Archief van de categorie ‘rond de wereld in nederland’

fietsen rond de wereld in nederland zuid etappe 1

zondag 3 augustus 2014

 

etappe 1 van fietsen rond de wereld in nederland zuid

 

donderdag 17 juli 2014.

Wageningen – Velp. 63,1 km.

30˚ C. weinig oostenwind.

‘s Ochtends denk ik nog, waarom doe ik dit. Poezen een week alleen. Ik heb een heerlijke flat, met een prachtig balkon met uitzicht. Maar nu ik er zo’n 60 fietskilometers op het zitten, weet ik weer dat het heerlijk is om te fietsen. Met de trein naar Ede-Wageningen. De trein bij Leiden Lammenschans was het ene fietscompartiment al vol. Dus ergens anders ingestapt, Hans gebeld dat hij naar voren moet lopen in Alphen aan de Rijn. Samen naar Utrecht en daar overgestapt op de trein naar Ede-Wageningen. We moeten naar hotel de Wereld. Op de weg ernaartoe komen we langs vrienden: Alice en Henk. Daar even gestopt voor een kus, kop koffie en een gemberkoek, en dan begint de tocht echt. We fietsen Wageningen uit langs de uiterwaarden van de Rijn. Altijd een mooi landschap. Met het Leskesveer naar naar de Overbetuwe. Een laaggelegen gebied met weilanden, graanvelden, niet geknotte wilgen en boerderijen. Een ommetje naar Hemmen, waar we bij de kasteeltuinen pauzeren met een broodje en water. Het is warm, erg warm. Het tempo ligt niet erg hoog. Een alleenstaande man komt bij ons zitten en begint en praatje . Zijn vader heeft nog voor de baron gewerkt. “je hoeft niet terug te verlangen naar die tijd hoor!” De gps laat het afweten, als we van de weg afwijken, dan kan hij de route niet herberekenen. We fietsen verder op de beschrijving van Flip van Doorn. Dat gaat goed. In Elst, dat kennelijk ook behoorlijk beschadigd is in WOII, kijken we even bij de kerk. Hier zijn resten gevonden van romaans-gallische tempels. Jammer dat het vandaag niet open is.  In Driel stuiten we op cafe Zeldenrust. Vrienden van ons hebben die achternaam. Hans vindt dat we hier moeten pauzeren. Een biertje en een spa gaan er vlot in. Even verderop nemen we de pont over de Rijn weer terug naar de noordoever. Dan begint het klimmen langs de stuwwal. In Oosterhout is het heel oude kerkje open. Een enthousiaste mevrouw vertelt dat het een romaans kerkje is. Verwoest in WOII, en daarna teruggerestaureerd naar de romaanse toestand. Zou nu – met de huidige inzichten bij monumentenzorg – niet meer mogelijk zijn. Wel bijzonder. In de grond is een aarden pot gevonden met as. Blijkt terug te gaan op oude riten van de katholieke kerk, waarbij as verstrooid werd in een kruis en daarna in een pot in de grond gestopt. Hier is in WOII ook erg gevochten door de Engelsen in de mislukte slag om Arnhem. De Engelsen zijn zo liefdevol opgevangen door de bevolking van Oosterbeek, dat ze nog elk jaar terugkomen voor de herdenking.

Verder klimmen maar weer naar Arnhem. Vergeefs gezocht naar een steen ter herdenking van een grote dochter van Arnhem, Marga Klompé. Niet gevonden in de Rijnstraat. Wel een lekker ijsje. Een mooie route langs Sonsbeek brengt ons naar  Bronbeek. Een Koninklijk Tehuis voor militairen die in Nederlands Indië gevochten hebben en nu museum. We kijken naar het statige gebouw met een bijzondere plantentuin ervoor. Daarop is de datum van vandaag te zien. Het blijkt dat het zo is ingezaaid dat elke dag tot september de juiste datum te zien is. Het thema dit jaar is de 100ste verjaardag van de militaire luchtvaart in Nederlands Indië. Vandaar is het niet ver meer naar Velp. Hans heeft het wel gezien voor vandaag. In een villawijk hebben we op de 2e etage een kamer van Vrienden op de fiets (VoF). De bewoners zijn niet thuis, maar hebben gebeld dat de sleutel ligt onder de bloempot. En dat is ook zo. Eerst lekker een douche en daarna een prettige Italiaan in het dorp. De wijn is prima.

Later blijkt dat er vandaag een vliegtuig van Malaysian Airlines uit de lucht is geschoten in Oekraïne. Heel veel Nederlanders aan boord.

tripcomputer: afstand: 57,8 km.,  max.snelheid: 39.9 km., gem.snelheid: 14.1 km., totaal gem. snelheid: 8,9 km., reistijd: 4,05 uur, stoptijd: 2,24 uur.

vrijdag 18 juli 2014

Velp – Eefde, 60,3 km.

warm, 30 – 34 graden C. bijna geen wind, soms een beetje ZO.

Vanuit de mooie villa uit 1903 vertrekken we om een uurtje of negen. Met de heer des huizes heb ik nog een gesprek over zijn tocht naar Santiago de Compostella (in slecht weer, dat lijkt me ook wel een rare ervaring in Spanje). Hij beveelt ons aan Bronbeek een keer te bezoeken. Zeer de moeite waard. We klimmen omhoog richting nationaal park de Veluwezoom. Eerst een bezoek aan de Emma pyramide. Een werkverschaffingsproject uit het eind van de 19e eeuw.  Ook toen al. Toen alleen een hoge heuvel, later is er een uitkijktoren op gebouwd, die in 2011 verhoogd is, om boven de gegroeide bomen te kunnen uitkijken. Boven in de toren zien we dat het nevelig is. Met moeite kun je de vuilverbranding bij Westervoort zien. Wel is aan de andere kant Arnhem en Velp goed te zien. De toren van de Eusebiuskerk in Arnhem en die van OLV visitatie in Velp.We gaan langs het Rozendaalse veld – een heideveld, maar we blijven meer in de bosrand. Daarna doen we de Posbank aan. Het restaurant gaat het open. en een kopje koffie – geserveerd door een oudere ober, die dat vandaag voor het eerst doet – gaat er natuurlijk altijd in. Van de Posbank helemaal naar beneden. Twee wielrenners halen ons in, de één wordt duidelijk gecoacht door de ander. Naar Rhenen, dat ook een vermelding heeft als Wereld in Nederland punt, omdat er ook een Rhenen in Duitsland ligt. Rhenen blijkt heel oud te zijn, in 920 al genoemd in een document.  Maar daar zie je niets van. De route loopt langs de rand van Rhenen. Na de Steeg gaat het weer steil omhoog – voor Nederlandse begrippen dan – Met de wandelgroep van Verkeer en Vervoer hebben we dit stuk ook een keer gelopen. Hans herinnert eraan dat hij toen opmerkte dat je dit beter kan lopen dan fietsen. In een klein verzetje kom je  rustig boven. We doen het sowieso rustig aan, want de zon brandt er aardig op los. We passeren het bos Hagenau. Volgens het boekje is dit een eerste aankoop van bos geweest van de stichting Natuurmonumenten. Nergens overigens een bordje. Dag bos. Een lange afdaling door een bosrijke laan naar Eerbeek. Het centrum is er een van dertien in een dozijn. Het is er druk en een terras brengt verkoeling en de hoognodige aanvulling van vocht. We zijn het nationaal park de Veluwezoom uit. Het landschap is hier weer vlak boerenland. Grasland, veel koeien, soms bruine en witte vleeskoeien met dikke billen, soms wat akkerbouw, veel maisvelden, we zien ook een veld met gladiolen, en monumentale boerderijen. Rustig en een beetje saai landschap. Ongeveer halverwege ligt het buurtschap Klein Amsterdam. Een groepje huizen, meest boerderijen. Niemand weet waarom dit Klein Amsterdam genoemd is. Uiteindelijk naderen we de IJssel voor het Dommelholts veer naar Gorssel. Dit veer, dat vanaf 1997 weer in de vaart is, is genoemd naar de familie die het in de dertiger jaren van de vorige eeuw exploiteerde.

Hans ontdekt in het veld zes ooievaars. Er blijkt hier aan de Eefdense Enkweg vanaf 1981 een project te zijn om de ooievaars te herintroduceren.  Nog een slingertje om Quatre Bras aan te doen, een plaatsnaam die in België verschillende keren voorkomt, o.a. bekend van de bekende slag tegen Napoleon in 1815.  En dan wordt het tijd om onze luxe B&B in Eefde op te zoeken.

tripcomputer: afstand: 61,79 km., reistijd: 4,39 uur, stoptijd: 3.01 uur, max. snelheid: 36,7 km., gem. snelheid: 13,3 km, totaal gem. snelheid: 8.0 km.

zaterdag 19 juli

etappe 1 deel 2 van fietsen rond de wereld in nederland zuid

Eefde – Hengelo (Gld). 55,6 km.

warm: 30 – 35 graden C., wind Z-ZO matig.

Het eerste deel van de tocht tot Bronkhorst was heel fraai, het tweede deel tot Hengelo tamelijk saai. Het slot met het bezoek aan het Achterhoeks museum was glorieus. En we zitten in een prachtig vrienden op de fiets adres, in een apart tuinhuis met eigen slaapkamer, woonkamer en badkamer. Met een glaasje rosé, verkoelend op deze zwoele zomeravond, schrijf ik dit deel van de fietsroute. Vanochtend uit onze luxe B&B Arissja Villa vertrokken. Het is al weer warm. Ook de wind is warm. Eerst een stukje langs de Berkel, het riviertje dat oost – west loopt naar Zutphen. Dan buigen we af naar het zuiden en via Almen, waar om 10 uur ś ochtends al mensen op het terras aan de koffie zitten, door de bossen van Natuurmonumenten naar Vorden. Het landschap is buiten het bos kleinschalig. Kleine percelen begrensd door bossages. In Vorden komen vele fietsroutes bijeen en het is een erkend punt om te pauzeren. We zien allerlei soorten fietsers, grijze bolletjes met elektrische fietsen, jonge gezinnen compleet met fietskarren en aanhangfietsen, en mensen zoals wij die een langere fietstocht maken. Na de koffiepauze doen we kasteel Vorden aan, een mooi gerestaureerd landhuis uit de 16e eeuw (met middeleeuwse restanten erin) met ophaalbrug en voorplein. Het is nu in particuliere handen, en je kunt er zelfs overnachten. We missen de Lodewijkslinde, waar Lodewijk XIV onder ruste aldus het verhaal.  Hij ligt kennelijk op een wandelpad, en gaan via Wichmond op Bronkhorst aan. Dit kleinste stadje aan de IJssel, zit vol met toeristen. en wij voegen ons daarbij voor weer een break om het geslonken vocht aan te vullen. We werpen een blik op het Dickensmuseum. Vragen ons af of het verhaal in het boekje op enige waarheid berust – dat het personage Scroogde in “A Chrismas Carol” gebaseerd is op een gierige koster in Bronkhorst – en beginnen aan  het laatste stuk naar Hengelo (Gld). Dat is een tamelijk saai stuk door weilanden en akkerland. Met nog een detour na Steenderen en een kleinere bij Bekveld, waarvan je je afvraagt waarom die erin zitten. Moe en bezweet bereiken we na 55 km. op de teller Hengelo. Daar staat het Achterhoeks museum dat bestaat uit de verzameling voorwerpen uit de tweede Wereldoorlog van de Hengelose bakkerszoon Jean Kreunen. Een verbazingwekkende collectie die verschillende perioden van de periode 1932 – 1947  in beeld brengen. Veel Duitse voorwerpen ook,  kerstballen met hakenkruis, duitse legeruniformen, etc. Echt de moeite waard om te bezoeken. Het vrienden op de fiets adres op de Ruurloseweg is een aanrader. Eigen tuinhuis met ruime huiskamer, eigen badkamer en slaapkamer. Jean Kreunen had Jansen en Jansen aangeraden om te eten. en op het terras daar is het heerlijk toeven met een glaasje wijn en een schnitzel.

tripcomputer: afstand: 55,62 km., max snelheid: 24,3 km. reistijd: 3,59 uur, stoptijd: 2.00 uur, gem. snelheid: 13,9 km., totaal gem.snelheid: 9.3 km.

20 juli 2014

Hengelo – Winterswijk

warm 30 – 35 graden C. nagenoeg geen wind, aan het eind van de dag een paar spetters in Winterswijk.

Een geweldig ontbijt in deze luxe vrienden de fiets. We stappen om half tien op de fiets, en rijden eerst naar het noorden, omdat daar het buurtschap Linde ligt, een plaats die in verschillende landen voorkomt. Linde in Gelderland heeft een molen en een zuil op de plaats waar een kapel gestaan heeft met de dichtregel van Staring. (Verheft zich hier geen bidplaats meer,  ’t Heelal is tempel voor den Heer) Dan gaat het door het landgoed van Zelle naar Varssel. Bij een kraampje stoppen we voor een flesje ijskoud water voor Hans.  Even daar voorbij breekt – voor de tweede keer bij deze fiets – de moer van mijn zadel.  Gelukkig reed ik bijna stapvoets, omdat we een zandpad opgingen. Het zadel schuift zo onder me vandaan. Wat nu? Hans stelt voor om terug te gaan naar het kraampje waar hij water gekocht heeft. Dat doen we, en dat is een goed idee. De kraam hoort bij een zorgboerderij en er is een meneer aanwezig die denkt dat hij op de boerderij wel zo’n moer heeft. Wij wachten met een kopje koffie en hoera, op de boerderij zijn drie zulke moeren aanwezig. Hij zet hem erop. En we kunnen weer verder. We zakken in zuidoostelijke richting. Het landschap heeft veel maisvelden. De mais staat nu hoog. De maisvelden en soms ook de weiden zijn bollend. alsof ze plaatselijk opgehoogd zijn. Veel rietgedekte boerderijen. Onderweg doen we Halle aan. Een eenvoudig dorpje, dat een beruchte naamgenoot heeft bij Brussel. BHV {Brussel – Halle – Vilvoorde), het toneel van hevige taalstrijd. Met een boog belanden we in Bredevoort. We gaan op het geluid van oude jazzmuziek af en een muziekgroep staat te spelen op een groot plein vlakbij de Markt en de St.Joriskerk. We strijken neer op het terras en luisteren naar een gratis zomerconcert op “t Zand van Jazzewind.

Naar Winterswijk is het dan  niet ver  meer. Tegen drieen zitten we alweer op een terras, nu bij hotel De stad Munster. Het is nog steeds drukkend warm. Een biertje smaakt goed. Ik breng Hans naar het station, en fiets terug naar Villa Mondriaan. Bekijk daar de tentoonstelling. En loop de Mondriaanwandeling.

tripcomputer: afstand: 55,33 km., max. snelheid: 22,9 km, reistijd: 3,48 uur, stoptijd: 2,16 uur, gem. snelheid: 14,5 km, totale gem. snelheid: 9,1 km.

 

 

fietsen rond de wereld in nederland etappe 3 deel 2

donderdag 4 juli 2013

gefietste etappe 3 den helder – zurich

donderdag 20 juni 2013

Den Helder – Oost-Vlieland 68,2 km

koeler dan gisteren, zo’n 20 graden, nevelig met zon door de wolken (soms), eind van de middag behoorlijke bui regen. Op Vlieland ook regen.

Ik ben vroeg wakker, lekker uitgeslapen. Het ontbijt staat weer in de koelbox voor de deur. Geen bestek ditmaal. Gelukkig heb ik altijd een zakmes bij me. Om even over 8 zit ik op de fiets. Via de Keizersgracht fiets ik naar de Havenweg en vervolgens naar de boot. De stad maakt zich op voor Sail. Matrozen op straat, veel met vlaggetjes versierde boten in de haven, mannen met id pasjes op hun buik. Ik ben toch een beetje nerveus over de boot. Gaat hij wel met de Sail? Maar ik hoef me nergens zorgen over te maken. De boot gaat gewoon, en hij is nog tamelijk rustig ook. Op Texel aangekomen wordt ik aangesproken door een fietser met ook een Vittorio fiets. Hij denkt dat ik niet weet waar ik heen moet en wil me helpen. Maar is sta te wachten tot de GPS de route heeft gevonden. Hij adviseert met eerst in het haventje van het Horntje te gaan kijken naar de grote windjammers die liggen namelijk hier afgemeerd voor de Sail Den Helder. Het is nogal nevelig, de grote driemasters doemen op in de mist. Zou het er in de 17e eeuw ook zo hebben uitgezien? Of waren het er toen meer of minder? Ik fiets terug om de route op te pakken. Eerst gaat het een stuk langs de waddendijk – buitendijks- tot Oudeschild. Dat blijft dus genieten van de oude schepen. De wind staat NO, en heb ik behoorlijk tegen. Bij Oudeschild staan veel mensen te kijken. Het is ook echt spectaculair. De route buigt nu naar binnen, over het Skillepaadje, een smal weggetje. Twee groepen met fietsende kinderen kom ik tegen. Het weggetje is in de 17e eeuw aangelegd om het goede Texelse water te vervoeren naar de schepen. In de verte zie ik de Hoge berg al liggen. Een bultje, overgroeid met bomen en struiken in het landschap. Vlak daarbij ligt de Georgische begraafplaats. Ik breng er een bezoekje. Alles is mooi aangeharkt. Niets verwijst naar de gruwelijke laatste oorlogsdagen toen de opstand van de Georgiers door de Duitsers zo bloedig is neergeslagen. Het is mooi om het eiland zo dwars over te steken. Je ziet die typische Texelse schapenboeten, tuunwallen (afscheidingen tussen de weilanden van gestapelde graszoden),  kleine houten huizen en grote stolpboerderijen. Natuurgraslanden, afgewisseld met akkerbouw en produktieweiden. En in de verte de duinen, die snel dichterbij komen. De tocht gaat nu weer naar het noorden. Door het bos van de natuurgebied de Texelse duinen. De wind is minder voelbaar. Ik passeer het Belzenbos, in het kader van de werkverschaffing door Belgische gevluchte mannen tijdens WOI aangeplant, hotel California – een qua architektuur niet interessant gebouw, en de Nederlanden, een prachtig kweldergebied. De route doet geen plaatsjes aan, gaat door de buitenkant van Oudeschild, vermijdt den Hoorn en de Koog, maar gelukkig kom ik onderweg op  de Zanddijk, een tentje tegen, waar de uitbater net alles aan het buiten zetten is. De frituur is nog niet heet, waarschuwt hij, maar koffie met warm appelgebak heeft hij wel. Ik schiet hard op en heb dus tijd om bij de Dromer van Rapa Nui – een beeld gemaakt door een kunstenaar van het Paaseiland, te kijken in de Eilandgalerij van Niek Welboren en Kerstin Edelmann.  Die is gevestigd in de voormalige school van Eiderland. Schilderijen, voornamelijk van luchten en zee, met keramiek geinspireerd door schelpen. Een klaslokaal is helemaal ingericht met oude schoolprodukten, schoolplaten, leesplankjes, schrijfmethoden, en andere parafernalia. Achter de school en de naastgelegen onderwijzerswoning is een grote tuin. Heel organisch vormgegeven. De beelden van  vallen daar helemaal op hun plaats. Ze horen daar.  Even verderop ligt het vliegveld van Texel. Daar is een klein museum bij, en blijkens een opschrift op het gebouw, is er een tentoonstelling over de Georgiers. Ook hier maar even naar binnen. Het gedeelte over de vliegtuigen sla ik over, het gedeelte over WoII, en dan speciaal het stuk over de Georgiers bekijk ik met interesse. Naast foto’s en teksten over de opstand, zijn er ook foto’s van het bezoek van de Georgische president Michael Saakasjvili, de  samen met zijn Nederlandse vrouw en de hoogste kerkelijk leider van de orthodoxe kerk van Georgië, patriarch Ilja II. Zo belangrijk vindt de nu weer onafhankelijke staat Georgië de opstand op Texel. Weer terug naar de duinen. En dan gaat het in een ruk naar de vuurtoren van Texel.  De duinen hier zijn kaal, net als vlakbij den Helder, met dezelfde velden van witgele bloemetjes. Tegen half vier sta ik bij het kantoortje van de Vriendschap, dat de overtocht naar Vlieland verzorgt. Een wankele houten steiger leidt naar de aanlegplaats van het schip. Als we vertrekken, 17.15 uur, regent het. De schipper moppert wat als ik niet snel genoeg de boot opdraai. ” he, die fiets is niet van chocola hoor”. Het is te koud en te nat om op het dek te blijven staan. Snel zien we de punt van de Vliehors - de Sahara van het noorden – die enorme zandplaat. Gedeeltelijk militair oefenterrein. Het regent nu hard. De gele vliehorsexpres rijdt door het water naar de aanlegsteiger. En op gaat het naar het Posthuys. De laatste keer dat ik hier was met Jan,  regende het ook zo. Toch besluit ik om niet rechtstreeks, maar via de route naar Oost-Vlieland te fietsen. Het is heerlijk rustig, heel fris groen. En ook emotioneel. Hier liggen mooie herinneringen.

tripcomputer: afstand: 85,6 km (incl. boottochten en rijtour met de vliehorsexpres), reistijd: 6.20 uur, rusttijd: 3,21 uur.

vrijdag 21 juni 2013

Oost-Vlieland – Wons 16,97 km

storm en regen, harde NW wind, grotendeels tegen, 17 graden.

Vanochtend giet het nog steeds. Geen weer om nog een dagje op Vlieland te blijven. Ik haal een ticket voor de boot van 12.00 uur. En loop de Dorpsstraat op en neer, op zoek naar een cadeautje voor Max en Petra die mijn kittens hebben opgehaald bij het dierenasiel. Verder kijk ik naar een blauwe fleece, omdat mijn oude fleece kapot is. Zowaar vind ik er eentje in de uitverkoop. Wat een mazzel. Ik loop nog een rondje rond het oude kerkje en over de begraafplaats erachter. Er liggen hier graven op hoogte, of zijn het urnen met een steentje ervoor? Het Diaconiehuis naast de kerk blijft een prachtig exemplaar van eiland architectuur, met zijn gele steentjes en opschrift. Om kwart over elf staan er al vele fietsers in de rij voor de boot. Ik ga er maar achter staan. De fietsen komen bij de auto’s op het autodek. Ik zoek een plaatsje boven en ben blij dat ik het boek van Kapuscinski “reizen met Herodotos”  bij me heb. Want buiten heb je nu niets te zoeken. Anderhalf uur later in Harlingen is het nog veel harder gaan regenen. De regenbroek heeft een scheur. Bij een sportzaak koop ik een goedkope nieuwe. Op naar Wons. De route loopt buitendijks, en daar krijg ik vol de wind vanuit het IJsselmeer. Het stormt behoorlijk, met zo nu en dan rukwinden. De golven zijn grijs en grauw en geen vogel of boot te zien. Zodra ik kan fiets ik over de dijk heen, om aan de andere kant iets uit de wind te fietsen. Naast mij razen de auto’s op de autoweg. Ik bereik Zurich. De vlaggen van het hotel staan strak in de wind. Voor Wons moet ik een stuk omrijden. Als ik de autoweg overgestoken ben, komt er nog een grote bocht over Cornwerd, voordat ik terug kan fietsen richting Wons. Het riet in de vaart naast mij ligt plat op het water. De bomen buigen door van de wind. Gelukkig heb ik hem nu even achter. In plaatsvan 8 km. per uur.  wat ik eerst reed, kan ik nu de 28 km.  halen. Maar voorzichtig, want er zitten her en der hobbels in de weg, en bij een boerderij ligt een grote hoeveelheid stront. In Wons kan ik aanvankelijk de B&B niet vinden. Buiten staat alleen een theeschenkerij Panta Rei aangegeven. als ik bel blijkt het wel pension ‘t Hert. Gelukkig een warm welkom.

tripcomputer: afstand:17,11 kmm gem. snelheid 11,3 km p/u

fietsen rond de wereld in nederland etappe 3 deel 1

woensdag 3 juli 2013
etappe 3 schagen - den helder

gefietste etappe 3 schagen – den helder

dinsdag 18 juni 2013
Schagen – den Helder, 44 km.

warm zonnig weer, 26 graden, eind van de middag iets koeler,zwoele zomeravond, matige wind, ZO-NO

De treinreis die ik wilde nemen, met de sprinter van 10,38 naar Haarlem, springt in mijn smartphone ineens op grijs. Seinstoring. In plaats daarvan de trein van 10.27 naar Hoofddorp, en dan nog een keer overstappen in Amsterdam Sloterdijk. Hier is de lift naar het perron niet te gebruiken. Gelukkig tijd genoeg, om eerst de tassen naar beneden te brengen en daarna de fiets. Om 12.07 zit ik op de fiets Schagen uit. Eerst een oude uitvalsweg, met huizen met bruggetjes over een sloot, al snel fiets ik langs de weilanden, afgewisseld met akkerland. De tocht gaat naar Haringhuizen en Barsingerhorn. Beide plaatsen ben ik wel eens geweest met een orgeltocht. In Barsingerhorn pauzeer ik even bij een oude tramabri. Er heeft vroeger een tramlijn gelopen van Schagen naar Hoorn. Verder maar weer, over een het noordelijk deel van de Friese omringdijk. Hier woonden walvisvaarders. Volgens het boekje hebben zij waarschijnlijk dit stuk Poolland genoemd.  Door de warmte heb ik niet echt associaties met hun strijd in de Noordelijke IJszee. Ik verlaat de Omringdijk en via een andere dijk, de Slikkerdijk, ga ik recht naar het noorden, naar Oudesluis. Hier is een weg langs een vaart, waarschijnlijk een overblijfsel van het stroomgat dat hier vroeger gelegen heeft en in de 16e eeuw is ingepolderd.  Er liggen oude boerderijen aan, die typische Noordhollandse stolpboerderijen, vierkant met een hoog puntdak, gedeeltelijk belegd met stro. Ik wil in Anna Paulowna pauzeren, maar daar heeft de modernisering toegeslagen in een ongezellig nieuw winkelcentrum. Dus verder maar, langs een lange rechte vaart tot een kleine pont over het noordhollands kanaal. Ik kom nu langzamerhand meer in de richting van de duinen en de zee. Ik verbeeld me dat ik hem al kan ruiken. Het straatmeubilair verandert na Julianadorp, felrode lantaarns leiden naar de zee. Het licht wordt lichter, nu door de kale duinen. Kaal wil hier zeggen, geen bomen en struiken, veel witte bloemetjes. Ook hier zijn grote grazers neergezet. Ze lopen sloom door een poeltje water. Het laatste stuk loopt langs de buitenkant van de dijk naar den Helder. Er fietsen hier veel mensen, op het water een enkele boot. Ik zie in de verte de veerpont naar Texel. Maar dat ga ik nog niet doen, eerst nog een dagje den Helder.

tripcomputer: 43,97 km., reistijd: 3 uur, gem. snelheid: 14,6 km per uur, rusttijd: 1.04 uur,  totale gem. snelheid: 10.7 km per uur.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 2 eind

vrijdag 14 juni 2013

 

gefietste etappe 2 en deels 3 alkmaar - schagen

gefietste etappe 2 alkmaar – schagen

Dinsdag 11 juni 2013 Zaandam – Schagen, 52,4 km.

iets warmer, ong. 18˚C, matige ZW wind, droog, een beetje zonnig.

Even over negenen weg. Ze blijft het me toch een beetje kwalijk nemen, de mevrouw van de Vrienden op de fiets. Nu had ze niet alles perfect kunnen voorbereiden. Ik ben wat van slag. Vergeet om de track aan te zetten van de GPS en de tripcomputer – die precies bijhoudt hoeveel ik fiets, hoeveel ik rust en wat de gemiddelde km. per uur is – op nul te zetten. Alkmaar is rustig en via een weg die ingericht is als toegans- en uitgangsweg voor de fiets, waar de auto gast is, verlaat ik de stad. Maar niet de gebouwde omgeving. St. Pancras is aan Alkmaar vastgebouwd. Ik maak een rondje om de Witte Kerk van St. Pancras, een gotisch kerkje uit de 16e eeuw, nu niet meer wit, omdat de muren in de 50er jaren ontpleisterd zijn. Niet lang daarna passeer ik het historische veiliggebouw van Broek op Langedijk. Hier is nu het Veilingmuseum gevestigd. Onlosmakelijk met de veiling zijn de 1000 eilanden verbonden. Hier werd de groenten geteeld die in de veiling werd verhandeld. Nu zijn de eilanden bebouwd met vaak sjieke huizen. Door wei- en akkerlanden (kool wordt hier verbouwd) kom ik uiteindelijk terecht in een heel modern uitbreidingswijkje bij Nieuwe Niedorp, met een bijna stedelijk allure. Hier ligt het huis met de kunsttuin, het Nederlands Kremlin, waar ik een bezoekje aan breng. Dhr. Leegwater heeft in deze tuin een aantal bouwwerken, waaronder de Basiliuskathedraal van het Kremlin, op geheel eigen wijze nagebouwd. De tuin is vandaag gesloten, maar ik mag even rondkijken. Het is net zo vreemdsoortig dit hier te vinden, als de tibetaanse tempel in het Groninger landschap, die ik in april tegenkwam. Tegen de wind in naar het westen kom ik aan mijn laatste stempelpost, camping de Wielen. Het is hier heel rustig, en de receptie is gesloten, maar het halletje voor de receptie bevat een krantenrek, met krantenkist, en daar ligt het stempel. Vanaf hier is het niet ver meer naar Schagen.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 2 vervolg

vrijdag 14 juni 2013
track Zaandam Alkmaar

track etappe 2 Zaandam – Alkmaar

maandag 10 juni 2013 Zaandam – Alkmaar 62,7 km.

behoorlijk koud voor de tijd van het jaar, ong. 15 gr., matige NW wind, droog en grijs.

Met de trein van 10.00 uur op pad. Om even over 11 stap ik uit in Zaandam. Het spiksplinternieuwe centrum in. De GPS aangezet en dat gaat fluitend. Rustig langs de Zaan. Een afwisseling van fabriekscomplexen, nieuwe appartementengebouwen, oude houten groenen zaanse huisjes en alles daar tussen in. Dit stuk heb ik al gefietst in december 2011, maar toen heb ik de winterroute gereden over Wormerveer en Krommenie. Nu wil ik over Oost Knollendam  met de twee pontjes. Ik passeer de Zaanse Schans, weer druk met fotograferende Jappanners, die nauwelijks uitwijken op het fietspad voor een fietser, en verderop bij Wormerveer de Zaanwand, met de bakstenen fabrieksgebouwen uit eind vorige eeuw. In Oost-Knollendam zie ik een zwartgeteerde schuur met daarop de tekst “Koningsbergen” met een ANBW bord. Ik stap af en wordt meteen aangesproken door de eigenaar, die er pal naast woont. De schuur, oorspronkelijk een zaadpakhuis uit de 17e eeuw,  stond oorspronkelijk in Jisp, moest daar weg en is hier opnieuw opgebouwd. Vol trots laat de eigenaar zien dat er nog originele planken zitten aan de buitenkant, zwaar geteerd, en ook heel brede vloerdelen binnen. Jisp had handelsbetrekkingen met Koningsbergen in Oost-Pruisen.  Ik vertel dat ik in Koningsbergen, nu Kaliningrad, ben geweest. Opgewekt ga ik verder naar de veerpont. Daar hangt een klein bordje met daarop de tekst: zaterdag 8 juni uit de vaart, ketting gebroken”. Er zit niets anders op dan terug te gaan naar Wormerveer en weer de winterroute te nemen. Ik zet de GPS uit, omdat hij me steeds wil laten omkeren. En in Wormerveer voer ik als bestemming het waypoint in waar ik moet uitkomen om de route weer op te pakken. En dat werkt goed. Vrij snel sta ik aan de andere kant van het Molletjesveer, het tweede veer op de zomerroute. Er volgt nu een prachtig stuk door het natuurgebied van Staatsbosbeheer Ham en Crommeneije. Nat grasveld met veel water, geel en rood van de zuring en de boterbloemen. Hier zie je grutto’s klapwiekend en schreeuwend in de lucht. Dichter bij Uitgeest is zijn de graslanden weer kaal en egaal groen. Her en der grote tractoren het gras. Maar veel is al gemaaid. Op een veld lopen een aantal kieviten verdwaald rond.  Via Limmen  naar Heiloo. Daar stap ik af bij de Maria ter Nood. Een bedevaartsoort rond een waterput, de Runxputte. Boven de put staat de spreuk: ” Als ge mij gaat eren, zal de wind gaan keren”. Dat blijkt samen te hangen met het volgende verhaal. Een schipper in nood hoort boven de storm uit de stem van de maagd Maria die zegt: Als ge mij gaat eren, zal de wind keren”. De schipper bidt, komt veilig aan land, en zet zich in voor haar verering. Er staat nu een kapel met Mariabeeld en veel kaarsen, met daaromheen een park met de kruiswegstatie, een klooster, nog een kapel en een informatieoord/annex restaurantje. In deze buurt liggen drie bijzondere waterputten. De route doet er nog één aan:  de Adelbertusakker. Vlakbij de Abdij van Egmond. De akker bevat de omtrek van een kapel, een waterput, en drie moderne houten beelden. Alles in een overvloedig  bloeiende tuin. Adelbertus was een monnik in de 8e eeuw, wellicht een leerling van Willibrord. Ik kom nu in het duingebied aan, met kromgewaaide struiken, meidoorn  en enigszins heuvelige fietspaden. Bij Egmond aan de hoef, gaat het fietspad net iets verder van het duin af. Aan het eind, vlak voor de weg naar het oosten buigt naar Bergen, staat de boerderij de Franschman. Ik hoop dat ik de goede heb gefilmd, want er staat niets op. Door een bosrijk gebied rijd ik Bergen binnen. Rond de bekende ruinekerk staan veel tenten, kennelijk wordt er binnenkort iets uitgevoerd. Kronkelend door dit toeristische rijke plaatsje met mooie villa’s, in met groen omzoomde lanen,  kom ik op een fietspad door de weilanden, dat rechtstreeks naar Alkmaar leidt. Het is tegen zessen, dus ik rijdt meteen naar het vrienden op de fietsadres. Een zeer verbaasde mevrouw opent de deur. ” U heeft volgende week besteld”. Verward kijk ik in mijn schema. Wat dom, alle overnachtingen heb ik een week later geboekt. Gelukkig kan ik bij haar wel terecht. Ik besluit morgen nog een stuk te fietsen, en dan met de trein huiswaarts te keren. Om de rest volgende week af te maken. Maar eerst moet ik dan een aantal afspraken omzetten. Wat dom, wat dom.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 6

dinsdag 23 april 2013
frwn etappe 6

fietsen rond de wereld in nederland etappe 6

 

donderdag 11 april 2013
Burdaard – Pieterburen 68,8 km.

koud, ‘s ochtends nog geen 7˚C, ‘s middags iets warmer, NO wind, matig tot hard, vooral in Friesland, na Lauwersoog wordt het beter. ‘s ochtends twee uur miezer regen, eind van de middag ook, daartussen droog.

Een bijzondere dag. Het begint er al mee dat de wind gedraaid is, reed ik gisteren vooral westwaarts en was de wind toen west, nu rij ik vooral oost, maar de wind waait nu noordoost en behoorlijk hard ook. Ik kom slecht vooruit, zo’n 10 à 11 km per uur, en soms zelfs minder. Verder is het heel nevelig, dat levert wel mooie platen of, of je permanent in een schilderij van Willem van Althuis fietst. Burdaard uit gaat niet volgens de route, er wordt ijverig gewerkt en een bruggetje ligt eruit. De omleidingsroute (richting Dokkum) staat overigens goed aangegeven. Langs de vaart en later door de weilanden kom ik in Holwerd, daar moet een buurtschap Elba zijn. Maar hier zie ik geen bordje.  Dan verder naar de tibetaanse stoepa. Via een smal tegelpad door het weiland kom je er. Er staat een bord dat je welkom bent. Ik fiets naar binnen. Een oudere man komt naar buiten en geeft mij een geplastificeerd A4tje met een tibetaanse tekst. Daarmee moet ik langs de gebedsmolens gaan. De tekst doet negatieve ervaringen uit het verleden oplossen. Ik weet niet wat er gebeurt, het werkt emotionerend. Ik moet heel erg aan Bianca en Jan denken. Aan het eind leidt de man mij naar de tempel en vervolgens naar de gebedsruimte. Daar krijg ik ook een kopje lauwe flauwe thee. Ik sta een tijdje te kijken naar alle poppen en gebedsdoeken die er hangen. De man drentelt voor de deur wat heen en weer. Kennelijk heb ik hem ergens in gestoord. Ik ga maar gauw weer verder, de tocht tegen de wind in naar Nes. In dit deel van Friesland stikt het van de kleine oude kerkjes. Uitgeput kom ik in Moddergat aan. Ik besluit niet de slinger naar Morra te maken, maar zoals bij de Noordzeeroute langs de waddendijk te blijven fietsen. Eerder dan ik verwacht zie ik de Cleveringsluizen bij Lauwersoog. Hier staat een restaurant Zeezicht bij de boot naar Schiermonnikoog. Even bijkomen met een bord soep. Voorbij de sluizen blijf ik niet langs de waddendijk fietsen, zoals de route voorschrijft, maar duik ik de Marnewaard in. (van knp 5 naar knp 6).  Een recreatiegebied en verderop ook een militair oefenterrein. De beschutting van de bomen doet weldadig aan. Ik zie geen rode vlaggen, dus ik fiets gewoon door. Opeens verschijnt voor mij een tank. En later nog een. Ik krijg de schrik van mijn leven als er links dwars op het fietspad door de bomen een linie van soldaten met geweer in de aanslag aan weerszijden geflankeerd door twee tanks op me afkomen. Gauw doorfietsen. Ook aan het eind van het terrein geen rode vlag te bekennen. Vergeten, of is dit een oefening om op een missie burgers tegen te komen? Weer tegen de wind in richting waddendijk. De wind wordt minder en als ik het laatste stuk door Kruisweg (eindelijk een supermarkt) en Kloosterburen rijd naar Pieterburen is de wind bijna gaan liggen. Het is wel weer gaan miezeren. In Pieterburen kom ik in een zeer bijzondere VoF terecht. Alles hangt vol met frutsels, en er staan en liggen overal verkleedkleren. De koningin van Pieterburen houdt van verkleden en noemt zich actrice, comedienne en nog zo het een en ander. Twee vriendinnen zijn in de achterkamer bezig met naaien, er is niet veel aandacht voor een fietser. Wel een bon om gereduceerd bij het plaatselijk restaurant een menu te eten. Dat ga ik dan maar doen. De verwachting voor morgen is helaas weer regenachtig. Wanneer komt dat beloofde lenteweer nou eens?

tripcomputer: 68,87 km. reistijd: 5,48 uur gem. snelheid: 11,9 km p.u. tijd gestopt: 2,36 uur totaal gem. snelheid: 8,2 km p.u.

vrijdag: 12 april 2013
Pieterburen – Delfzijl 76,3 km.

koud, ong. 7˚C, behoorlijk veel wind ZW, weer tegen, nevelig, om twaalf uur een paar druppels, eind van de  middag een enorme bui.

Bij sommige adressen ben je blij als je s ochtends weer op de fiets zit. Ze deed heus wel haar best, de koningin van Pieterburen, maar het is duidelijk dat ze liever andere gasten ziet, dan zo’n serieuse alleengaande fietser. Ook het opgedrongen lunchpakket bevalt me niet. De wind, weer tegen, en de prachtige nevelachtige lucht, waaien de negatieve gevoelens gauw weg. Vanuit Pieterburen gaat het eerst noordelijk naar de waddendijk. Een bekend stuk voor mij, met Jan heb ik hier de Noordzeeroute gefietst. Vaak hebben we toen buitendijks gereden. Dat doe ik nu niet, de dijk biedt een beetje beschutting tegen de wind, en door de nevel is weinig te zien van de waddenzee. In Noordpolderzijl bij het kunstwerk van Jan van Loon – een land art, van blauw-grijze stenen die de golven van de zee verbeelden tegen rode stenen, de dijk –  weer zuidelijk. Er ligt hier een restaurant, maar dat is op dit vroege uur nog niet open. Via Usquert naar Rottem, een hoopje huizen bij elkaar. Het kerkje is zowaar open, en er is een tentoonstelling van fotos van Annet Eveleens. Ik ben het meest onder de indruk van het “Onweer boven Oosterburen” bij Middelstum. De route gaat om Uithuizen heen, dat doe ik niet. Een warm kopje koffie kan ik wel gebruiken. Dus na het plaatsje Doodstil fiets ik door naar het noorden. Uithuizen is verpest met een nieuw centrum, maar bij een warme bakker is  naast een krentenbol ook een kopje koffie te krijgen.

Oostelijk de stad weer uit, naar Uithuizermeeden. Ik kan het niet laten om even naar het kerkje te gaan kijken. De wit-blauwe Maria kerk. In 2001 was ik hier met Jan en hebben we een rondleiding gehad.  En dan weer sterk naar het noorden naar de waddendijk. Het noordelijkste puntje van Nederland, de Noordkaap. Ik klim met fiets de waddendijk op. Slechts twee jongens zitten achter een windscherm met fototoestel vogels te fotograferen. Het land staat hier vol met windmolens, die door de sterke wind hard draaien. In de verte is een ouderwetse molen zichtbaar. Wat is hij klein. Van de waddenzee is niet veel te zien, door de nevel. In het oosten is de industrie van de Eemhaven zichtbaar. De route gaat hier vlak langs. En buigt dan iets zuidelijker langs een oude waddendijk, met daarlangs kleine tamelijk armoedige gehuchten, zoals Koningsoord, Oudeschip,  Nooitgedacht (met bord) en Polen. Waarom ben ik bij deze kleine huisjes nou zo bang dat er een gemene hond tevoorschijn komt? Ik hoor hier zelfs geen hond blaffen. Via Spijk en Bierum – met bijzondere kerk, waarvan de toren gestut wordt door een enorme steunbeer.  Ik merk dat ik in de buurt van de stad Delfzijl kom. Meer auto’s op de weg. En de eerste druppels vallen traag. Bij Delfzijl ga ik op zoek naar de restanten van Ladysmith, een verdwenen buurtschap. Indertijd gebouwd door een Groninger die had gevochten in de Boerenoorlog in Zuid-Afrika bij de stad Ladysmith. In 1977 is nog geprobeerd er een speelplek van te maken, maar daar is niet veel meer van over.  En dan zet de regen behoorlijk door. Ik kom kletsnat bij mijn vrienden op de fiets adres aan. Een zeer vriendelijk man laat me binnen. En na een warme douche, droge kleren en een kop thee ga ik op weg naar het aangeraden restaurantje De kleine zeemeermin, dat op palen in de Eem staan. Een leuk adres. Vanwege het weer is het heel stil. De eigenaar zit vol verhalen over de streek. Dat is wel weer aardig als je alleen reist. Mensen praten makkelijker tegen je.

tripcomputer: 76,3 km reistijd: 5,35 uur gem. snelheid:13,5 km p.u  stoptijd: 2,38 uur totale gemiddelde snelheid: 9,3 km. p.u.

zaterdag 13 april 2013
Delfzijl – Groningen  62,2 km.

koud, 7 – 10˚C, nog steeds ZW wind, matig tot sterk. grijs weer, pas om een uur of zes breekt de zon door.

Laat op pad, lang gepraat aan het ontbijt met de vrienden van de fiets. Tegen kwart voor tien op de fiets. Eerst terug naar het centrum van Delfzijl. Daar een krant en brood gekocht. Toen toch de omweg via Tjuchem gemaakt, hoewel ik weet dat het beeld van Lenin, de reden van deze slinger, niet op zijn plek staat, maar bij een tentoonstelling in Assen. Toch leuk om het torentje van Farmsum, een dorpje tegen Delfzijl aan, te passeren, en een aardige tocht langs de vaart bij Tjuchem. Uiteindelijk kom je dan aan het Schildmeer-   weer naar het noorden naar Appingedam. Dat blijkt een aardig klein stadje te zijn. In het centrum met het historische stadhuis is het markt. Aardige kleine straatjes leiden me het stadje weer uit via een fietspad langs het Eemskanaal.  Dan weer door het stille land, omgeploegd landbouwgrond, leeg grasland, soms een paar schapen met lammetjes, grote boerderijen, soms in volle luister, soms vervallen. Door kleine dorpjes, onveranderd met kerkjes of zelfs grote kerken zoals in Stedum. In Bedum een kerk met en zeer scheve toren, schever dan die van Pisa, reden waarom hij in deze route is opgenomen. De kerk kent een lange bouw- en sloopgeschiedenis. Het koor is afgebroken, en in de buitenlucht aangegeven met stompjes pilaren, en een ijzeren altaar met boek. Aan één kant zijn de deuren in helder gele en oranje kleuren geschilderd. Vanaf Bedum is het niet ver meer naar Groningen, nog geen tien km. Van verre is de Martinitoren al zichtbaar. Eenmaal in de stad valt de drukte op me. Zes dagen in de eenzaamheid van het platteland maakt de hordes mensen op de late zaterdagmiddag in de stad tot een grote drukte. Met moeite beweeg ik me door de drukke winkelstraten, op weg naar het budgethotel naast de oude Weeva. Het hotel heeft geen fietsenstalling, maar ik mag hem neerzetten bij de parkeerplaats van het Martinihotel. Hopen maar dat hij er morgen nog staat. Gelukkig heb ik wel een tweede slot bij me. Toch niet voor niets meegesleept. Ik heb nog tijd om in de stad te slenteren. Eindelijk breekt de zon door. En ik geniet van een wit biertje op de oude Markt onder de Martinitoren.

tripcomputer: 62,2 km., reistijd: 4,47 uur, gem. snelheid: 13.1 km p.u., rusttijd: 1.21 uur, totale gemiddelde snelheid: 10,2 km p.u.

 

Zondag 14 april 2013
Groningen – Winschoten 57,7 km.

Nog steeds koud, ong. 10˚C, en nog steeds matige tot harde wind, nu weer ZO, dus nog steeds tegen. De zon komt pas door als ik al in de trein zit.

Om half negen is er in de zeer eenvoudige eetzaal nog niemand te bekennen. Snel op weg. De stad uit gaat goed, het is heel rustig, alleen lopers en hondenuitlaters lopen hun rondje. Een klein ommetje door grasland om Essen aan te doen, en dan zit je gauw in het villadorp Haren. De hortus – die een paar jaar geleden met sluiting bedreigd werd, ligt er goed bij. Harkstede, een dorp verderop, heeft een bijzondere kerk. Een toren aan de zijkant van de kerk. En een hoge trap naar het kerkgebouw. De kerk blijkt eind 17e eeuw gebouwd door Henric Piccardt en Anna Elisabeth Rengers, eigenaren van de Freaylemaborg. Onder de kerk is een grafkelder voor Piccardt en Rengers. Via een vaart en een vochtig natuurgebied kom ik in Slochteren en daar fiets ik recht op de Freaylemaborg af. Een weg doorsnijdt nu het park, en een merkwaardig stelsel van gebogen voetgangersbruggen maakt het mogelijk toch zonder kleerscheuren naar de borg te lopen. De borg is nu een museum. Het ligt in een langgerekt park, en de fietsroute loopt daarlangs. Door open landbouwgrond gaat het nu naar spitsbergen met de boerderij Nova Zembla. Zo’n typische grote groningse boerderij. In Zuidbroek gaat de kerk net uit. Nog een klein stukje tegen de wind in door open land, en dan langs het Winschoterdiep zo naar Winschoten. Daar heb ik eerst het standbeeld van Adolf van Nassau bekeken, die van de slag bij Heiligerlee. Een monument dat het Rijk in de uitverkoop doet. Het staat er gelukkig heel goed bij, in een klein parkje. Even verderop is B&B Klosterholt, waar ik mijn een na laatste stempel haal. Het station Winschoten is verlaten, de trein is net weg, en gaat maar eens per uur. Ja, je zit hier niet in de randstad.

tripcomputer: 57,07 km.,  reistijd: 3,56 uur, gem. snelheid: 14,5 km p.u., rusttijd: 1.00 uur, totale gemiddelde snelheid: 11,5 km p.u.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 5

dinsdag 16 april 2013

 

frwn etappe 5

fietsen rond de wereld in nederland etappe 5

 

maandag 8 april 2013
Steenwijk -Nijeberkoop 63,3 km.

zonnig, koud ong. 10-11˚C,  flinke NO wind, die ik ook een deel van de route tegen had.

Vandaag gestart met het vervolg van etappe 5 in Steenwijk. In juli 2011 heb ik daar al een klein stukje van gedaan. Met de trein ben ik tegen half twaalf in Steenwijk. De gps ingeschakeld, en jawel deze keer heb ik de route goed ingegeven met minder dan 50 waypoints. Ik zie zowel de waypoints, als de route en de routeaanwijzingen. Waar iets te zien is van het thema van de route: de wereld in Nederland, heb ik een rood waypoint gegeven. Het staat allemaal op het schermpje van de gps. Heerlijk. Vanaf station Steenwijk kom ik via een pad langs het spoor vrij snel op de route. Er volgt een weg waaraan kleine boerderijen liggen. Hoewel ik niet van plan ben om de Indonesische dierentuin Taman Indonesia te bezoeken, ga ik er wel even langs. Ik rijd dezelfde weg terug. Dan komt een mooi stuk door bos en heide. Het voorjaar is laat. De bomen en struiken zijn nog niet uitgelopen. Wel zie ik  twee ooievaars in de wei lopen. Een deel van het fietspad loopt langs de Johan Post kazerne. Er staat dat je bij een rode vlag hier niet mag fietsen. Gelukkig hangt er geen rode vlag, want het boekje geeft geen alternatief. In het heideveld liggen twee hunebedden ( D53 en D54  ) Ik ben hier twee en een half jaar geleden geweest met de Europafietsers. Door bos en landbouwgebied – een boer heeft zijn koeien buiten gezet – bereik ik Diever. De plaats met de Shakespeare opvoeringen traditie. Ik fiets een rondje om de kerk, omdat hier een standbeeld staat van de elfenkoningin Titiana en de wever met ezelskop Spoel uit een stuk van Shakespeare. Een kop koffie zou er wel ingaan, maar het is maandagmiddag en er is niets open. Verder maar weer naar Vledder. Volgens het boekje heeft dit dorp model gestaan voor Ons Dorp in het Monopolyspel, omdat dit dorp als enige in Nederland zowel een Brink als een Dorpsstraat heeft. De route voert niet over de Dorpsstraat, als ik daar toch naar toe rijd, op zoek naar een straatnaambordje,raakt de gps van de wijs. Hij kan niet herberekenen hoe ik weer terug moet. Nou weet ik dat zelf  nog wel, maar terug op de Brink moet ik de gps opnieuw instellen op de route. Het museum voor Valse Kunst heb ik jaren geleden met Jan bezocht. We kregen toen een rondleiding van de verzamelaar Henk Plenter zelf. Een bijzondere ervaring.(Hij is inmiddels  overleden). Frederiksoord, Wilhelminaoord  allemaal onderdeel van de Maatschappij van Weldadigheid. Onlangs door publicatie van het Pauperparadijs van Suzanna Jansen behoorlijk in het nieuws gekomen. Je verwacht in dit gebied geen bamboetuin ( Mei Chi), het hek staat open en ik werp een blik naar binnen. Dat ziet er ondanks het late voorjaar mooi uit. Toch nog maar eens later in het jaar terugkomen, dan kan ik ook de Kolonienhof (museum over de maatschappij van weldadigheid) bezoeken. Er volgt nu een tamelijk saai stuk over de weg. Het is rustig, dat wel, maar aan weerskanten liggen saaie graslanden, zonder koeien, met tractoren die het laatste gras maaien. De gemeente  Weststellingwerf heeft gemeend de weg te moeten opleuken met het bord:” Mooi hé? Weststellingwerf! ” Net na het buurtschap Frankrijk ligt mijn vrienden op de fiets adres. Ik word zeer gastvrij onthaald met warme thee en na de douche staat een heerlijk vegetarische pasta op tafel. Je kan het slechter treffen.

Tripcomputer:63,3 km (+ 6 km Voorschoten Leiden), 4,33 uur reistijd, gem. snelheid: 13,9 km p.u, rusttijd: 1,40 uur (incl. 1 uur bij VoF), gem.snelheid: 10,1 km. p.u.

dinsdag 9 april 2013
Nijeberkoop – Roden 81,9 km

koud, ‘s ochtends nog een 4˚C, later wat warmer. Eerst zonnig, later afwisselend grijs en zonnig, begin van de avond een beetje miezer.

Na een ontbijt met vers eitje van de kippen in de tuin, even over half negen op de fiets. Eerst een paar km. naar het noorden. De Albardalaan loopt dwars door de Delleboersterheide en Diakonievene, een natuurgebied met schraalgraslanden en heide. En schraal en grijs is dat grasland. Achtereenvolgens kom ik Egypte tegen en  langs een vaart aan de ene kant Moscou, met de straat Moscouwei en aan de andere kant Petersburg. Tussen Egypte en Moscou passeer ik de Tjonger, de taalgrens tussen het Weststellingwerfs en het Fries. Die stroom ga ik een uur later – na een warme stop bij het Witte Huis in Donkerbroek – weer over, om tenslotte ruim twee uur nadat ik gestart ben bijna weer bij het beginpunt in Makkinga uit te komen. De gps heeft het moeilijk met routeren. Kennelijk wordt de route in de gps opnieuw gegenereerd en komt die soms niet overeen met de route in Basecamp. (het softwareprogramma op de computer). Bij Elsloo kom je op een onverhard pad. Het is nu goed begaanbaar, maar dat als het regent zal dat wat minder het geval zijn. Je duikt hier de bossen van het Fries/Drentse Wold in. Het is heel stil, alleen vogels zijn te horen. Bij het Canadameer pauzeer ik voor de lunch, het is nog wat vroeg, maar de zon schijnt nu en ik zit daar uit de wind. Ook hier is niemand te zien. Ik geniet van de rust en de schittering van de zon op het water. Bij knp 83 zit het buitencentrum van SBB van het Drents-Friese Wold. Appelscha, dat ik vorige keren ken als een toeristisch oord is geheel verlaten. Ik fiets gauw door naar het prachtige natuurgebied van het Fochteloërveen. Hier fietst een Friese dame mij achterop. Zij komt uit de buurt en maak regelmatig een rondje. Het heide is nog donkerbruin, en de grassen van het hoogveen zijn dor. Maar toch weet het veen mij te imponeren door de stilte en de wisselende kleuren groen, geel en grijs. Een klein uitstapje naar Veenhuizen waar Siberie ligt. Van de Friese dame weet ik inmiddels dat het gevangenismuseum geheel vernieuwd is. De tocht vandaag laat niet toe om het te bezoeken, maar ik zet het op mijn lijstje. Ik passeer in Veenhuizen huizen met stichtelijke teksten als: Werk en Arbeid, Leering door Voorbeeld, Kennis is Macht. Na de penetentiare inrichting in Veenhuizen komt een beroerd smal fietspad langs de Meidoornlaan. Die laan is een stoffig zandpad. Het smalle grindstrookje dat voor fietspad moet doorgaan, is herhaaldelijk ondergestoven met zand. Zou dat zandpad er nog steeds liggen om vluchten moeilijker te maken? Via Norg bereik ik de brink van Roden met de beeldjes van Ot en Sien. Mijn vrienden op de fietsadres is in een buitenwijk.

tripcomputer: 89,1 km. reistijd: 6,09 uur, gem. snelheid: 14,5 km p.u., rusttijd: 2,26 uur,  totaal gem. snelheid: 10,4 km. p.u.

woensdag 10 april 2013
Roden – Burdaard 96,7 km.

nevelig weer, veel bewolking, geen regen, iets warmer, ong. 10˚C, matige tot harde ZW en W wind. langdurig tegen. Nagenoeg geen zon.

Na een prima ontbijt en het journaal van RTL4, tegen kwart voor negen op de fiets. Achter de VoF adres loopt een fietspad en dat komt uit bij knooppunt 74. Het is heel nevelig, met een licht zonnetje. Behoorlijk opgefrist na de regen van vannacht. Het Groningse land is mooi zo. Ik passeer nog een hunebed, nr. D1. Het ligt daar heel stilletjes in het zand. Dan zak ik eerst een stuk naar het zuiden, om Amerika aan te doen, een gebied waar ook de camping het Ronestrand ligt, waar een stempeltje gehaald kan worden. Het is nog heel rustig op de camping. Te vroeg in het jaar. De route,  nu etappe 6,  gaat dan weer naar het noorden naar Leek. Ik kom uit bij de Hema en besluit daar een kopje koffie te gaan drinken. Op zoek naar een krant loop ik nog even de tegenoverliggende straat in, en dan blijkt dat daar een geheel nieuw grootschalig winkelcentrum verschenen is met alle bekende winkels. De route loopt verder op het landgoed Nienoord, maar daar zijn ze aan het werk. Het pad is grondig afgesloten. Ik probeer eerst via een andere ingang in het park toch op de route te komen, maar dat lukt niet. Dan terug naar Leek en via Tolbert bij knooppunt 30 de route weer opgepakt. Dat kost wel even moeite, want de GPS wil met steeds terugleiden naar eerdere waypoints die ik nog niet heb aangedaan. Even verderop ligt het Wolddiep met het verveningsgebied de Bakkerom. Hier iets meer vogels, en een pontje dat je zelf over het water moet trekken. Gelukkig komen er geen boten aan, want die moet je voor laten gaan, en het lukt me wel om het veer heen en weer te trekken, maar langzaam. Inmiddels fiets ik pal west. Ten opzichte van gisteren is de wind gedraaid, hij staat nu west en het waait behoorlijk hard. Ik houd die wind tot Barlehiem, en het put behoorlijk uit, omdat je de meeste kilometers door open gras- en bouwland fietst. Eerst maar eens om Grootegast heen naar de Bombay, een buurtschap en een polder. De laatste is blijkens een bord vrij toegankelijk en een particuliere natuurparel. In Lutjegast gepauzeerd met een broodje en op zoek gegaan naar het Abel Tasmankabinet. Maar dat blijkt in de renovatie. Langs het van Starkenborgkanaal over een slechte weg naar de brug bij Stroobos. Het is een draaibrug. Als ik aankom ligt hij in het midden van het kanaal. Een met zand gevuld schip vaart langs. Hier is nog enige scheepvaart, er wordt aan op de werf een middelgrote boot gebouwd. Gerkesklooster via de Singel verlaten (nog nazoeken of de vorm van deze plaats vroeger anders was). De route gaat dan door een langgerekt park langs de nieuwbouwwijken van Buitenpost. Overigens kom je aan horeca of winkels tot Burdaard niets meer tegen. Over het spoor ligt het buurtschap Egypte, ook hier hebben waarschijnlijk zigeuners gewoond (gypsies). Er volgt nu een lang stuk door de weilanden van Friesland, soms met kleine dorpjes en dito kerkjes. Pas bij Altstjerk – mooi oud kerkje en mooi dorpscentrum met kleine huisjes- weer een bijzonderheid, namelijk een natuurgebied dat op zijn Fries Griekenland en Turkije heet. Door de bomen sta ik even buiten de wind, een verademing. Het laatste stuk tegen de wind in gaat naar Barlehiem, dat afgeleid is van Bethlehem. Het beroemde bruggetje doet de route niet aan. En ik heb inmiddels zoveel kilometers op de teller staan, dat ik ook niet meer wil terugrijden. Langs de vaart, gedeeltelijk door de wei, ga ik verder naar Burdaard. Daar wacht een warme kamer in een aardige B&B op mij.

tripcomputer: 96,7 km., reistijd; 7,09 uur, gem. snelheid: 13,5 km., rusttijd: 2,06 uur, totaal gem. snelheid: 9,9 km p.u.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 8

zaterdag 22 september 2012
gefietste route etappe 8

gefietste route etappe 8

13 september camping Siberië – Zuidwolde , ong. 45 km
aanvankelijk koud 12 C, later warmer zo’n 16 C, niet zoveel wind, voornamelijk vanuit het westen, prachtige wolkenluchten soms dreigend, geen regen

Bij camping Zandgaten, Siberië 26 begint de nieuwe route, etappe 8, die loopt tot Frankrijk bij Harderwijk. Het is inmiddels over twaalven, en ik ben nog steeds niets tegengekomen, geen plek waar je koffie kan drinken, geen bakkertje, geen supermarkt. Ik zit hier 8 km. van Hoogeveen af, en ik besluit daar nu naartoe te fietsen om koffie te drinken en wat te eten te halen. Verkwikt en van voedsel voorzien, rij ik terug en begin aan de grote omtrekkende beweging (tegen de klok in) rond Hoogeveen. Het landschap lijkt allemaal wat gewoner. Niet meer van die pittoreske dorpjes, minder natuurgebieden, meer “gewoon” maisvelden afgewisseld met weiden. Bijzonderheden zijn de Dooddijk, die door de Boerenveenseplassen loopt, en waarover vroeger de doden van Stuifzand naar het kerkhof in Pesse werden gedragen, en een apart dier in de wei: de alpaca. Het lijkt op een schaap met een lange nek, maar het is een soort lama, een huisdier in Zuid-Amerika, gehouden voor de wol. Na Engeland, een straatnaam, kom ik terecht in Ruinen. En vandaar in Koekange, dat net als Kockengen in Zuid-Holland komt van het Franse Cocagne, dat luilekkerland betekent. Een niet bijzonder dorp, dat ik snel doorfiets. Tegen vijven bereik ik Zuidwolde. De mevrouw van de vrienden van de fiets heeft mij ‘s middags gebeld dat zij onbereikbaar is, omdat de straat is opengebroken. Er liggen smalle plankjes waaroverheen ik toch het huis kan bereiken.

14 september Zuidwolde – Ommen, 91,2 km.
koud, 12 – 16 C, de hele dag grijs weer, in de ochtend miezer, in de middag twee zeer fikse buien, harde ZW wind

Grappige start van de dag. Werkmensen zijn pal voor de deur bezig met de straat opnieuw in te richten. En 15 motoren staan aan de overkant geparkeerd voor het gemeentehuis. De heer des huizes gaat vandaag met een groep op pad naar Duitsland. Om kwart voor negen zit ik op de fiets. Hemelsbreed is het maar 20 km. naar Ommen. De route maakt een grote bocht. Vandaag veel boerenland, zowel weiden, met zo nu en dan koeien, als akkerland met mais en aardappels. Weinig aardige dorpjes, maar wel bijzondere plaatsen. Klein Zwitserland, een natuurgebiedje, even buiten Zuidwolde, heb ik gemist, geconcentreerd als ik was op de weg, een nieuw fietspad, dat met een geweldige slinger over de N48 leidt. In de akkers daarachter ligt ineens een planten- en bomenkwekerij. Gek gezicht, al die sparretjes op een rij, naast buxus en andere tuinplanten. Nieuw-Moscou is niet te missen. Verschillende borden en ook nog een mini-camping die zo heet. Het is vandaag 14 september en het is 250 jaar geleden dat Napoleon de slag om Moskou verloor. Daar wordt vandaag aandacht aan besteed op de radio vertelt Hans me door de telefoon, met o.a. ouverture 1812 van Tsjaikovsky. Hoeveel bewoners van Nieuw-Moscou zouden daar bij stilstaan? Via de Krim en Engeland, beide plaatsen die niets te maken hebben met hun buitenlandse evenknieën, (Krim komt van krimp, en dat is een knik in de vaart. En Engeland is een verbastering van Enkeland. Een enk is een hoger gelegen akker.) kom ik ver achter Gramsbergen in een uithoek van Nederland. Die heet heel toepasselijk Achterin. Uitgestrekte landerijen en op de uiterste punt een SVR camping, geheel verlaten. De weg maakt een bocht van 30 graden, en een even lange rechte weg terug naar de bewoonde wereld. Ten zuiden van Hardenberg ligt nog een Moscou. Wel toepasselijk om vandaag beide Moscou’s aan te doen. Even heb ik het nog te kwaad als er grote borden verschijnen dat de brug naar Bergentheim eruit ligt. Maar gelukkig is er wel een noodfietsbrug. Aan het eind van de tocht kom ik in twee natuurgebieden. Boswachterij Hardenberg en boswachterij Ommen. In de laatste ligt de Sahara. Een zandverstuiving. Het regent inmiddels dat het giet. Er is niemand te zien. Ik ben nu aardig in de buurt van Ommen. De route doet dit plaatsje niet aan, maar hier overnacht ik. In de GPS geef ik het adres in. En snel ben ik bij een professionele B&B. Ik heb rode warme konen van de wind en de regen.

15 september Ommen – Kampen, 84 km.
behaaglijke temperatuur, 18 C, zonnig afgewisseld met wolken, geen regen, matige tot harde wind ZW-NW

Met zijn vijven aan het ontbijt, vier lopers op het Pieterpad en één fietser, ik. Half negen op de fiets, 4 km. terug naar de route. Bij parkeerplaats de Steile Oever pik ik hem op. In Vilsteren bekijk ik het grote landhuis en de molen. De eerste “buitenlandse” bezienswaardigheid vandaag is Madrid. Een voormalig landhuis, maar nu een grote horeca-gelegenheid met zalenverhuur. De buurman van het restaurant is op zijn oude dag gaan schilderen en heeft de Nachtwacht van Rembrandt op ware grootte nageschilderd. Een bijzonderheid is dat het de hele Nachtwacht is, inclusief de stukken die er in de 17e eeuw afgesneden zijn. Madrid heeft er een speciale zaal voor bijgebouwd, en stelt het schilderij nu tentoon. Ik ben de eerste vandaag. De lichten worden voor mij aangedaan en de DVD gestart. Een onderhoudende uitleg van 20 minuten over de schilder Jan van der Horst en over de Nachtwacht zelf. Vooral het verhaal over de beweging op het schilderij spreekt mij aan.
Op de Blauwedijk zie ik op een boerderij bijzondere gevelstenen. Een infobord even verderop zegt dat het pachtboerderijen zijn, o.a. de Aalhorst en dat de gevelstenen in het begin van de vorige eeuw opgekocht zijn door baron van Deden. Ze komen van gesloopte grachtenpanden in Amsterdam. Even verderop kom je langs het landhuis Mataram. Daar is niets van te zien, door de geweldige begroeiing in de tuin. Wel te zien is een monument, een bronzen stronk van een boom van Lotte Kloppenburg, dat herdenkt dat in WOII hier een V2 lanceerplaats lag, vanwaar V2′s werden afgeschoten op Antwerpen.

getuige 1945

getuige 1945


De route kronkelt verder om Dalfsen heen. Een voorbode van het rivierenlandschap, dat ik later op de route zal tegenkomen, krijg ik als ik de stuw over de Vecht overga. Een uitgebreide dubbele stuw. Het is er druk met fietsers en wandelaars. Ten noorden van Dalfsen ligt Engelland. Dat heeft ook al niets te maken met Engeland, maar alles met de witte wieven die vroeger voorkwamen in de veenmoerassen, en door de kerk engelen werden genoemd. Voorbij Zwolle kom ik in het rivierenlandschap van het Zwarte Water. Dat is toch het landschap waar ik het meest van houd. De weidsheid, de dijken, de uiterwaarden met koeien, en vooral het water. In de verte zie ik Hasselt met de imposante St. Stefanuskerk al liggen. Bekend van de Hanzeroute, één van de eerste langeafstandsroutes die ik met Jan gefietst heb. Ik kan niet nalaten te pauzeren op de Markt met een kopje thee. Nog een bewonderende blik op het oude stadhuis uit de 16e en 17e eeuw en verder maar weer. Het is nog een eind naar Kampen. De tocht gaat namelijk over Genemuiden. Daar is een braderie met oude ambachten en veel viskramen, uitgestald langs de haven. Via de vestingwerkjes gaat de route dan in zuidelijke richting over de Kamperzeedijk naar Kampen. Zoals burgemeester Kleemans indertijd zei bij de opening van de Open Monumentendag in 1989: “Je komt Kampen binnen via de voordeur”. Het mooie gave havenfront ligt te schitteren in de late namiddagzon. Aan de IJsselkade is mijn vrienden op de fiets adres. Bij bijzonder pand, ondiep en rug aan rug met de huizen in de straat erachter. Maar met de grandeur die hoort bij deze rij huizen. En met een bijzondere bewoonster. Op een aangename wijze zorgzaam en belangstellend. ‘s Avonds loop ik nog een rondje in deze vertrouwde stad.

16 september Kampen – Harderwijk, 101 km.
zonnig, droog, ong. 17 C, wind uit westelijke richting, vaak tegen

Na een overvloedig ontbijt, vertrek ik tegen negenen uit Kampen. Het is zonnig en nog een beetje kil. Vele fietsende Kampers kom ik tegen, allemaal op weg naar de kerk, denk ik. Buiten Kampen is het heel stil. Grootse uitzichten over de IJssel, tot ik langzamerhand de noordkant van de Veluwe bereik. Hier ligt ook weer een Engelandbuurtschap, en dat moet natuurlijk aangedaan worden. De route gaat door het Zwolse bos, een bos met lange lanen met hoge bomen, afgewisseld met kleine heideveldjes. Ik doe Heerde aan en Epe.

De fietser in Epe

De fietser in Epe

Daar eet ik, hoe toepasselijk een boterhammetje bij het beeld van de fietser, een lange afstandsfietser vol bepakt. Het beeld heeft een geschiedenis. Vandalen hebben het in 2010 gestolen. In oktober 2011 is na een hevige discussie of er wel eenzelfde beeld van dezelfde kunstenares moest komen, een nieuw beeld van beeldhouwster Greet Grottendieck geplaatst. Hopen dat de dieven er nu vanaf blijven. Daarna gaat de route weer in noordelijke richting. Je merkt dat je in de buurt van ‘t Harde komt. Grote borden met “militair schietterrein, niet betreden” staan langs de weg. Via Hoge Enk rijd ik Elburg binnen. Daar is het in het centrum een drukte van belang. Ik sta er niet te lang bij stil, omdat ik de pont moet halen die vaart over het Veluwemeer. En de wind staat nog steeds west. Op Flevoland een lang fietspad tot Aqua Centrum Bremerbergsehoek. Bremerberg doet denken aan de Duitse plaats Bremen. Het boekje geeft geen uitsluitsel of de Bremerberg, nu een jong bos, iets te maken heeft met Bremen. Ik ben op tijd voor de pont, Om 16.00 uur vaart hij voor het laatst naar Nunspeet. Ik ben de enige passant. De veerbaas vertelt dat hij in weer en wind vaart, alleen bij windkracht 5 en hoger niet. Het water slaat dan over de boot heen, en iedereen zou heel nat worden. Hij heeft dat één keer gedaan voor een man, die erop stond. De meneer is ook drijfnat geworden. De zon laat het water glimmen. Er varen heel wat bootjes, zeilboten en motorboten. En ook een enkele surfer. Ik denk dat ik uitgerust ben als ik aan de overkant weer op de fiets stap voor de laatste tien kilometer, maar na een kwartier slaat de hongerklop toe. Ik val stil, het zweet breekt me uit en ik ben trillerig.
fietser in groen, bij Hierden

fietser in groen, bij Hierden

Ik pauzeer bij een van bladeren gemaakt beeld van een fietser en eet op wat ik nog in fietstas heb: een roggebrood met kaas, een sinaasappel en een pakje sap. Daarna gaat het prima tot de buurt Frankrijk bij Hierden. Het stempeltje heb ik met Pasen al gehaald. De weg naar het station Harderwijk is niet ver meer.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 7

dinsdag 18 september 2012

Van het buurtschap West Napels in Winschoten naar camping Siberië even ten noorden van Hoogeveen. Dat is etappe 7 van het boekje Fietsen rond de wereld in Nederland, waar ik al eerder routes van gefietst heb. Ik doe er drie en een halve dag over. De eerste twee dagen fietst Hans met met mee. Ik heb voor de GPS routes gemaakt met waypoints. Voor dag twee heb ik meer dan 50 waypoints gebruikt, en dat blijkt niet te mogen.

gefietste route etappe 7

gefietste route etappe 7

10 september Winschoten – Schipborg, 57,4 km
zonnig en soms grijs, droog, 18 C, behoorlijk veel ZW wind, meestal tegen

Om 13.00 uur zijn we in Winschoten. Winschoten heeft naast het oorspronkelijke centrum een nieuw groot winkelcentrum gebouwd. Het oude Marktplein rond de historische kerk, in Hanze stijl, is bouwvallig en verlaten. We gaan op pad. Dit deel van Groningen is leeg met grote soms zeer verwaarloosde boerderijen afgewisseld met kleine huisjes. De landerijen zijn uitgestrekt en je kunt kijken tot de horizon. Lange stroken grasland wisselen met mais- en aardappelvelden af. We komen de eerste dag niet één café tegen dat open is. Onderweg staan we stil bij de markante punten die het boekje noemt. Net buiten Winschoten ligt Napels west. Een straat in het buurtschap Napels, zo genoemd omdat hier kleine zeer armoedige huisjes waren, die door de Groningers geassocieerd werden met de stad Napels. Even verderop ligt Tranendal en dat heeft weer te maken met de beroemde slag bij Heiligerlee, waar volgens onze geschiedenisles de 80-jarige oorlog tegen de Spanjaarden mee is begonnen. Er is niets dat aan die slag herinnert. We ploeteren verder pal tegen de wind in richting Veendam. Dat doen we niet echt aan, gaan langs het buurtschap Egypte. Hier zaten aan het begin van de 19e eeuw zigeuners. Het boekje geeft aan dat zigeuners zelf zeggen dat zij uit Egypte komen. Ook hier geen enkele herinnering aan zigeuners. Nog niet eens een woonwagenkamp. Over Tripscompagnie komen we in Kiel-Windeweer. Een langgerekt lintdorp, karakterestiek voor de veenkoloniën. Mooie boerderijen en huizen langs een vaart en een duur erfgoedlogies in de oude veenkoloniale kerk. Het landschap verandert langzamerhand iets. Het wordt wat kleinschaliger. We zijn dan inmiddels in Drenthe, in het prachtige nationaal beek- en esdoornlandschap “de Drentse AA”. In Schipborg overnachten we in B&B de Borg.

11 september Schipborg – Emmen, 71 km.
Veel koeler, ong 15 C, in de ochtend lichte regen, na de middag enorme plensbuien

De route vanaf Schipborg naar Taarlo, een gaaf esdorp met boerderijen met rieten daken, is heel mooi, door een bosrijk gebied met veel oude eiken. De herfst lijkt begonnen. De eikels vallen van de bomen, één pardoes op Hans zijn hoofd. Springbalsemienen groeien overvloedig. Ook zien we heidevelden. Soms vergrast, maar soms prachtig paars gekleurd. Kennelijk leeg gegraasd door schaapskuddes. In Rolde moeten we afstappen. Het dorp is helemaal afgezet voor een enorme braderie met kermis. Na Rolde doen we Nooitgedacht aan. Oorspronkelijk een drassig veengebied, nu een in cultuur gebracht landschap met niet bijzondere bebouwing. Om de N857 te vermijden leidt de route ons in een grote bocht erlangs, uiteindelijk kom je er vlak voor Papenvoort weer op. Die bocht is te missen. Het is een saai stuk. Voorbij Papenvoort gaat het door boswachterij Borger, een onderdeel van de Hondsrug, en worden we langs een kasseienweg gevoerd. Maar gelukkig hoeven we er niet overheen te fietsen. Er loopt een keurig fietspad naast. In boswachterij bewonderen we de Ode aan de Zon, een kunstwerk uit 1999 van Rob Schreefel. Het is duidelijk geïnspireerd door de hunebedden. In de topsteen zit een rond gat, waardoorheen de zon kan schijnen. Het begint nu harder te regenen en in de buurt van Exloo barst de bui los, alsof alle sluizen in de hemel tegelijkertijd zijn opengezet. Schapen en paarden liggen te schuilen onder het bladerdek van de bomen. Wij wachten even in het tunneltje onder de N34. De lucht is donkergrijs gekleurd. Het is duidelijk dat het nog uren blijft regenen. We fietsen zo hard mogelijk door naar Emmen. Ik breng Hans naar het station en fiets dan terug naar mijn vrienden van de fietsadres in Emmerhout.

12 september Emmen – Nieuw-Amsterdam, 74,8 km.
12- 16 C. zonnig met wolkenvelden, één fikse regenbui in de morgen, behoorlijke westenwind

De dame van de vrienden op de fiets vindt het maar een kippeneindje dat ik vandaag moet fietsen. Van Emmen naar Nieuw Amsterdam is hooguit 15 km. Ik kan haar niet duidelijk maken dat ik een route rijd en ga dus maar gauw op pad. De Gerardusstraat in Barger-Oosterveld ligt helemaal open. Maar de werklui protesteren niet als ik gewoon doorrijd. Ik kom in Nieuw-Dordrecht, de naam voor de twee veendorpen die halverwege de 19e eeuw gesticht zijn door een maatschappij uit Dordrecht. Ik passeer het museum collectie Brands . Een museum voor een bijzondere verzameling over heel verschillende onderwerpen als WOII, Drenthiana, munten, thanatologie, kerkgeschiedenis en nog veel meer. Nieuw-Dordrecht heeft lange rechte wegen en huizen die zo uit een makelaarscatalogus komen. Het museum Veenpark in Barger Compascuum is nog in diepe rust verzonken, als ik daar om kwart voor tien langskom. Dan volgt een prachtig stuk door een nieuw aangelegd natuurgebied van Staatsbosbeheer. Het riviertje de Runde is hersteld, maar nog belangrijker het heeft een functie gekregen in de watervoorziening in de buurt. Het niet verharde fietspad kronkelt via nieuwe bruggetjes erlangs. Aan het eind is het fietspad een graspad. Hier wordt niet veel gefietst. Onder de A37 door is het even verhard, maar daarna is het een door de regen tamelijk sompig pad. Wel omzoomd door rijen zonnebloemen. (Dag Jan). Ineens sta je dan aan een vaart, waarin Zwartemeer ligt. Ook ooit een veendorp. Overal staan borden met foto’s hoe het was. Op de hoek van de Hogeweg staat de markante St-Antoniuskerk uit 1920. Doorfietsend kom je dan in het Bargerveen. Ook hier zijn de natuurherstellers aan het werk geweest. Het resultaat is spectaculair, hoogveen en laagveen, en zeer veel verschillende vogels. Vogelaars en een enkele fietser genieten ervan. De overgang naar Nieuw Schoonebeek kan niet groter zijn. Veel ja-knikkers, ouderwetse aan de overkant van het kanaal en nieuwerwetse aan deze kant. Grote groene buizen lopen over de akkers. Aan de horizon nieuwe windmolens. Om de autoweg de Europaweg niet helemaal af te fietsen is een klein ommetje bedacht. Dat is een fraaie ommetje, vooral het laatste stuk in Schoonebeek is een oude weg, met monumentale boerderijen, sommige met mooi gevlochten strooien daken. Grote bomen maken het geheel af. Het pad eindigt bij een nieuw winkelcentrum in Schoonebeek. Daar is een bakker, die naaste lekkere broodjes ook koffie schenkt. Vervolgens een lang stuk langs het Schoonebeekerdiep. Aanvankelijk een smalle weg, waar ook auto’s over mogen, maar later een geasfalteerd fietspad. Dat schiet lekker op. De uitgestrekte luchten hebben moooie witte wolken, maar ook donkere zwarte. En daartussen schijnt de zon. En zo rijd ik Coevorden binnen. Toen ik hier jaren geleden was, bij het wandelen van het Pieterpad, vond ik het maar een armoedige stad. Het kasteel lag er in de steek gelaten bij. Dat is nu duidelijk niet meer het geval. Het is gerestaureerd en de omgeving is aangepast aan het kasteel. De route loopt dwars door een voetgangersgebied. Lopen maar. Er zijn vandaag verkiezingen voor de tweede kamer. Ik merk er niets van. Nergens kom ik aankondigingen van stemlokalen tegen. Alleen aanplakborden met de diverse affiches hangen her en der. Coevorden uit verzeil ik in een stroom middelbare scholieren. Ik pas mijn tempo aan en in Dalen stap ik af om het kerkje uit 1824 de te bekijken. De toren is ouder, en dateert uit de 15e eeuw. Ik nader nu Nieuw- Amsterdam, maar eerst moet ik nog een plek passeren waar zigeuners hebben gewoond, Boheems paradijs – nu een minicamping – en Marokko. In Nieuw-Amsterdam staat een Van Goghhuis. Ik was hier al eerder, maar omdat het nog vroeg is, ga ik nogmaals naar binnen. Ik kan nog net met de laatste rondleiding mee. Het Van Goghhuis heeft een grote foto van het Bargerveen, omdat het er in de tijd van Vincent hier ook zo heeft uitgezien. Nu ik daar doorheen ben gefietst, zie ik dat voor me. Hoe hij een paar maanden door dat veen heeft gebaggerd en getekend. De kopieën van schilderijen en tekeningen, die hij hier maatke, gaan daardoor meer voor me leven. Mijn onderdak adres zit aan de andere kant van het kanaal.

13 september Nieuw-Amsterdam – camping Siberië, ong. 40 km
aanvankelijk koud 12 C, later warmer zo’n 16 C, niet zoveel wind, voornamelijk vanuit het westen, prachtige wolkenluchten soms dreigend, geen regen

De verkiezingen hebben de VVD en de PvdA het grootst gemaakt. Ze zijn voor een kabinet op elkaar aangewezen. Ben benieuwd wat dat gaat worden. Vroeg op stap. Eerst een lange tijd langs de vaarten. Prettig fietsen met zicht op de weilanden en mooie wolkenluchten daarboven. De tocht leidt door de Klincke van Staatsbosbeheer, met vochtige veengebieden en langs pittoreske brinkdorpen als Benneveen en Aalden. Soms kom je bijzondere dingen tegen, als een gedicht in dialect over de omgeving, geëtst op een glazen plaat, of een beeldhouwwerk in hout van een schop en schepel (van Stefan Ester), dat het leven verbeeldt, naast een huis dat overduidelijk een milieuvriendelijke woning is (met oud hout en grasdaken). De wereld in Nederland tref je in de plaats Meppen, die je ook in Duitsland hebt, en de Palms, een natuurgebiedje dat bekend staat om waaiende jeneverbesstruiken, lijkend op palmen. Ik zie ze trouwens niet. Na nog een natuurgebied – Mantingerzand – raak ik aan het einddoel van deze route: Siberië 26, camping de Zandgaten. Het is een VeCaBo-camping en totaal verlaten. De receptie is vrij toegankelijk en daar ligt het stempel. Nog drie stempels, dan heb ik alle routes gefietst.

fietsen rond de wereld in Nederland etappe 1

woensdag 11 april 2012


De weersverwachting is dat het in de middag opklaart. Lijkt me dus een prima dag om te fietsen. Tegen negenen vertrokken uit het uitstekende hotel de Wereld. Meteen een prachtig stuk langs de Rijn tot de pont van Opheusden. Een zeer ingepakte veerman zegt dat ik durf met dit weer. “Vanmiddag klaart het op”, zeg ik. “Optimist”, is alles wat hij antwoordt. En hij had gelijk. Het zou vandaag niet droog worden. Over de gedeeltelijk autovrije Rijndijk naar de pont bij Elst. Het gaat nu steeds harder regenen. Bij Elst een ommetje door het bos. Omhoog en weer omlaag. Niemand te zien. In Amerongen durf ik niet een restaurant binnen te gaan voor een kop koffie. Ik ben te nat. Dan weer een stuk door platteland. Bij Doorn wordt het droger. Ik ga bij Huize Doorn de poort onderdoor. Bij de museumwinkel kan je koffie met cake krijgen voor € 2,50. Dat lijkt me wel wat. Fiets geparkeerd op de bestemde plek. Tassen eraf en richting museumwinkel. Verbaasd word ik daar aangestaard door een meneer. Vast een vrijwilliger. Ik vraag of ik het Huis kan bekijken en of mijn tassen bij hem kunnen achterblijven. “die neem ik niet in bewaring! U kunt een kaartje kopen bij Huize Doorn, aan de andere kant van het park. Daar is een garderobe, wellicht kunt u daar uw tassen kwijt”. Wat een onvriendelijke ontvangst. Moet ik het park doorlopen met twee tassen. Dan maar verder. Weer een mooi stuk door de Kaapse bossen. Even voorbij Maarn raak ik de weg kwijt, omdat er een afsluiting is. Ik kom veel te zuidelijk uit. Op het kompas rijd ik naar het noorden. En zowaar, dwars door de Krimwijk, kom ik weer op de route uit. Bij Austerlitz is het heel stil. Nog een poging wagen om vandaag iets anders te zien als de regen. Bij het informatiecentrum ga ik eerst maar vragen of ik daar mijn tassen mag stallen. Een heel wat vriendelijker ontvangst. Natuurlijk kan dat. En vervolgens krijg ik een prive-uitleg over de aanleg en de renovatie van de pyramide en wordt de film helemaal alleen voor mij vertoond. Tot slot loop ik naar de pyramide. De bomen eromheen zijn weggehaald. In volle glorie staat hij daar nu. Ook het resultaat van een werkverschaffingsproject voor daar gelegerde soldaten, net als het kanaal van Corbulo, nu in de Napoleontische tijd. Geestelijk verkwikt rijd ik het laatste stuk in de regen naar Amersfoort.