Een dochter van een dierbare vriend krijgt een baby. Ik reis met die vriend mee om de baby te bewonderen. Zij wonen in Frankrijk in Langrune-sur-mer. Blijkt dat midden op Juno Beach te zijn, één van de invasiestranden. Vanochtend gelopen van Langrune-sur-mer naar Courseulles-sur-mer en weer terug. Ongeveer15 km. Grotendeels over een verharde kade, soms door een piepklein stukje duin. Het weer is zacht, de lucht grijs, het water zeegroen. De kades staan vol met huizen, die zo te zien voor het merendeel in gebruik zijn als vakantiehuizen. Nu potdicht met rolluiken. In januari is hier alles gesloten. Ook het Juno Beach Centrum in Courseulles, waar veel te zien is over de landing in Normandië. Maar de gedenktekens zijn wel te zien. Soms met foto’s. Nooit geweten dat de landingstroepen vouwfietsen bij zich hadden.
Op de laatste dag van het jaar, continue begeleid door vuurwerkknallen, de 7,5 km lange rode paalwandeling door de Horsten gelopen. Grijs, tamelijk warm weer. Weinig wandelaars. Een enkele jogger. De rode paalwandeling loopt langs de randen van de Horsten. Langs de weilanden in Voorschoten, langs het plekje van Jan, even gewacht en nagedacht over dit jaar, verder over een zeer nat en glibberig paadje. Op de achtergrond de treinen. Pad loopt bijna tot de andere uitgang aan de Duivenvoordse kant. Verder over een asfaltpad. Langs één van de boerderijen die afgebroken wordt. Een apparaat van een sloopbedrijf staat al voor de deur. Dan over een pad dat ik nog nooit had gelopen, richting afgeschermd bezit van de koninklijke familie. Grote hekken, midden in het water, bewaking met marinegroene camera’s. Een dicht hek met een wacht. Gauw doorlopen. Langs de seringenberg, nu kaal. De drukte van de Rijksstraatweg is dan dichtbij. De wandeling loopt dicht langs het hek. Je kan zo op de weg kijken. Het theehuis is dicht. Maar aan het eind, bij het hek aan de Papeweg staat een tafeltje met ondernemende kinderen. Ze verkopen oliebollen, gebakken door hun oma. Een kwartje per stuk. Ik heb er wel eentje verdiend, denk ik zo.
Zondag wilde ik fietsen van Amsterdam naar Heiloo. De dag begint met een slappe band. Eerst gekeken of ik een gaatje kan vinden, maar dat is niet het geval. Misschien het ventiel niet goed gesloten denk ik en ik pomp de band goed op. Een uur later vertrokken, omstreeks elf uur. Hetzelfde weer als zaterdag. Amsterdam uit, met de pont naar Amsterdam noord. Ik fiets een stuk langs de route die ik vorige week heb gewandeld, maar dan in de omgekeerde richting. Het gaat moeizaam, ik moet hard werken, want de band loopt langzaam leeg. En zo’n brede band geeft dan veel weerstand op de weg. Met de wind tegen kom ik niet boven de 15 km. per uur uit. In Zaandam is volgens het boekje de plek te zien waar de schilder Monet gelogeerd heeft tijdens zijn verblijf in Nederland. Ik fiets rond de plek, in zachte regen en met een zachte band, maar vind het niet. Geen staatnaambordje, geen infobord, niets. Toch heeft Zaandam een heel boek gewijd aan het verblijf van Monet. Het Czaar Peterhuisje is er nog wel. Het staat in een erbarmelijke omgeving. Een deel van de straat is gesloopt en opgevuld met grote kantoren. De route loopt langs de Zaan en over het terrein van de Zaanse schans. Het is daar druk met veel Japanse toeristen. In buitengewoon mooi zonlicht fiets ik verder richting Wormer en bewonder daar een historische industriewand met 19e eeuwse pakhuizen. Met namen als Donau en Koningsbergen. Twee namen waar ik fijne fietsherinneringen aan heb. Langzamerhand begin ik in te zien dat ik deze tocht niet tot Heiloo kan volhouden. In Krommenie stap ik op de trein. Vast besloten deze etappe in januari of februari af te maken.
Een weekendje fietsen. Vanaf Nieuwveen, waar ik in de zomer gestrand was vanwege het zeer slechte weer, eerst naar Amsterdam. Ongeveer 50 km, met de aanloop vanuit Woubrugge erbij. Noord-noord westen wind, die ik de hele dag houdt, 4 graden en zo nu en dan een bui. Maar wat een zon tussen die donkere wolken door! Bij Nieuwveen pikt ik de route op. Grotendeels langs kanalen en rivieren vandaag. Eerst langs de Drecht naar Bilderdam en vandaar via het heel smalle fietspad langs het Amstel-Drechtkanaal. Ganzen en schapen versperren me de weg. Heel veel meerkoeten lopen in het gras. Een formatie ganzen vliegt over. Na Vrouwenakker zie ik in de stralende lage zon de boerderijen met namen als Odessa. (Die stad zou ik graag nog eens bezoeken). In Uithoorn pauzeer ik bij het stilte monument bij het Thamerkerkje. Een werk van Karin Daan, bedoeld om te herdenken. En dat doe ik dan ook. Bij Ouderkerk aan de Amstel bezoek ik het Portugees Joods kerkhof. Door het drassige gras bekijk ik het oudste deel met tombes als graven. Na een korte bui, weer verder langs de Amstel. Je komt er van alles tegen. Een 16e eeuwse banpaal, grens voor verbannen personen uit Amsterdam, een standbeeld van Rembrandt, onderdeel van een nieuw Rembrandtpad vanaf het Amstelhotel. Ook veel hardlopers en roeiers. Maar maar weinig fietsers. En het is zo mooi om via de Amstel de stad binnen te fietsen.
Uit het boekje “Wandelingen door het Amsterdam van Geert Mak” vandaag met Miriam een stuk gelopen door Amsterdam Noord. De pont genomen naar het NDSM gebied. De pont is heel druk. Er blijkt een grote rommelmarkt te zijn op het terrein van de voormalige werf NDSM. Een groot gebied, deels met nieuwe, soms futuristische gebouwen, maar ook nog veel braakliggend terrein en half afgebroken gebouwen. We wandelen door naar tuindorp Oostzaan. Een groot dorp, gebouwd in het begin van de vorige eeuw, bedoeld als fatsoenlijke huisvesting voor arbeiders. Eén huisje is ingericht als museumwoning, omdat bij vertrek van de bewoner bleek dat het nog geheel in oorspronkelijke staat was. Het is druk in dit museumpje. Buurtbewoners komen langs voor een praatje. In 1960 heeft dit gebied twee weken onder water gestaan door een dijkdoorbraak. Mooie filmopnamen vanuit de lucht laten ook zien dat het dorp ruim is ontworpen. We lopen door naar het Zonneplein. De winkels hier hebben het moeilijk. In het verenigingsgebouw het Zonnehuis zou een lunchroom moeten zitten, maar alles is dicht. Via de Landsmeerdijk, een oude dijk langs het IJ, met een heel laag gelegen polder, komen we aan de Buiksloterdijk. Met prachtige houten huisjes. De Zaanstreek is niet ver weg. Door het Disteldorp en de Van der Pekbuurt - beiden voorbeelden van vroege sociale woningbouw - komen we weer aan het IJ. Binnen 5 minuten staan we op het Centraal Station.
Een berichtje in het Leids Nieuwsblad “gebruiksvriendelijke route fietsers Via 44 opengesteld” doet mij vanmiddag de fiets pakken. De Via 44 is met de Velostrada (die langs mijn huis loopt) één van de twee snelle fietsroutes die tussen Leiden en Den Haag wordt aangelegd. Als ik nou via de Velostrada heen ga en via de Via 44 en een stuk Velostrada weer terug, dan heb ik toch een aardig fietstochtje afgelegd en kan ik meteen zien hoever alles inmiddels gevorderd is. Het weer is aanvankelijk niet denderend, een fikse regenbui bij station Voorschoten, maar allengs klaart het op en in Den Haag schijnt zowaar een laag zonnetje. De wind is wel stevig.
De Velostrada is tot Leidschendam gereed. Een mooi pad, ook heel rustig, zeker met dit weer. In Leidschendam is het nog wat zigzaggen door een woonwijk. De graafmachines staan in de berm bij het spoor al klaar om ook daar een mooi recht fietspad te trekken.
Aan het eind ga ik via de knooppunten 56 en 32 richting Via 44. Dwars door het Haagse Bos, langs Huis den Bosch. De vlag waait in top. De Via 44 loopt voor een groot deel langs de Rijksstraatweg. Dat is druk. Op deze zondagmiddag zoeven vele auto’s mij tegemoet. Het kruispunt bij de Horsten is opgebroken, via een omweg kom ik uiteindelijk weer op de Via 44. Hier in Wassenaar moet nog het een en ander gedaan worden. Wassenaar uit ligt een glanzend rood fietspad dwars door de weilanden. Leiden is dan gauw bereikt. Ik dacht nog even de film “search for the Afghan girl” mee te pakken die hoort bij de fototentoonstelling Masters of Photography. Maar dit weekend draaien ze expeditiefilms. Het begint al donker te worden als ik het laatste stukje Velostrada afleg naar huis. De groene ledlampjes branden al. overzichtskaart snelfietsroutes den haag-leiden
Op de laatste mooie dag van deze zomer een fietstocht / wandeling gemaakt in mijn eigen dorp. Aan de noordkant van het dorp is het landgoed Berbice opengesteld. Ik heb daar al eens gelopen (zie vorige blog ). Nu is er een wandeling uitgezet met grappige rode paddestoelen, de orangerie is open, er speelt een blokfluitorkest. Het lijkt nu minder verwaarloosd dan toen ik er drie weken geleden liep. De vrijwilligers hebben zeker hun best gedaan. In de orangerie kun je rozencertificaten kopen, zodat de oude rozentuin weer aangelegd kan worden. Een mooi initiatief. Stom genoeg heb ik geen contant geld bij me.
Ook het raadhuis is opengesteld. Ik bekijk de galerij met de burgemeestersportretten. Burgemeester Verver, waarnaar onze straat heet, en die zo in opspraak is geraakt in Schiedam dat we een verzoek hebben ingediend om de straatnaam te wijzigen, hangt er nog pontificaal. Als enige in kleur.
Op naar de zuidkant van het dorp, naar het klooster Bijdorp. Met Jan ben ik er vaak langs gewandeld. Het was nooit open. Nu heb ik de kans om daar te kijken. Een enorme tuin, deels park, deels groenten- en bloementuin. Ook een groot weiland. Het terrein loopt door tot de Vliet. Niet veel mensen nemen de moeite om zover door te lopen. Door een met bomen omzoomd pad, overgroeid met mos, kom je aan het water. Er staan twee banken. Maar hier is niemand te bekennen. Ik loop terug naar het klooster, om de kapel te bekijken. Er staat een lange rij. De wachttijd is een half uur. Maar binnen wacht een drietal aardige toelichtingen. Eén in de kamer die van de laatste bewoners voor de nonnen in originele staat moest blijven, één in een kleine ruimte met schatten als misboeken, kelken en een verzameling poppen met habijten door de eeuwen heen en één in de kapel. De laatste non eindigt haar verhaal met dat ze het nu genant goed hebben.
Na een schitterend voorjaar beleven we een koude, winderige en natte julimaand. Mijn plan is deze etappe in twee dagen af te leggen. Eerste dag van Blaricum (de Tafelberg) via de Loosdrechtse plassen en langs de Vecht naar Breukelen en dan pal west naar Nieuwveen. De tweede dag de rest, naar het noorden, dwars door Amterdam, grotendeels langs de Amstel en vervolgens via de Zaanstreek omhoog en dan via een kronkel naar het westen (Egmond en Bergen) en een kronkel naar het oosten (Winkel) naar het eindpunt St. Maarten. Het loopt anders. Als ik het treinstation Naarden-Bussum uitstap regent het al. Die bui houdt gauw op. De hele eerste dag blijft het koud met harde wind uit het westen. Zwaar fietsen, maar ik haal Nieuwveen op tijd. De volgende dag echter is het koud (12 graden!), harde westelijke wind en plensregen. Dat is teveel van het goede. Van Nieuwveen is het maar 30 km. naar huis. En dat heb ik gedaan. Het vervolg van deze etappe houdt u dus nog te goed.
Vanaf station Naarden-Bussum is het ong. 5 km naar de Tafelberg. Via de Oud Blaricummerweg door het bos en over de hei. Ik ga restaurant de Tafelberg in voor koffie met appeltaart en een stempel. Het meisje dat ik aanspreek heeft nog nooit van een stempel gehoord, maar als ik het boekje laat zien, gaat zij er een oudere dame bijhalen. En die zegt” Oh, u bent de eerste, even zoeken waar ik hem gelaten heb”. En inderdaad uit een laatje onder de kassa komt het stempel met kussentje te voorschijn. En onder applaus van het personeel wordt een stempel in mijn boekje gezet. Ze wijst me waar de Tafelberg ligt, schuin achter het etablissement. En door de hei fiets ik daar naartoe om er officieel te tweede etappe te beginnen. Grappig dat deze lichte verhoging in het landschap heet naar het beeldmerk van Zuid-Afrika. Er volgt een mooie route door bos - met buffels - en langs de Vecht. De wind is behoorlijk zwaar en bij Breukelen besluit ik een stukje af te snijden en rechtstreeks door te fietsen naar Spengen. Het regent nog steeds niet, maar zomerweer is anders. Spengen doet helemaal niet aan Spanje denken! Even ten noorden van de Nieuwkoopse plassen gaat het pad dwars door de weilanden. Met moeite haal ik nog 11 km. per uur. Zie wel de Russische namen van de boerderijen. De lourdesgrot achter de kerk in Noordeinde vereer ik met een bezoekje. Zou zo’n grot in de stad kunnen? Of zou dat meteen aan vandalisme ten onder gaan. Als ik de tuin uitga, komen drie opgeschoten jongeren erin. Hangplek of devotie? In Nieuwveen word ik hartelijk ontvangen door de heer des huizes van een Vrienden op de fiets adres. Hij heeft de TV aanstaan. Tot mijn ontzetting blijkt die morgen een Noorse gek een moordpartij gehouden te hebben op een eiland vol sociaal democratische jongeren.
De weersvoorspelling is slecht, maar het valt het mee. Onverwacht mooi weer met prachtige wolkenluchten, soms heel donker. Er valt geen regen gedurende dagen dat ik deze route fiets. De aanrijdroute over de waddendijk van Harlingen naar Zurich is meteen een plaatje. In Zurich een stempel gehaald bij de plaatselijke hengelsportwinkel. De etappe kringelt eerst oostelijk naar Wiuwert. Middenin zit de Slachtedijk, een onverhard graspad, nu nagenoeg onbegaanbaar door de vele regen. Gelukkig heeft mijn fiets brede banden, bedoeld voor de wegen in Roemenië. Die bewijzen nu goede dienst. Wiuwert is de moeite waard. Daar zijn vier mummies te zien - je hoeft er dus niet voor naar Egypte -. En gelukkig is het kerkje open. De mummies die namen dragen als de goudsmit, de vergeten vrouw, de man met het kaakabces, en 14 jarig meisje overleden aan tuberculose zijn spectaculair. Zo goed zijn ze bewaard. Je vergeet dat je naar mensen kijkt uit de 17e eeuw. Verder maar weer naar het zuiden richting meren. Na de veerpont bij Gaastmeer is het Russisch orthodox kerkje in Hemelum snel bereikt. De deur staat open, binnen is een dienst aan de gang. Onbedekt van armen en benen als ik ben, blijf ik in de schaduw van de hal staan. De B&B de Zevende Hemel ligt op een steenworp afstand. Het is er inderdaad de zevende hemel. Mooie kamer, lekker bijzonder eten, gezellige eigenaar. De volgende dag breng ik door bij mijn vriendin Roos in Oudemirdum. En dan weer op de fiets voor het laatste deel van deze etappe. Langs de kliffenkust van Friesland - niet geweten dat ze die hebben - en passant het kleine haventje in Laaksum meenemend - via Nieuw Amerika en de Bremer Wildernis (een bosje) langs een klein Joods kerkhof in Tacozijl naar Lemmer. Verschillende keren heb ik deze dijk al gefietst, maar het kleine Joodse kerkhof is me nooit opgevallen. Het staat ook niet aangegeven op de dijk. Een paar grafstenen en een klein gedenkteken voor de slachtoffers uit deze streek die in Auschwitz zijn vermoord. Na Lemmer wordt het heel erg donker, en de wind gaat flink hard waaien. Ik snel over de oude zuiderzeedijk voorbij het voormalige vestingstadje Kuinre voor een kleine omweg door de Noordoostpolder. Daar ligt Viva Lavandula, een uitgebreide lavendelboerderij met allerlei soorten lavendelplanten. Dat doet aan de Province denken. Zij hebben er ook een restaurant met lavendeltaart, Dat smaakt curieus. Roept bij mij eerder de associatie op van zeep dan van eten. Niet veel verder ligt het buurtschap Nederland. Hier mag je zelf je stempel zetten in een heus stempelhok. Ik fiets nog even door naar Steenwijk. Vandaar kan ik met de trein naar de volgende etappe.
Dat vind ik een leuk thema, fietsen rond de wereld in Nederland. Langs allerlei plaatsen die een associatie of verband met het buitenland hebben. Als ik dan het advies opvolg om als ik alleen wil fietsen dat eerst in Nederland te proberen, dan is het wel zo leuk dat te doen via dit thema. Het boekje is mooi uitgegeven, maar onhandig van formaat. Te zwaar en te groot om in de map van de stuurtas te stoppen. Dus eerst de routebeschrijvingen gekopieerd van de twee etappes die ik deze zomer wil fietsen: Van Zurich in Friesland naar Nederland in Overijssel en van de Tafelberg bij Blaricum naar St. Maarten in Noord-Holland. Gelukkig zitten er losse kaartjes bij.