondag 22 juni 2003.
Zonnig, tamelijk koud 15°-20°C, matige westenwind.

Na een onrustige nacht tegen negenen weg. De alleenstaande moeder met kind naast ons, rijdt gelijk met ons het terrein af. Het kind had om acht uur al de claxon te pakken. Ergens vond ik dat wel leuk, vooral die herrie van gisteravond. Aan de andere kant is deze camping een typisch voorbeeld van “poor man´s second house”. Veel mensen komen, aan hun auto´s te zien, uit deze buurt. En dit eerste weekend van de schoolvakanties mag natuurlijk best gevierd worden. De camping bestaat tenslotte voor 99% uit vaste staanplaatsen en is niet ingericht op passanten. Dan moeten die passanten zich ook maar aanpassen aan de vaste standplaatsgasten. Vandaag hebben we gepland om een moeilijk stuk af te snijden, dus niet over Farsund naar Kvinesdal, maar rechtstreeks via weg 551 over Rördal. We hopen dat deze kleine weg (19 km lang) aanvankelijk niet zo zou stijgen en dalen, omdat hij langs een stroompje loopt. En dat het stijgen pas later zal optreden. Vlak voordat we op de 464 richting Kvinesdal komen. Volgens het boekje – we komen daar weer op de route - dalen we vandaar. 
Maar dat blijkt ijdele hoop. Weg 551 stijgt en daalt dat het een lieve lust is. En al weldra moeten we lopen, en zelfs het lopen is vaak problematisch en gevaarlijk, zo stijgt de weg. Gelukkig is hij heel rustig en ook heel mooi. Veel rust genomen. Uiteindelijk komen uitgeput en doodmoe aan op de 464. We zitten weer op de route. We hebben wel een mooi uitzicht op het dal van de Fedafjorden. Deze liggen zo diep beneden ons dat we het water van het fjord niet kunnen zien. Wel de weg, de grote autoweg, langs de kust. Met wat stijgen en veel dalen, allemaal fietsbaar, bereiken we Kvinesdal. Het is drie uur en hebben (pas!) iets meer dan 35 km afgelegd. Even heb ik nog het slechte idee om door te fietsen naar de camping in Feda. Maar Jan houdt me ervan af. We dalen het kleine plaatsje in. En daar ligt inderdaad een historisch familiehotel. De deur zit op slot. Maar dat is omdat het zondag is en ze geen gasten hebben. We zijn van harte welkom.  Ik ben blij dat we er veilig zijn aangekomen.
De hotelbaas heeft op Nederland gevaren en spreekt een aardig mondje Nederlands. We vertellen dat we een stukje met de trein willen doen. Hij verwijst ons naar het reisbureau in Kvinesdal. Je moet een reservering maken als je met de trein wil reizen. Het station is namelijk zo klein, dat treinen er alleen stoppen als er van te voren gemeld is dat er reizigers meegaan.
De hotelbaas biedt ook aan voor ons te koken. Nou dat laten we ons geen twee keer zeggen.

 

Kvinesdal rustdag.

Maandag 23 juni 2003.
Hele dag regen.

Gisteravond belde de hotelbaas dat we zelf een reservering met de trein naar Egersund moeten maken. Het reisbureau doet het niet meer. Zijn vrouw was beter op de hoogte dan hij, zei hij. Ik heb hem gevraagd of hij het voor ons wil doen. Voor maandagmiddag was dat niet meer mogelijk. Dan maar voor dinsdag. Een dag rust lijkt ons prima!  Dus wordt de trein gereserveerd voor dinsdag 12.42 vanuit Storekvina.

Vandaag regent het pijpenstelen.  Dat komt dus goed uit, dat we niet fietsen. In de salon uitgebreid gelezen en geschreven. Tussendoor wat boodschappen gedaan. Een regenhoed gekocht, kopje koffie gedronken met wafel, en weer gelezen en geschreven.
´s Avonds heeft de hotelbaas weer gekookt, nu vlees met Noorse zuurkool (witte kool met karwijzaad) en peultjes.

En oh ja, bij de VVV geïnformeerd naar de boot van Haugesund naar Bergen. Gaat een paar keer per dag. En hoeft niet gereserveerd worden.

 

45e etappe
Kvinesdal – Egersund (30 km gefietst, rest met de trein)

Dinsdag 24 juni 2003.
Bewolkt, koud, miezerig.

De weg naar Storekvina (8 km) is een makkie: een relatief licht stijgende weg. We zijn er in een half uurtje. Dus veel te vroeg. De hotelbaas had groot gelijk toen hij zei dat als we om 11.00 uur weg zouden gaan, dat dat vroeg genoeg was. We vertrokken om half tien. Bij het station is een grote supermarkt (Coöp). Daar kijken we uitgebreid rond vooral naar specifiek Noorse producten, zoals meel voor wafels, speciale kruiden om haring in te maken. Noren bakken kennelijk meer, want er is een uitgebreide bakafdeling. Ook hier – zoals in veel andere grote supermarkten – veel visartikelen (om te vissen). Op het station koffie gezet.
En inderdaad de trein komt en stopt! Storekvina is een station liggend aan de lijn Kristiansand – Stavanger. Er wordt alleen op verzoek gestopt. De fietsen moeten helemaal achterin, een soort laadruimte. De conducteur heeft onze kaartjes. Dus bureaucratisch is er niets misgegaan. De reis van ruim een uur kan beginnen. Een sjieke trein, met speelgelegenheid voor kinderen, een ruim voorziene bistro en makkelijke stoelen. Prachtig uitzicht op de hoge bergen en vele meren. Een aantal tunnels en maar een paar stations onderweg.
In Egersund stappen we uit. De conducteur is al bezig onze fietsen uit te laden. Samen met een grote verzameling postpakken. In Egersund pakken we de route weer op. We rijden een rondje door de stad. En vervolgens naar de dichtstbijzijnde camping. Daar huren we een hut. Niet omdat je er niet kan kamperen, maar omdat Jan ook een keer zo´n hut wil proberen. De hut is luxer dan onze trekkershutten. Er zit een keukenblok in met koelkast en er is een douche en toilet.
We fietsen terug naar Egersund om de stad te bekijken en te proberen een nieuwe achterband voor mijn fiets te kopen. Er zit namelijk geen profiel meer op mijn achterband. De fietsenzaak heeft wel een mountainbikeband, maar als hij die erop gezet heeft, dan loopt hij aan op de standaard en het spatbord. Dus de oude gladde band er maar weer opgezet.
Kerkje bekeken en het oude havengebied met zijn houten pakhuizen.
Terug naar de camping (hut). We kunnen zelf koken en doen dat ook. ´s Avonds lopen we naar de Fotlandsfossen watervallen in de rivier de Bjerkreim. Deze rivier heeft een zalmladder. En we zien dat een visser een grote zalm gevangen heeft. Met een steen slaat hij hem op zijn kop. Aan een touwtje wordt hij opgehangen en gewassen.

 

46e etappe
Egersund – Nærland 60 km.

Woensdag 25 juni 2003.
Koud,droog, matige tot zeer krachtige (vooral ´s middags) wind.

Om ongeveer 9 uur weg. Er zijn nog geen bordjes met de nieuwe route over de verlaten spoorlijn. Dus de beschreven route genomen. Eerst een steile klim, dan langs een hoog meer, en vervolgens verder klimmen tot een hoogte van 150 m (volgens het boekje). Is wel te doen. Daarna niet de Vestlandske Hovedvei genomen, maar weg 44 langs de kust over Hellvik en Sirevåg. Mooie route, goed te fietsen. Twee picknickende Nederlanders tegengekomen. Zijn net gearriveerd met camper. Bij Ogna de route weer opgepakt. Vlak bij een camping staat de weg onder water. Toch doorgefietst. Daarna verandert het landschap dramatisch. Het wordt vlak.  Heel Nederlands vlak. De bergen zijn verderop en tussen de bergen en de zee ligt vruchtbare grond. Veel landbouw. Ook de boerderijen zijn anders. Grote cilinders, soms twee of drie, vaak met een afdak, bij grote schuren.
Als de wind niet zo aanwakert, is dit een makkelijk stuk. Nu gaat het steeds zwaarder. Langs het oude kerkhof en kapelleke van Varhaug gereden. Ligt daar schitterend met zicht op de zee. Daarna een soort boerenpad, dwars door de koeienstront. Prachtig uitzicht over het keienstrand, met daarvoor kleine stukjes grasland met koeien. Maar bijna aan het eind staat een stier, waar ik niet langs durf. Dus terug en over de weg verder.
Het is wel duidelijk dat het te laat wordt om de camping te halen. De particuliere hutten bij de boerderijen zijn zogenaamd allemaal vol. Mevrouw heeft duidelijk geen zin in fietsers voor één nacht. Maar Nærland Gjestegard is open. Een groot complex met veel gebouwen, een volkshogeschool, een asielzoekerscentrum, een jeugdherberg en nog zo het een en ander (huisjes, kerk, sporthal). In het hotel zijn geen gasten, maar we kunnen er wel terecht. Er is ook geen kok, maar sandwiches kunnen wel geleverd worden. Nog een wandelingetje gemaakt over het complex en naar de zee gelopen.

 

47e etappe
Nærland – Skudeneshavn 75 km.

Donderdag 26 juni 2003.
Zonnig en warmer 20°C, zwakke tot matige westenwind

Weer om ongeveer 9 uur vertrokken. Vandaag nagenoeg geen wind, dus over de vlakke weg rijden we de kilometers snel weg. Een werkelijk schitterend stuk langs het Orrevatnetmeer, over boerenweggetjes. In de zon is het gladde meer, met de ijle rij huizen aan de overkant niet te fotograferen, maar wel schitterend mooi. Bij Sele is de route verlegd. Op dit stuk is alles goed aangegeven. En ook wordt vaak gefietst over een apart fietspad langs de weg. Dat wordt ook verder aangelegd. Bij Tjelta bij de Rimi supermarkt komen we twee fietsende Noren tegen. Zij reden de NSCR zuidwaarts, maar leggen per dag grotere afstanden af dan wij.
Besloten om niet over Stavanger te gaan, maar lekker langs de kust te blijven. Langs allemaal zandstranden gefietst. Vanwege het mooie weer en de vakantie zijn daar wel de nodige badgasten. Maar nergens echt druk. Auto´s kunnen tot heel dicht op het strand komen.
In Tananger bij de historische haven, ook weer zo´n mooie plek met historische pakhuizen, plezierbootjeshaven, groot hotel, de lunch gebruikt.
De brug over de Hafrsfjorden over en daarna over een kustpad langs de baai Vistevika. Blijft mooi. Wel goed opletten, want we moeten over een recreatieterrein met veel spelende kinderen.  Bij Randaberg is een nieuw pad (grindpad) aangelegd dat een stukje afsnijdt en dichter bij de kust blijft. Via weer een pad over de rotsen komen we tegen drieën bij Mekjarvik aan. We nemen de boot naar Kvitsøy van 15.20 uur. Een uurtje op dit eiland (is een eilandengroep eigenlijk) rondgefietst (vuurtoren, uitkijkcentrum, kerkje) en daarna de volgende boot naar Skudeneshavn genomen. We worden heel bedreven in het gebruik maken van veren.
Skudeneshavn is een prachtig plaatsje met oude en nieuwe houten huizen, een kleine aardige camping.

 

48e etappe
Skudeneshavn – Haugesund 66 km

Vrijdag 27 juni 2003.
Zonnig, bij vlagen warm, 20°C en hoger, zwakke NW wind, soms mistig.

Laatste echte fietsdag in Noorwegen. Ongeveer 9 uur weg. Veel midges op de camping. Dat was gisteravond erg jeukerig. Het eiland Karmoy, waar we nu op zitten, is heuvelachtiger, dan de route gisteren, maar zeer fietsbaar. Weer een heel ander landschap. Wel stenig, maar lager. Niet zoveel landbouw, meer houtbouw. Verder op het eiland nogal bevolkt. Kleine plaatsjes met veel huizen. (Ferkingstad, Åkrehamn, Vedavågen). In Vedavågen bij een winkel met fietsvignet – ze verkopen er van alles, nog een keer geïnformeerd naar een nieuwe buitenband voor mijn fiets. Nu wel raak. Iets breder dan de oude buitenband, maar hij past. Ook alle remblokjes vernieuwd, is hard nodig volgens de fietsenmaker. Rode Noorse remblokjes!
Om het fjord heengereden. Levert mooie uitzichten op. De route doet hier erg zijn best om de weg 47 te vermijden. Dat levert wel een aantal slingers op. Maar allemaal goed te doen.
De brug naar Haugesund over de Karmsundet is erg gevaarlijk. Het is een heel smalle brug, met een zeer smal voetpad aan weerszijden. Vrachtauto´s scheren rakelings langs je. Ze rijden de vouwen uit je broek. Haugesund is een grotere plaats. Maar het is nog moeilijk om er ´s avonds een tentje te vinden waar je kan eten. Veel hamburger en nep-pizzatenten.

 

Zaterdag 28 juni 2003.
Haugesund.
Zonnig en warm, nagenoeg geen wind.

Gisteravond naar de zonsondergang gekeken met een aantal compinggasten. Langs het fjord liggen rotsen en daarachter ligt de camping. Op de rotsen staan tegen elven veel compingbezoekers.

Volgende dag eerst gewassen. De jongen achter de receptie reageert heel traag. Ik denk eerst dat hij sacherijnig is, maar volgens Jan heeft hij een (hersen) handicap. Alles heel traag en volgens een vaste volgorde. En geen twee dingen tegelijk.
Na de was zijn we naar Haugesund gelopen (ongeveer een half uurtje). Bij de VVV geïnformeerd naar de stadswandeling, maar die is er alleen in het Noors. Toch gekocht en gelopen. Je kan niet veel lezen, maar je weet wel waar je naar moet kijken.
In een internetcafe mail 3 gestuurd naar onze vrienden.
´s Avonds gebarbecued met een ééndagsbarbeque, worstjes, kalkoenfilet, sla, tomaat en paprika. De ééndagsbarbeques waren bij de supermarkt uitverkocht, maar de campingwinkel heeft er gelukkig nog eentje.
We hebben nieuwe buren. Er staan nu Duitsers achter ons en Friezen naast ons.
Nog gesproken met een Noor die fietsen in Noorwegen lastig vindt en niet voor ons soort fietsen. Er staat ook een Duits stel dat met de auto is. Zij doen steeds kleine stukjes met de fiets, met weinig bepakking. En ze hebben mountainbikes.

 

Haugesund – Bergen. Met de boot.

Zondag 29 juni 2003.
Eerst zonnig en warm. Later bewolkt en veel regen. Nagenoeg geen wind.

Rustig aan gedaan.  Tegen twaalven naar Haugesund. Boot naar Bergen gaat om 13.15 uur. Eerst op het achterdek gezeten, tot het gaat regenen. Ongeveer halverwege. Wat heeft Noorwegen toch een mooie kust. Om kwart over vier zijn we in Bergen. We hebben zelf een hotel uitgezocht. Gewoon op de naam (Steens) en de prijs. Het ligt aan park even buiten het centrum. De VVV bezocht en info gehaald voor morgen en overmorgen.

 

Bergen

Maandag 30 juni 2003.
Zonnig en regen. ±20°C.

De stad bekeken. Eerst mail verstuurd, daarna een rondleiding door Bryggen, met bezoek van het Bergens museum en het Hanseatisch huis museum. Met de tickets, kan je na de rondleiding, in beide musea nogmaals naar binnen. Na een duur visbroodje op de historische Fisktoret, die musea nogmaals bezocht. Met name het Hanseatisc huis is heel indrukwekkend
De manier van leven was in Bergen veel meer afwijkend van de huidige wijze van leven, dan bij ons. Van 1360 tot 1754 was Bergen een handelspost van de Duitse Hanzesteden. En daarvan werd in feite op dezelfde wijze voorgeleefd tot het eind van de 19e eeuw.
Aan het eind van de middag de Fløibaum genomen naar Fløyen. Een top op de bergen rond Bergen. De Fløibaum is een treintje dat steil naar boven gaat. In  minuten sta je op de top. Daar in het restaurant, met een uitzicht op de stad Bergen en zijn omgeving. Luxe gegeten.

 

Bergen – Lerwick met de boot.

Dinsdag 1 juli 2003.
Zonnig, droog en warm ±25°C

We waren van plan naar het kunstmuseum te gaan. Maar het is zo mooi weer. Dus we hebben uitgebreid in de stad gewandeld, na vergeefs geprobeerd te hebben foto´s te versturen via de mail.
De landtong, zuidelijke, achter het theater doorgelopen tot het eind. Ook hier zijn nog stukjes van het oude Bergen over met dicht op elkaar gebouwde huizen In tegenstelling tot Bryggen wordt hier volop gewoond. Aan de kade gekomen zien we de Smiril Line binnenkomen. Ook kan je hier zien, dat oude houten huizen gelift worden, net als in Bryggen.
Tegen half één zijn we teruggegaan naar het hotel. Fietsen en bagage opgehaald. Bijna de grote thermosfles van Jan laten staan. De bel doet het niet, dus we moeten wachten tot we er weer in kunnen. We spreken nog een oude man, die hier vroeger gewoond heeft. En kan vertellen over hoe Bergen vroeger was.
Op de kade staan een stuk op tien fietsers, waaronder een Nederlandse jongen op een Vittoriofiets, die de route met eigen invulling doet. (Van Oslo via de transportweg langs het spoor Oslo – Bergen  20 km door de sneeuw gelopen!), verder 5 Noren, 2 Duitsers en 1 vrouw met onduidelijke nationaliteit (Frans of Duits).