Archive van april 2012

knooppuntenroute amersfoort putten

zondag 29 april 2012


Ik had me, net als vorig jaar, aangemeld bij Hampshire Hotels om voor die keten te fietsen langs hun hotels en daarbij een weblog bij te houden. En dit jaar ben ik uitgekozen voor de tweede ronde. Die vindt plaats in een hotel in Putten. Via speeddaten zal door een jury de keus gemaakt worden. Ik acht mezelf met mijn wat stugge uitstraling niet zo kansrijk in van die snelle gesprekjes. Dus ik zet met behulp van de knooppuntenrouteplanner van de Fietsersbond een aardige route uit vanaf station Amersfoort. Het is eindelijk eens mooi weer. En fluitend fiets ik de stad uit. Dat is nog een heel eind, twee snelwegen en de spoorlijn, maar dan ligt – onder het lawaai van de A28 en A1 – landgoed Hoevelaken. De weilanden zien geel van de paardebloemen. De bomen kleuren in allerlei zachte groentinten. Verder gaat de route voornamelijk door landbouwgebieden, met grote schuren met opgesloten dieren. Op een aardig historisch kerkepad dat leidt naar de Oude Kerk van Putten speelt een familie boerengolf. In Putten bekijk ik het centrum. Alles is al versierd voor het komende koninginnefeest. Ik zie het eenvoudige monument ter ere van de mannen die in WOII zijn weggevoerd. Dan is het nog een paar kilometer het bos in naar het Hampshire Hotel. De tweede ronde is teleurstellend. Speeddaten blijkt gewoon één gesprek van 10 à 15 minuten te zijn met twee mensen van de jury en niet zoals ik had verwacht een ronde langs alle juryleden met zeer korte gesprekjes van enkele minuten. Kennelijk is er al een voorselectie geweest. Het loopt erg uit. En wanneer ik – ver na de tijd – aan de beurt ben, tref ik twee juryleden die in het geheel niet geinteresseerd zijn in mij. En zelfs niet naar mijn weblog hebben gekeken. Direct na de uitslag stap ik gauw op de fiets om de trein van 22.00 uur nog te halen in Putten. Geen Hampshire Hotels meer voor mij.

knooppunten rondrit voorschoten aarlanderveen

zondag 22 april 2012


Een vriendin van mij woont in Aarlanderveen, een dorpje ten oosten van Alphen a/d Rijn. Via de recreatieve fietsrouteplanner van de fietsersbond zet ik een rondrit uit volgens de knooppunten. Er verschijnt een aardige route op het scherm, die loopt vanaf Voorschoten Station, langs het recreatiegebied de Vlietlanden, door het polderlandschap van de N11, door Alphen a/d Rijn naar Aarlanderveen. De terugtocht gaat ten noorden van de Oude Rijn eerst dwars over een fietspad door een groene buitenwijk van Alphen, langs de Lage Zij naar Koudekerk en vandaar helemaal langs de Rijn naar Leiderdorp.
Het is alweer geen prachtig weer, nogal sterke wind en donkere wolken. Maar heen houd ik het droog. De Vlietlandbrug staat open. Onder de A4 door bereik ik Zoeterwoude, waar ik een bord mis en dwars door het dorp – ook leuk – een rondje rijd voordat ik bij knooppunt 50 de route weer oppik. In het open weiland zie ik een ooievaar. Twee nijlganzen drentelen om elkaar heen. Zwarte kalfjes liggen tegen hun moeder. De bomen geven voorzichtig lichtgroene blaadjes. Mijn vriendin verwent me met koffie met stroopwafels en een heerlijke lunch. Als we helemaal uitgepraat zijn aanvaard ik de terugtocht. Die begint met een regenbui, maar voor ik mijn regenpak tevoorschijn heb gehaald, is het alweer opgehouden. Ik rijd helemaal langs de Oude Rijn snel door naar Leiderdorp. Hier besluit ik de route niet verder te volgen, en over de nieuwe voet/fietsbrug te gaan. Deze ligt over de Oude Rijn naast de A4, die in een tunnelbak onder de Rijn door gaat lopen. De oude trap is afgebroken en ligt ernaast. Ik moet nu benen maken, want het wordt wel erg donker. Voordat de bui echt losbarst ben ik binnen. 61,3 kilometer op de teller.

fietsen rond de wereld in Nederland etappe 1

woensdag 11 april 2012


De weersverwachting is dat het in de middag opklaart. Lijkt me dus een prima dag om te fietsen. Tegen negenen vertrokken uit het uitstekende hotel de Wereld. Meteen een prachtig stuk langs de Rijn tot de pont van Opheusden. Een zeer ingepakte veerman zegt dat ik durf met dit weer. “Vanmiddag klaart het op”, zeg ik. “Optimist”, is alles wat hij antwoordt. En hij had gelijk. Het zou vandaag niet droog worden. Over de gedeeltelijk autovrije Rijndijk naar de pont bij Elst. Het gaat nu steeds harder regenen. Bij Elst een ommetje door het bos. Omhoog en weer omlaag. Niemand te zien. In Amerongen durf ik niet een restaurant binnen te gaan voor een kop koffie. Ik ben te nat. Dan weer een stuk door platteland. Bij Doorn wordt het droger. Ik ga bij Huize Doorn de poort onderdoor. Bij de museumwinkel kan je koffie met cake krijgen voor € 2,50. Dat lijkt me wel wat. Fiets geparkeerd op de bestemde plek. Tassen eraf en richting museumwinkel. Verbaasd word ik daar aangestaard door een meneer. Vast een vrijwilliger. Ik vraag of ik het Huis kan bekijken en of mijn tassen bij hem kunnen achterblijven. “die neem ik niet in bewaring! U kunt een kaartje kopen bij Huize Doorn, aan de andere kant van het park. Daar is een garderobe, wellicht kunt u daar uw tassen kwijt”. Wat een onvriendelijke ontvangst. Moet ik het park doorlopen met twee tassen. Dan maar verder. Weer een mooi stuk door de Kaapse bossen. Even voorbij Maarn raak ik de weg kwijt, omdat er een afsluiting is. Ik kom veel te zuidelijk uit. Op het kompas rijd ik naar het noorden. En zowaar, dwars door de Krimwijk, kom ik weer op de route uit. Bij Austerlitz is het heel stil. Nog een poging wagen om vandaag iets anders te zien als de regen. Bij het informatiecentrum ga ik eerst maar vragen of ik daar mijn tassen mag stallen. Een heel wat vriendelijker ontvangst. Natuurlijk kan dat. En vervolgens krijg ik een prive-uitleg over de aanleg en de renovatie van de pyramide en wordt de film helemaal alleen voor mij vertoond. Tot slot loop ik naar de pyramide. De bomen eromheen zijn weggehaald. In volle glorie staat hij daar nu. Ook het resultaat van een werkverschaffingsproject voor daar gelegerde soldaten, net als het kanaal van Corbulo, nu in de Napoleontische tijd. Geestelijk verkwikt rijd ik het laatste stuk in de regen naar Amersfoort.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 9 vervolg

woensdag 11 april 2012


Ondanks dat het minder kilometers is dan gisteren, is het een veel zwaardere etappe. Dat komt door het dalen en stijgen, een aantal grindpaden, die glibberig zijn door de regen, en veel wind. Ik mis Jan, met zijn optimistische “Ik zie de zon”, ook als er nergens een streep zon te bekennen valt. Maar ik zet door, denk aan mijn fietstocht in Tibet in september, waar ik waarschijnlijk nog veel harder zal moeten afzien. Het begint al niet goed. Ik moet eerst naar Elspeet. Gisteren heb ik die route al gereden, en nu denk ik dat in omgekeerde richting makkelijk te kunnen. Maar in de buurt van het spoor en de A28 waar ik nabij knooppunt 54 en 53 overheen moet gaat het mis. Ik kom veel westelijker uit. Daar is een houten stellage gemaakt over het spoor heen en een betonnen over de A28. Die neem ik, en dan kom ik uit in Beekhuizerzand. Dat is wel een prachtig stuifduingebied. Via kronkelende fietspaden kom ik bij knooppunt 53 en dan zijn de volgende kilometers naar Elspeet een makkie. Vanaf Elspeet gaat het door het bos, het heuvelt flink en het pad is van grind. Dat schiet niet zo op. Even voorbij knp 8 ligt de Boomstronkenkathedraal, een kunstwerk van Marinus Boezem, kunstboomstronken als de pilaren van de Notre Dame in Parijs. Het ligt erg verborgen. Ik fiets er eerst voorbij en beland ver ik het bos. Een zwart everzwijn schiet voorbij. Maar als ik terugfiets, zie ik de boomstronken ineens liggen. Gewoon tussen andere echte bomen en boomstronken in. Verder door het bos naar Hoog Soeren en Assel. Daar is een klein tentje open. De bui is inmiddels losgebarsten, ik pauzeer daar even voor een lunch. In de stromende regen rijd ik langs radio Kootwijk, de kathedraal, ofwel de Sfinx, zoals het boekje zegt. Majestueus rijst het gebouw op in de heide. Zowaar lopen hier een paar mensen. Een mooie route door het Kootwijker zand, wat is de heide toch vergrast, om weer in het open land- en veeteelt gebied te komen. De route maakt een ommetje om langs Essen te gaan. Weer zo’n buurtschap met buitenlandse naam. Niet echt iets byzonders. Een zandpad langs boerderijen. Ik hoor een hond hard blaffen. Maar als ik daar angstig voorbij fiets gebeurt er niets. Bij het wekeromse zand sta ik een ogenblik stil bij de Celtic Fields. Ik herinner het me van een wandeling, maar toen stond er nog niet een nagebouwde boerderij. In de spieker, een gebouwtje om voedsel op te slaan, staan zes mannen te schuilen voor de regen. De vrienden met wie ik in Wageningen zou eten, hebben inmiddels afgebeld. Dus ik besluit de hele route te fietsen. Het maakt nu toch niet uit hoe laat ik in Wageningen aankom. Dwars over de Epense hei, daar staat een monument voor de Belgen, die hier in WOI gevlucht voor het oorlogsgeweld in een kamp zaten. Dan nog de omweg naar Wolfheze en Doorwerth. Weer sterk klimmen om het DUNO park te bezoeken. Het gaat via de Italiaanse weg steil naar beneneden. En het houdt op met zachtjes regenen. Ik kan door de druppels van mijn bril nog wel zien dat de Italiaanse weg prachtig omzoomd is met eeuwenoude loofbomen. Nog een rondje om Klein Zwitserland – nu een Bilderberg hotel – te zien in Heelsum. Net als ik op de kaart sta te kijken op de Bennekomse weg, word ik aangesproken door een echtpaar. Ik vertel dat ik een route rijd, maar dat ik nu zo moe ben, dat ik voor de zekerheid even op de grote kaart kijk of ik goed zit. Zij wijzen met op een fietspad dat rechtstreeks naar de Schaapdrift leidt. Dat is een heuvel minder en dat komt goed uit. Wageningen wordt binnengereden via de uiterwaarden van de Rijn. Altijd weer mooi. Ook in de regen. In hotel de Wereld wordt ik, zo nat als ik ben, hartelijk ontvangen. Toch nog een leuke avond met uitstekend eten.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 9

woensdag 11 april 2012


Etappe 9 loopt van de buurt Frankrijk in Hierden bij Harderwijk, via een enorme slinger naar hotel de Wereld in Wageningen. Dat lijkt me wel wat met de Pasen. Paaszaterdag met de trein naar Harderwijk. Aan de overkant van het Veluwemeer staat een klein hotel Harderstrand. Het staat ingebouwd met (zeil) boten. Zaterdag heb ik het stempeltje al gehaald in Frankrijk bij het nabijgelegen eettentje. Ik kan meteen langs het Veluwemeer bij Harderwijk starten. Hier is op zo’n vroeg tijdstip op de zondagochtend nog bijna niemand te bekennen. Prachtig om hier in de ochtendzon te fietsen. Enkele mensen laten hun hond uit. De route buigt landinwaarts, om Horst en Ermelo aan te doen. Die namen komen ook voor in het buitenland. Ik passeer het conferentieoord Vanenburg. Het schittert wit in de zon. Gelukkig is er nog een heel stuk langs het randmeer, hier Nuldernauw geheten. Twee gemalen liggen in het lage land: het stoomgemaal Putten en het stoomgemaal hertog Reijnout. Err zitten vele ganzen, grauwe ganzen, brandganzen, maar ook tureluurs, scholeksters en kauwen. De tocht buigt weer landinwaarts, op het buurtschap Palestina aan te doen. Dat ligt inmiddels onder de rook van Amersfoort Vathorst. Een moderne – ouderwets aandoende – nieuwbouwwijk. Verschillende gevels, aaneengesloten, langs grachten met bootjes. Ik blijf aan de plattelandkant. In Nijkerkerkveen gaan de kerken net uit. Het ziet letterlijk zwart van de mensen. Voorzichtig fiets ik erlangs. Op naar Hell. Ook zo’n buurtschap met een “wereldse” naam. Hij staat echter nergens, alleen op de paddestoel die ook al in het boekje staat. Nog even doortrappen, dan kom ik in het echte Veluwse landschap met bomen en heide. Als ik pauzeer in het Speulderbos, vraagt een langsfietsende man, of hij mij een rare vraag mag stellen. “Probeert u het maar” geef ik hem als antwoord. “Zou u van mij een paar portretten willen maken met de bomen op de achtergrond? Ik moet een portret inleveren” Niet zo’n rare vraag eigenlijk. Een dure spiegelreflex camera komt te voorschijn. En ik maak een aantal portretten, waarbij ik ook nog probeer om de man aan het lachen te brengen. “Zou het voor een ematching zijn?”, of fantaseer ik dat maar. Bij kasteel Staverden is het heel erg druk. Dit schijnt het kleinste stadje te zijn: alleen het landhuis met de bijgebouwen. Dus Bronkhorst in Gelderland voert ten onrechte de naam van kleinste stad van Nederland. Na deze aardige onderbreking verder naar de Ermelose hei waar een Romeins Marskamp is gevonden. Dat ligt niet op de route, en is ook een beetje mistig aangegeven in het routeboekje. Eerst zit ik midden op de hei. Dan aan de hand van de kaart, kom ik aan de verkeerde kant van een hek uit. Maar ik zie mensen fietsen, en zo kom ik er toch. Aan deze opgraving kun je zien dat de Romeinen soms ver over de grens de Limes heen trokken. We zitten hier zo’n 40 kilometer noorderlijker dan de Rijn. De Romeinen hebben hier enige nachten gezeten. Ze zijn nog verder getrokken. Er zijn een paar wallen hersteld en er staat een beeldje van een soldaat. In Elspeet is stop ik. Ong. 85 km. op de teller. Via de kaart fiets ik terug naar Harderwijk en het Harderstrand. Ong. 20 km.

Westerborkpad van Diemen naar Weesp

woensdag 4 april 2012


Op onze eerste tocht (22 februari 2012) van dit langeafstandswandelpad eindigden we in Diemen op de Joodse begraafplaats. We konden toen de 400 urnen van de omgekomen Joden in Westerbork niet vinden. We weten nu dat die urnen op veld U staan, achter veld C. Het is prachtig zonnig weer als we uit de trein stappen. Bomen achter de begraafplaats staan volop in bloei. We lopen het eerste deel van de begraafplaats helemaal af, maar kunnen door een afgesloten poort niet verder naar het tweede stuk dat aan de andere kant van het spoor ligt. We gaan terug en wandelen ruim 1 kilometer via de Ouddiemerlaan en na het spoor over Landlust naar het tweede deel van de begraafplaats. Het hek staat open. Achteraan vinden we veld U. De stenen staan heel dicht op elkaar. Alleen aan de teksten op de stenen kun je zien dat het gaat om de urnen uit Westerveld. Er staat verder geen informatiebord bij. We wandelen weer terug naar het station Diemen en beginnen aan de tweede etappe. Die leidt ons door het Diemerbos, over het treinviadukt over het Amsterdam-Rijnkanaal naar Weesp. Een horde (retro) scooters komt ons daar tegemoet. We komen langs de synagoge op de Nieuwstraat. Aan de zijkant is een plaquette met de merkwaardige tekst “tot ze zomaar weg waren, 29 april 1942″. Hoe zo, zomaar weg? Heeft niemand dat gemerkt dan? Hoeveel joodse inwoners had Weesp eigenlijk? We eindigen bij het huis van de voormalige Joodse voorzanger in de synagoge. Alleen een bord met een jaartal in de joodse en de gregoriaanse jaartelling herinnert daaraan. Thuis heb ik een en ander nagezocht. Er staan een paar verhalen op de site van het westerborkpad. Die blijken te komen uit een boek van Dick van Zomeren, “Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Weesp”. Van Zomeren stuitte bij onderzoek naar Weesp in WOII op een lijst met Joodse inwoners. En verwonderde zich erover dat bij de jaarlijkse dodenherdenking daar met geen woord over werd gesproken. Het boek is een resultaat van zijn naspeuringen. 68 Joodse inwoners had Weesp. Zij moesten zich registreren aan het begin van de oorlog en kregen vervolgens de mededeling dat ze moesten verhuizen naar het getto van Amsterdam. De meesten zijn gegaan. Een groot aantal op 29 april 1942. Negen hebben de oorlog overleefd. Schokkend vond ik te lezen dat het zo geruisloos is gegaan. Daar komt de tekst “ze waren zomaar weg” vandaan. Allleen een meester Bouhuys met zijn zoon hebben op het perron gestaan. Het is in het college van B&W niet aan de orde geweest. En na de oorlog heeft het tot de eerste uitgave (1983) van het boekje van Van Zomeren moeten duren voor de synagoge in ere is hersteld en er een bord ter herinnering op bevestigd is.