Archive van september 2014

erfgoedroute bergherbos

woensdag 24 september 2014


Op een zeer mooie nazomerdag met de wandelgroep van oud-collega’s V&V plus naar Beek (Montferland) gereden. Natuurmonumenten heeft twee wandelingen uitgezet in een wandelapp: Erfgoedroute Bergherbos 1 en 2. Na de koffie met de uitstekend smakende appel-notentaart zijn we op weg gegaan. GSM in de aanslag. Het  bos is gelegen op een stuwwal in Montferland, tegen de Duitse grens. Dat die grens in de loop der tijden niet altijd op dezelfde plaats heeft gelegen laat een gedeeltelijk herstelde loopgraaf uit de eerste wereldoorlog zien. Deze loopgraaf lag toen op Duits gebied. En is aangelegd om een aanval vanuit Nederland af te slaan. Het bos is al oud, kent vele soorten bomen. We zien bijvoorbeeld eikebomen met heel korte stam en daarboven een prachtig uitgegroeide brede kruin. Door de regen die ‘s nachts gevallen is, is de grond behoorlijk vochtig. En er groeien overal paddestoelen, stuifpaddestoelen, stinkzwammen, vliegenzwammen, elfenbankjes en nog veel meer. Het lijkt een oud bos, echt natuur. De wandelapp helpt ons uit de droom. Het bos is vele malen gekapt en weer opnieuw geplant. En overal zijn ingrepen van de mens. Wat lijkt op een natuurlijke drinkplaats, blijkt een waterlepel aangelegd voor het wild. Kuilen in het landschap zijn een gevolg van inslagen van bommen in de tweede wereldoorlog, of verderop van de winning van ijzererts uit klapperstenen, waarvoor men langwerpige kuilen groef. Hotel Montferland, waar we pauzeren met een kopje thee, ligt op een heuvel. Ook niet een natuurlijk element, maar een door mensenhanden gemaakte motte. Een versterking, van waaruit men de omgeving kon beheersen, net als de burcht in Leiden. Zelfs de beek die we tegenkomen is een door mensen aangelegde spreng. Maar mooi is het allemaal wel.  De herfst kleurt al verschillende bladeren. En een spin heeft midden op het pad een groot web gemaakt. Het lijkt te zweven in de lucht. Aan het eind van de wandeling drinken we in pleisterplaats ‘t Peeske gezellig een biertje.

wandeling vesting gorinchem

maandag 8 september 2014

plattegrond gorinchem atlas de wit 1698

Plattegrond van Gorinchem in Atlas de Wit.

Weer zo’n mooie nazomerdag. Woensdag 2 september is het. Samen met mijn broer loop ik weer een vesting rond. Nu Gorinchem. Vanaf het station zijn we binnen vijf minuten in de vesting, daar waar vroeger de Kanselpoort heeft gestaan. Nu een coupure in de wal. Duidelijk zijn de vertikale sleuven - schotbalksponningen - te zien,  waarin bij hoog water schotbalken geplaatst kunnen worden. Er staat een routebordje vestingwandeling, dat tegen de klok in wijst. Dat doen we. Het blijkt overigens het enige bordje te zijn dat we onderweg tegenkomen. De vestingwallen zijn nog geheel intact. Onderweg kom je van alles tegen. Een grote grijze bunker, caponnière genaamd. Met een gedicht van Ida Gerhardt, één van de grote dochters van Gorinchem. De enig overgebleven stadspoort – de Dalempoort – waardoor je op de uiterwaarden komt. Plantsoenarbeiders zijn hier bezig het bruggetje schoon te spuiten. De aanlegplaats van de veren over de Merwede, met een schitterend zicht op de rivier. Twee molens op de wallen, de Roos en Nooit Volmaakt. De laatste wordt vanuit een hoogwerker geschilderd, een bijzonder silhouet tegen het licht in. Maar ook een te groot zorgappartementencomplex, waar nog veel leeg staat, een lelijke parkeergarage nauwelijks verborgen in het groen. En een krot aan de Altenawal, met gaas en prikkeldraad beschermd tegen verder verval. Na rond gelopen te zijn, wandelen we in het stadje de stadswandeling en bekijken de geschiedenis van de Gorinchem in het museum op de Grote Markt. De kranten staan deze dagen vol met commentaar op de barbaarse onthoofdingen van Amerikanen door de islamitische strijders en het openen van het eerste vondelingenluik in Papendrecht. In Gorkum blijkt dat er niets nieuws onder de zon is. In het museum zien we een prent met de onthoofding van de edellieden Egmond en Hoorne in 1568 op de Grote Markt in Brussel en bij het voormalig weeshuis zit in de zijmuur het Vondelingenluikje.

Bij de VVV:
“wandelen door heden en verleden van Gorinchem, vestingwandeling”
“stadswandeling Gorinchem”

Link: site over de hollande waterlinie, waar Gorinchem deel vanuit maakt.

wandeling vesting delft

vrijdag 5 september 2014

 

delft atlas de wit 1698

delft atlas de wit 1698

Op een mooie nazomerdag met mijn vriendin Miriam naar Delft. Ze kent Delft goed, maar wil met mij wel aan de hand van de Atlas de Wit rond de vesting van Delft lopen. We beginnen met een kop koffie bij het Stadskoffyhuis aan de Oude Delft. We lopen de Oude Delft uit naar het begin van onze wandeling, daar waar de Oude en de Nieuwe Delft elkaar raken  en waar twee stadspoorten gestaan hebben, de Schiedamse en Rotterdamse Poort. Daar is nu niets meer van over als alleen een plaquette bij een boom. Maar we kennen hun beeltenis wel. Johannes Vermeer heeft ze immers geschilderd op zijn “Gezicht op Delft”. We lopen naar de andere kant van het water, om te zien wat hij toen gezien heeft. Alleen de toren van de Nieuwe Kerk en de loop van het water is nog hetzelfde. Terug op de route kost het moeite om te bepalen hoe de Zuidergracht hier gelopen moet hebben. Een deel is gedempt in de wederopbouwjaren en daarop is grootschalige nieuwbouw ontstaan. Maar we vinden tussen de huizen het restant van de gracht terug en erlangs loopt een wandelpad door een smal stukje groen. We komen netjes uit bij de enig overgebleven stadspoort (Delft had er zeven), de Oostpoort. Mooi gerestaureerd met nog een stukje stadsmuur eraan. Langs de oostkant van Delft is het prettig wandelen, wandelpad in het groen. De bomen kleuren al. We passeren de restanten van twee vestingtorens, de Rietveldse toren, waarop een woonhuis is gebouwd, en de Huybrechtstoren, waaraan nu een botenhuis vast zit. Aan de noordkant is het weer even zoeken. De gracht is hier eind 19e eeuw gedempt en er ligt nu een plantsoen met hoge bomen en aan de rand die typisch grote herenhuizen die je overal vindt aan de rand van de stadssingels. Het laatste stuk – langs het spoor – is één grote bouwput. Eindelijk wordt de spoortunnel aangelegd. Molen de Roos, de laatst overgebleven molen van de stadswallen, staat er middenop en even verder de Bagijnetoren. Deze is 15 meter verplaatst in verband met de aanleg van de tunnel. “Moeten we dit lelijke stuk wandelen?”, vraagt mijn vriendin. “Ja” zeg ik, bedenk maar hoe het er in 2017 uitziet. Water terug in de Spoorsingel, het bolwerk hersteld, dat gelegen heeft voor de Waterslootpoort. Het komt er weer een beetje uit te zien als op de plaat in Atlas de Wit”.