Archive van maart 2013

wroclaw promenada staromiesjka

woensdag 20 maart 2013


Hoewel ik niets heb met militarisme, ben ik altijd gefascineerd door oude vestingen en wat daar nu nog van over is. Een en ander is onlangs verder aangewakkerd doordat ik een prachtige facsimile atlas uit 1698 cadeau heb gekregen met vele plattegronden van vestingen in Nederland en België. (atlas de Wit).
Wroclaw is een echte vesting geweest, met stadsmuren, bastions en grachten. Dat laten twee kopergravures van Matthäus Merian zien uit 1650.  In de loop van de eeuwen is er veel gesloopt. Maar er is een nagenoeg aaneengesloten groene gordel langs de grachten, waarover het aangenaam wandelen is. De Polen noemen het de Promenada Staromiesjka, wat zoveel betekent als wandeling langs de oude stad. Aan het eind van de dinsdagmiddag heb ik nog ruim een uur de tijd, voordat we gaan eten.  Het is bijzonder zo rond de binnenstad te lopen. Je komt verhogingen van de voormalige bastions tegen, bij het Nationaal Museum de Poolse hoogte (het voormalige stenen bastion), en aan de zuidkant ligt er ook nog één,  de Partizanenhoogte (voormalig zakken bastion). Even voorbij een onderdoorgang van een drukke straat, staat een kleine maquette van hoe de omwalling er vroeger uitgezien moet hebben. De grachten liggen diep, dieper dan bij ons. Nu zijn de bomen nog kaal. In de zomer met al dat groene gebladerte moet het hier heerlijk vertoeven zijn. Voordat je aan de Oder komt, is er een klein stuk niet toegankelijk. Hier ligt het Arsenaal. Dan maar over de drukke Nowy Swiat en daarna via de Universiteitsbrug naar de overkant. Een voetgangersbrug brengt me naar het eiland Slodowa in de Oder. Ook al is het behoorlijk fris, er zitten vele jongeren, vaak met een flesje bier in de hand hier gezellig te praten. Een tweede bruggetje voert naar het eiland Mlinska (Molen), waarop Tumski hotel staat. Ik ben op tijd terug voor het avondeten.

‘s avonds schiet ik een paar nachtfoto’s: de Dom en het Ossolineum (een belangrijke bibliotheek, gevestigd in een voormalig klooster)

 

wroclaw wandeling 3

woensdag 20 maart 2013

Wandeling 3 van de “Literarische Reiseführer Breslau” heeft als motto katholiek Wroclaw. Ik begin bij het standbeeld dat dichtbij het hotel ligt, officieel hoort dat niet tot de wandeling.  Het blijkt Johannes XXIII te zijn, met de tekst “In pacis terra”, de titel van zijn voornaamste encycliek, op het voetstuk. Wat een goed begin van deze wandeling. Over de Tumski-brug kom je op het Dom-eiland. Tum is Dom in het Pools. Aan de brugleuningen hangen honderden hangsloten, een teken van geliefden van hun eeuwige liefde. Eén stel heeft een heel groot hangslot opgehangen, uitslovers heb je overal. Ik bekijk  natuurlijk de Dom. de gotische kathedraal, die al vanaf de de 13e eeuw het silhouet van Wroclaw beheerst met zijn twee hoge torens. Langs de botanische tuin, met een mooi jugendstilhek, kom ik, na het oversteken van een drukke verkeersader,  in een  19e eeuwse wijk. Hier is Edith Stein, de joodse, later katholiek geworden, filosofe geboren en opgegroeid. Haar geboortehuis staat er niet meer, maar een  huis waar de familie later woonde, nog wel. Maar voor ik daar ben, stuit ik, achter de Michaelkerk, in een parkje op een monument voor Edith Stein. Het is er in 2012 neergezet. Helaas staat er alleen een poolse tekst op. Het huis, even verderop, heet het Edith Steinhuis, en nu is daar de Edith Stein Society in gevestigd. Een organisatie die middels tentoonstellingen, congressen etc. het gedachtegoed van Edith Stein levend wil houden. Het is een groot huis, waaruit ik afleid dat de familie Stein niet onbemiddels was. In mijn boek staat wel dat zij niet behoorden tot de rijke joodse bourgeoisie, die ten zuiden van het centrum woonden. Al met al kan je concluderen dat Wroclaw trots is op deze grote dochter en dat op verschillende plaatsen in de stad laat zien.  Lopend in deze 19e eeuwse wijk, die nog aardig in tact is, zie je hoever de restauratie en renovatie in Wroclaw gevorderd is. De binnenstad is nagenoeg geheel opgeknapt. in deze wijk moet nog wel het nodige gebeuren. Het begint al te schemeren als ik uiteindelijk de drukke verkeersader weer oversteek richting voetgangersbrug naar het eiland van het Tumski-hotel.

 

wroclaw wandeling 5

zaterdag 16 maart 2013


De 5e wandeling, die me moet leiden door pruisisch en joods wroclaw,  begint heel pruisisch bij een bastion, de partizanenhoogte. In de pruisische tijd werd Breslau versterkt met vestingwerken. Via een wankele trap daal ik af naar het straatniveau en kom dan achtereenvolgens het theater Lalek, de Opera en het in aanbouw zijnde muziektheater tegen. Deze liggen alledrie aan de rand van de binnenstad tegen de oude stadsgrachten aan. Mijn boekje vertelt dat hier ook nog van 1949 tot 1968 het joodse theater heeft gestaan. Ja, je leest het goed, na de oorlog heeft een geminimaliseerde joodse gemeenschap de draad weer opgepakt. Maar de vervolging was nog niet voorbij. De zesdaagse oorlog van Israel had niet de instemming van de Poolse regering en er ontstond wederom een antisemitische stemming. Vele joodse instituten zijn toen gesloten, waaronder ook het theater en vele joden zijn toen alsnog vertrokken. Net buiten de grachten heeft de grote nieuwe synagoge van Breslau gestaan. Een bolwerk van de liberale joden. Het moet een enorm gebouw geweest zijn, bijna net zo groot als die in Berlijn. Hij is in de Kristalnacht afgebrand. Nu staat er een bescheiden monument. Als ik terugloop over een voetgangersbruggetje, kom ik in de voormalige joodse wijk. Hier hebben vele synagogen gestaan, waarvan er nog ééntje over is, die “de witte ooievaar” heet. Hij is nu weer als synagoge in gebruik. Het voormalige Jodenplein heet nu plain van de helden van het getto. In een klein plantsoentje staat een monument voor het getto van Warschau. Aan de overkant van de drukke straat, Kaziemierza Wielkiego staat een standbeeld van een meisje met een rok waarop de wereld is weergegeven. Ervoor een plaquette met daarop de symbolen van verschillende religies, ik herken het rooms-katholieke en het russisch-orthodoxe kruis en de davidsster. Ik heb nergens kunnen vinden wat dit standbeeld betekent en waarom het hier staat. De wandeling eindigt pruisisch bij de vestinggracht. Hier, aan de Oder, staat het arsenaal, nu een wapenmuseum.

 

 

wandeling oude joodse kerkhof wroclaw

vrijdag 15 maart 2013

6 maart 2013. Na het ontbijt met tram 9, die vlak bij ons hotel stopt, naar het oude Joodse kerkhof, dat ten zuiden van de binnenstad ligt. We stappen een halte te ver uit, blijkt later. Om het kerkhof is een dichte stenen muur. We lopen helemaal om het kerkhof heen. Mijn vriendin vraagt nog aan een mevrouw waar de ingang is, en die vertelt dat het kerkhof gesloten is. Mijn vriendin in mineur. Ik geloof het niet en we lopen gewoon door. Ergens moet toch een toegangshek zijn. Dan zien we daar wel of het open of dicht is. En inderdaad, helemaal aan de andere kant is een hek met een kassa. We kunnen erin. Het kerkhof is heel groot, wordt wel een beetje onderhouden, de ergste bebossing wordt weggekapt, bij de kassa snort een houtkacheltje op dat hout. Maar in de zomer zitten er kennelijk veel vogels, want de meeste graven zitten vol vogelpoep. Toch is het heel indrukwekkend. De tekst in onze Literarische Reiseführer Breslau is waar: “Dat Breslau een Duitse stad was, ziet men nu – wat een bittere ironie van de geschiedenis – nergens duidelijker dan op het joodse kerkhof. Op de meer dan 15.000 grafstenen vind men naast hebreeuwse teksten vooral Duitse opschriften, met talrijke literaire citaten van Goethe of Lessing.”  De joodse gemeenschap in Breslau was beïnvloed door  Haskala, een verlichtingsbeweging die gericht was op  assimilatie met de andere bevolking. Het kerkhof is gesticht in het midden van de 19 eeuw en er is tot 1942 begraven.  Toen is het kerkhof door de Nazi’s gesloten. Eind februari 1945 lag het in de vuurlinie van de gevechten om de vesting Breslau. Op talrijke graven zie je daar nog sporen van. Daarna is het lange tijd aan zijn lot overgelaten. Pas in de 80er jaren is men begonnen met het opknappen en heeft het kerkhof de status van museum voor grafarchitectuur gekregen. Dat de tuin er toen beter uitzag dan nu laten de talrijke foto’s zien in het informatieboekje  dat je kan kopen bij de kassa. Kennelijk is er nu onvoldoende geld om het kerkhof goed te onderhouden. Er liggen talrijke bekende mensen. Wij staan even stil bij de graven van de ouders van Edith Stein, Siegfried Stein, haar vroeg overleden vader, en Auguste Stein, haar moeder.

wroclaw wandeling 4

woensdag 13 maart 2013

Eén van mijn vriendinnen wil heel graag  de oude universiteit, gelegen aan de Oder,  bekijken. Daarin bevindt zich immers de aula Leopoldina, de mooiste zaal van de universiteit, genoemd naar de stichter van de Universiteit, Keizer Leopold I van Duitsland. De zaal is van onder tot boven versierd met fresco’s, schilderijen en beeldhouwwerken. Behoorlijk overdadig, maar wel indrukwekkend. Later klimmen we alle trappen op naar de mathematische toren. Hier ligt in marmer de lijn van de 17e meridiaan en hangen foto’s van het in 1945 verwoeste Wroclaw. Nog één trapje op en dan staan we buiten op de trans. Op de vier hoeken beelden van de vier faculteiten:theologie, filosofie, recht en medicijnen. Een mooi uitzicht op de stad ontvouwt zich. Als we weer beneden zijn lopen we het Universiteitsplein af en stuiten op een gevelsteen met daarop de naam van Edith Stein. Ze studeerde hier van 1911 – 1913 geesteswetenschappen. Ik kom haar later nog veelvuldig tegen op wandeling 3.  Via twee kloosters en twee kerken geraken we aan een grote markthal uit het begin van de 20e eeuw. De hal is nog als overdekte markt in gebruik. Veel groenten, fruit, vlees en brood, maar ook bloemen en grafkransen. Langs de Oder gaat de wandeling verder, over de Poolse hoogte, een verhoging uit de tijd dat Wroclaw nog een vesting was, naar het Nationaal Museum. Later in de week bezoeken we het museum, met veel Poolse kunst, maar ook een aantal schilderijen uit Nederland en Vlaanderen. Nu gaan we verder naar het Panorama Raclawice. Een panorama zoals panorama Mesdag in Den Haag. Dit panorama stelt de slag bij Raclawice voor uit 1794, waarbij de Polen de Russen versloegen. Overigens niet voor lang, want een jaar daarop verdween Polen voor een eeuw van de kaart. In 1893 werd ter herinnering aan de slag dit schilderij gemaakt door Jan Styka. Het stond oorspronkelijk in Lwow, maar na WOII, toen Polen naar het westen opschoof en Lwow in de Sovjet-Unie kwam te liggen, hebben de Polen uit Lwow, die zich in grote getale in Wroclaw vestigden, dit doek meegenomen. Het kon echter vanwege de Russen niet tentoongesteld worden. Pas in de 80er jaren is het geheel gerestaureerd en is er een gebouw omheen gemaakt. Met een Nederlandse audiotour genieten we van de verhalen over dappere Poolse boeren die met zeisen de Russische troepen te lijf gingen.

wroclaw wandeling 1

dinsdag 12 maart 2013

Met twee vriendinnen vier dagen naar Wroclaw. Ik was daar in 1971. De stad lag toen nog grotendeels in puin. Het was er grauw, arm en unheimisch.  Als links-georienteerde student was ik in één klap genezen van het idee dat het communistische systeem beter was dan het kapitalistische. Nu had ik de gelegenheid de stad opnieuw te bekijken. Met een literaire reisgids “Literarischer Reiseführer Breslau” van Roswitha Schieb onder de arm, allereerst een rondwandeling gemaakt rond de oude Markt, de Ring (of op zijn Pools de Rynek) . De Ring is het centrum van de stad, zoals Karl Schlögel in zijn boek “Steden lezen” schrijft. “handelsplaats, plaats van samenkomst en feestzaal van de stad in één. De belichaming van burgerlijke traditie is een raadhuis waaraan iedere generatie iets nieuws toevoegt.”  Schlögel betoogt ook dat de stad zich blijft vernieuwen, een levende bewegende stad is. “zelfs aan de Ring houdt het de tijd steeds bij en laat tussen de barokhuizen ruimte vrij voor een jugendstilgevel, voor een elegante Bauhausfacade van apotheek de Moor en voor een kantoorgebouw van acht verdiepingen uit 1929.”  We bekijken de gevels, fris in het koude maartzonnetje, genieten van een koffie in de onvermijdelijke Starbucks en staan stil bij een levend standbeeld.

 

rondje oss

zondag 3 maart 2013

Het laatste Kunstschrift gaat over Piet Meiners, een vergeten kunstenaar uit de Amsterdamse School. Het museum Jan Cunen in Oss heeft een tentoonstelling ingericht over hem. Leuk, ik ben nog nooit in Oss geweest. Van internet download ik een wandeling “Rondje Oss” geheten. En ik ga op pad. Volgens “rondje Oss” is Oss op het eerste gezicht een vrij jonge moderne woonplaats, maar gaat de geschiedenis ver terug. Oss heeft stadsrechten gekregen eind 14e eeuw. Had in de 15e eeuw een omwalling met grachten, twee stadspoorten en een kasteel. En op het kruispunt van handelswegen – de Heuvel in het centrum van de stad –  een wekelijkse markt. Hoewel geplaagd door oorlogen en een grote stadsbrand in de volgende eeuwen herstelt Oss halverwege de 18e eeuw. Een nieuw stadhuis op de Heuvel (dat er inmiddels ook niet meer staat), nieuwe molens. Oss wordt centrum van de boterhandel. De industriele revolutie van de 19e eeuw zorgt voor veel slopen en bouwen in de stad. Weg met de omwalling, de poorten en de grachten. Grote fabriekscomplexen (Jurgens, margarine) ontstaan. Inmiddels zijn die ook grotendeels gesloopt. Soms is daar aardige nieuwbouw voor in de plaats gekomen, maar heel vaak niet.
De wandeling voert dus langs vele gebouwen die er niet meer zijn. In het plaveisel is middels grote punaises zichtbaar gemaakt waar de omwalling heeft gelopen. En de omtrek van het oude kasteel is met witte beschildering op het parkeerterrein zichtbaar gemaakt. In de verzakte grafsteen bij de monumentale grafzerken van de familie Jurgens zag ik een metafoor voor het historisch erfgoed in Oss. De nauwe doorgang “t Gengske”, een oud kerkenpad naar een schuilkerk, is desolaat,  alle panden staan leeg. De glasplaat bij het voormalige kasteel, waardoorheen je oude stenen van een toren zou kunnen zien, is geheel groen uitgeslagen. Maar het museum Jan Cunen, aan het eind van de wandeling, maakt veel goed. Een schitterend pand uit eind 19e eeuw, gebouwd voor een telg van de Jurgensfamilie. Gek genoeg, of misschien wel kenmerkend, is dat op de site van het museum met geen woord gerept wordt over het historische karakter van het gebouw.  Binnen heb ik genoten van de verstilde schilderijen van Piet Meiners. Maar van ook de confronterende foto’s van hutjes van illegalen bij Calais van Henk Wiltschut, en de nieuwe muurschilderingen “Pizzeria Vasari” vol verwijzingen naar schilders van Gijs Frieling in de Trouwzaal van het museum.