Archief van de categorie ‘wandelingen atlas de wit’

wandeling vesting zwolle

zondag 24 juli 2016

Ook Zwolle staat in mijn atlas de Wit. Reden om op 14 juli naar die stad af te reizen op een vrije dag reizen van de NS. Voor het grootste deel volg ik de wandeling beschreven in “Vestingroute, historische wandeling door de voormalige vesting Zwolle”, uitgegeven door de VVV in 2004. De belangrijke Hanzestad Zwolle had al in de 14e eeuw stadsmuren en poorten. In de 16e eeuw is Zwolle versterkt volgens de principes van het oud-nederlandse vestingstelsel met wallen en bolwerken. Wat is daar nu nog van over? Ik start op het Rode Torenplein, aan de gracht, waar het Zwarte Water binnenkomt. De brandweer is net klaar met een oefening en brengt ladders weer aan de kade. Van de Waterpoort en de Roopoort is niets meer over. Wel is goed zichtbaar het Maagjesbolwerk, waar een hedendaags architect een op een bolwerk geinspireerd bouwwerk heeft ontworpen met winkels, appartementen en een parkeerkelder. Je moet ervan houden, maar het staat hier niet gek. De Kamperpoort en de Luttekepoort zijn beide verdwenen, maar het tussenin gelegen molenbolwerk is nog een verhoging met molenstomp. Het is net een klein dorpje in de stad, smalle straatjes, kleine huisje en een poes midden op straat. Voorbij de Luttekepoort komt je in het meer groene gedeelte van de stadswallen. Even voorbij de Fundatie begint het Potgieterpark, de dichter is hier geboren, Aan het eind hiervan staat de enige poort die overgebleven is: de Sassenpoort. Een imposant bouwwerk, dat iets weergeeft van de grandeur van de stad Zwolle. In het Ter Pelkwijkpark zijn studenten bezig met allerlei lopen over een dun gespannen touwen. De beginners hebben een touw gespannen in het park, een durfal loopt over een touw over de gracht. Hij valt niet één keer. Aan het eind komt je aan bij de oude middeleeuwse stadsmuur. Maar de in de 16e eeuw aangelegde bastions in het noorden liggen er nog grotendeels, en daar loop ik eerst langs. Net als in Hoorn is hier op een bolwerk een nieuwe schouwburg gebouwd, met daarnaast een omvangrijk parkeerterrein, de verhoging van de wallen, omringd met bomen doet wat zonderling aan. Via de Kanonstraat wandel ik naar de oude stadsgracht. Aan de overkant ligt in volle glorie een groot deel van de middeleeuwse stadsmuur, met een paar torens. Vooral daar waar het “Aan de stadsmuur” heet is het druk. Studenten zitten op bankjes, praten en drinken wat en zijn soms in een heftig debat verwikkeld. Ik ben rond. en ga nog even kijken in het museum de Fundatie.

.

wandeling vesting zaltbommel

woensdag 24 juni 2015

Zaltbommel kende ik al als kind, van het liedje “In de grote stad Zaltbommel, bommel, heerste grote watersnood, en zo menig arme drommel, drommel die niet zwemmen kon ging dood.”  Later ook van het gedicht van Martinus Nijhoff, Ik ging naar Bommel om de brug te zien”. Hier startte ik met Jan in 1998 onze eerste grote fietstocht, de Hanzeroute. Maar ik wist niet dat het zo gaaf bewaard was gebleven als vestingstad. De stadsmuur uit de 14e eeuw staat er nog voor een belangrijk deel, de binnengracht ligt er ook nog bijna helemaal, plus de  bastions en de buitengracht. De bastions zijn – op bastion de kat na – prachtig begroeid met bomen en struiken. Zaltbommel geeft daardoor een heel andere indruk dan bijvoorbeeld Naarden. Hier niet een teruggerestaureerde vesting, met kaal schootsveld, maar een door de eeuwen heen begroeide en overwoekerde singelrand. Eén poort is er nog over: de Waterpoort aan de kant van de Waal. Met mijn broer en zijn vriendin liep ik in mei dicht langs de oude stadsmuur. Dat was stedelijk, de grote toren van de St. Maartenskerk bijna steeds in het zicht. En vaak ook de smalle toren van de Gasthuiskerk. We zagen de achterkant van het oudste huis van Zaltbommel, en bewonderde het standbeeld Jip en Janneke (van Ton Koops), waarmee een belangrijke dochter van Zaltbommel – Fiep Westendorp geeerd wordt. En we dronken een biertje in het stadscafé op de Markt. Gisteren liep ik er opnieuw, maar nu langs de buitenkant van de bastions. Het was meer een natuurwandeling. Onverharde paden, zingende vogels, overvloedig groene hoge bomen. Ik zag de beelden van de kunstroute in de singelgracht. Het aanbrengen van golfbrekers in de Waal. Het was te koud voor de tijd van het jaar, te koud voor een drankje op de Markt.

 

 

 

wandeling vesting mons

woensdag 6 mei 2015

Mons is in 2015 culturele hoofdstad. Dat is een goede reden om naar deze stad te gaan. Er is een tentoonstelling over Vincent van Gogh die ik graag wil zien en Mons is een vesting geweest en staat in mijn atlas de Wit. Dat is een aardige citytrip. De geschiedenis van de vesting Mons wordt in het nieuwe Memorial Museum Mons uit de doeken gedaan. Op de grond worden de opeenvolgende stadsplattegronden geprojecteerd. In de tijd dat de Wit zijn atlas maakte stond rond Mons de tweede ommuring, compleet met vestinggracht, vijf stadspoorten en bastions. Alles is in de 19e eeuw afgebroken. Op de plaats van de stadsmuren is een rondweg om de binnenstad. De wandeling die ik maak, start vanuit mijn hotel aan het Leopoldplein voor het grote station, dat in aanbouw is. Aan de andere kant van het station verrijst een commercieel centrum op een smalle strook tussen het spoor en één van de riviertjes waar Mons aan is ontstaan. Binnen 10 minuten loop je langs het water met bomen in hun eerste lentepracht. Terug op de boulevard Charles V, een drukke verkeersader met statige huizen aan één kant, loop ik met de klok mee de route waar de stadsmuur gestaan heeft. Alleen in de straatnamen kom je de verschillende stadspoorten tegen, rue du Parc, rue de Nimy, rue d’Havré, rue de Beautremont, rue de Rivage. Even voorbij waar de porte de Nimy heeft gestaan is in de muur van een pand een versiering aangebracht die doet denken aan de stadsmuur. Zou dat ook de bedoeling zijn? Als ik met de bocht in de straat meega, zie ik het enige overblijfsel: de Tour Valenciennoise. Men is men hard aan het werk. De toren is opgeknapt en er is een modern trappenhuis tegenaan geplaatst. In de grond worden leidingen getrokken. Omdat aan de andere kant van de grote boulevard president Kennedy in de stadsplattegrond slingerende straten zichtbaar zijn, die misschien een overblijfsel zijn van de rooilijnen van de bastions, maak ik een uitstapje. Ik vind een parkje en grote gebouwen, waaronder een ziekenhuis, maar ik vind niets van overblijfselen van de grachten en bastions. Wel het nieuwe Memorial Museum Mons. Net geopend. Ik ben de enige bezoeker, ze zijn blij met me. Na het bezoek loop ik terug naar de route van de tweede omwalling. Er zijn nog wel overblijfselen van de verdediging zoals die in het begin van de 19e eeuw gebouwd zijn toen België onderdeel was van het Koninkrijk Nederland. Een militaire bakkerij en kazematten. De rode bakkerij is aan alle kanten dicht en het park er bovenop is niet toegankelijk. De witte kazematten bieden onderdak aan de dient Opgravingen van het Waalse gewest. Ik ben bijna rond. Het is niet de mooiste wandeling die je kan maken in Mons, maar het laat wel veel van het karakter van de stad zien. Veel ruimte voor het verkeer rond de binnenstad, her en der herstel en aandacht voor monumenten, veel in de steigers.   Tijd voor een belgisch biertje op het mooiste plein van Mons: de Grote Markt.

wandeling vesting gouda

dinsdag 7 april 2015

 

Mijn Goudse vriendin vindt het grappig dat ik als niet-goudse denk dat ik haar nog iets over haar stad kan vertellen. Met haar en haar dochter loop ik op tweede Paasdag een rondje langs de voormalige vesting. De vestinggracht ligt er nog helemaal, maar de stadsmuren, poorten en torens zijn allemaal afgebroken. De toegangen tot de binnenstad zijn nog steeds de bruggen die er in de 17e eeuw ook al lagen.  We beginnen met koffie op de Nieuwe Markt bij de Koffiefabriek en lopen dan naar de Houtmansgracht. De plaats van de eerste poort, de Tiendewegpoort, ligt direct in het zicht. Met enige fantasie is in het parkje aan de andere kant van de brug het voormalige bolwerkje te zien. Terug maar weer naar de binnenkant van de vestinggracht. Langs de Fluwelensingel, een smal randje park, met hoge bomen, die in dit vroege voorjaar nog nauwelijks blaadjes hebben. Aan het eind van dit stuk ligt het Houtmansplantsoen. Hier heeft tegen de IJssel aan het kasteel van Gouda gelegen, dat eind 16e eeuw is afgebroken. Mijn vriendin vertelt mij dat er in dit park druk gezocht is naar onderaardse gangen die naar het kasteel zouden moeten leiden. Er is niets gevonden.
Langs het IJsselfront heeft de gemeente Gouda geprobeerd een impressie te geven van de stadsmuur met zijn poorten. Een reliëf laat zien hoe het er uitzag en eromheen is in de bestrating aangegeven hoe de stadsmuur gelopen heeft, waar de poorten en torens hebben gestaan en er is zelfs een stukje stadsmuur hersteld. Het geeft een klein beetje een indruk hoe het geweest is. Bij de opbouw van de Rotterdamse Poort is het zicht op de historische haven met oude boten indrukwekkend. Aan de overkant liggen de moderne torens en pijpen van Chemie Gouda. Langs de gracht, hier Turfsingel geheten, zijn een paar muurhuizen bewaard gebleven. Als je goed kijkt kun je de steunberen van de stadsmuur zien zitten. Verderop verrijst een omvangrijk nieuwbouwplan met tamelijk hoge flats voor zo’n historische binnenstad. Een gemiste kans. Op het bolwerk bij de voormalige potterspoort worden mijn vriendin en haar dochter heel enthousiast. Tijdelijk mogen burgers dit lege bolwerk invullen. Het ziet er fleurig uit met blauw geverfde tegels, gele zitplaatsen en bomen in grote zakken. Hier heeft het bolwerk gelegen van de Potterspoort. Het wapen van deze poort is bewaard gebleven en ingemetseld in het gebouw van de voormalige energiefabriek om de hoek. Nog één poort te gaan, de Kleiwegpoort, aan het eind van de Kattensingel. Het gaat langzamerhand een beetje druppen, tijd om het museum te bezoeken. In een gebouwtje bij het museum is een tentoonstelling van de archeologische vereniging van Gouda: Gouda Ommuurd. In twee vitrines zien we met historische platen wat we net gelopen hebben. In het museum is een grote maquette opgesteld van Gouda in 1562. Net een eeuw vroeger dan de plattegrond in Atlas de Wit. De bolwerkjes zijn nog niet aangelegd. Ik kan het niet laten een paar poorten te fotograferen. Hieronder het IJsselfront, met rechts het kasteel. (als je op het plaatje klikt wordt het groot).
Ik heb vandaag veel gehoord over Gouda. Maar mijn vriendin en haar dochter hebben ook nieuwe info over hun stad. Leuk!

 

maquette Gouda 1562, IJsselfront

wandeling vesting hoorn

donderdag 26 februari 2015

 

Atlas de Wit 1697, Hoorn

Op een koude zondagochtend in februari met mijn broer afgereisd naar het noorden, naar Hoorn. Van de vestingwerken is aan de noordkant van Hoorn de gracht nog aardig zichtbaar. En daar starten we ook, want het spoor met het station ligt net ten noorden daarvan. Het eerste onderdeel dat we zien is wat wel de Hoornse Waterpoort wordt genoemd. Het ziet er nu uit als een brug over de Nieuwlandgracht. Op de kaart van de Atlas de Wit zie je dat het een onderdoorgang voor schepen is in de omwalling. Even verderop heeft de Koepoort gestaan. Alleen de brug met de leuningen is er nog. We steken de brug over en gaan aan de andere kant van de gracht verder door het plantsoen. Hier staat nog een kruittoren, een halfronde verdedigingstoren in de voormalige stadsmuur. Hij is eigendom van de Stichting Hendrick de Keyser en wordt volgens een bord gerestaureerd tot B&B accommodatie. Leuke gelegenheid voor een B&B! Verder over de omwalling met bomen omzoomd, nog kaal, naar de Oosterpoort. De enige van de vijf stadspoorten die nog overeind staat. Op de kaart van de Wit is goed te zien dat deze poort naast het bolwerk lag met een houten brug verbonden met de overkant. En die situatie is hedentendage nog zo. Boven op de poort staat de poortwachterswoning. Zo te zien wordt die nog steeds bewoond. We lopen onder de poort door en bewonderen de kunstige bakstenen gewelven. Verderop is de situatie ten opzichte van eind 17e eeuw aanzienlijk gewijzigd. Vaag is nog het laatste bolwerk te zien in het landschap, de Nieuwe Wal geheten. En daar is het IJsselmeer, koud, winderig en grijs. Er is een hondenzwemplaats, maar geen hond te zien, laat staan in het water. Spoedig komt de Hoofdtoren in zicht. Een halfronde verdedigingstoren aan een houten aanlegsteiger, het Houten Hoofd. Nu zit er een restaurant in. Ha lekker warm een kopje koffie drinken. Binnen is het mudvol, dus zonder koffie lopen we verder. Dan maar eerst naar het Westfries Museum op het oudste stuk van Hoorn, de Rode Steen. Het museum heeft een grote maquette van het Hoorn uit de 17e eeuw. Hier zien we driedimensionaal wat de kaart van de Wit in het platte vlak laat zien. Jammer genoeg kan je er niet omheen lopen. Elders in het museum bewonderen we het schilderij van Hendrick Vroom uit 1622. Hij schilderde het 17e eeuwse Hoorn vanuit de Zuiderzee. Opgewarmd vervolgen we onze tocht langs de Westzeedijk op zoek naar de plaats waar de Westerpoort gestaan heeft. Dat is vlakbij de nieuwe schouwburg van Hoorn. Naast de schouwburg zijn in het plaveisel van de straat de contouren van de Westerpoort weergegeven. Bijna terug bij het station komen we langs de plek waar de Noorderpoort gestaan moet hebben. Brede verkeersstraten verhinderen je voor te stellen waar dat geweest moet zijn.

 

Gezicht op Hoorn van Hendrick Vroom (1622)


 

wandeling vesting vlissingen

donderdag 2 oktober 2014

vlissingen in atlas de wit

Het is een zonnige en warme herfstdag. Museumjaarkaarthouders kunnen vandaag gratis met een gids mee in de kazematten. Een vestingwerk dat is aangelegd in de tijd van Napoleon. Een aardige aanleiding om in de Atlas de Wit de vesting Vlissingen te bekijken en wat daar nu nog van over is. Dat blijkt niet veel. Wel staat aan de zuidkant het Keizersbolwerk, met het standbeeld van Michiel de Ruyter, (en daaronder de kazematten), en iets verderop langs de boulevard een deel van één van de vier stadspoorten, de Gevangentoren, maar aan de noord- en oostkant is de oude vesting niet eens meer in de rooilijnen terug te vinden. De uitbreidingen met nieuwe woonwijken, nieuwe en grotere havens, het kanaal door Walcheren en de aanleg van het spoor hebben alles uitgewist. Dan maar de stadswandeling van de VVV lopen. Mijn broer, zijn zoon en zijn vriendin gaan mee. Het begint meteen goed. Je ruikt de zee, je voelt de zon op je huid, de typische luchten en sfeer van een plaats aan de zee. Langs het Oranjebolwerk met molen, over de sluizen bij de Koopmanshaven, langs de boulevard, met zeer veel mensen loom liggend in het zand, naar de Gevangentoren, voor een kopje koffie. Daarna door straten met nietszeggende architectuur, door het moderne winkelgebied, naar een verloren liggend pareltje, een hofje. Het ligt hoog op een kunstmatige heuvel, zonder enig verband met de rest van de omgeving. Maar binnen is het rustiek, kleine huisjes met een mooie tuin. Uiteindelijk komen we bij het Muzeeum, gevestigd in een paar panden aan de Nieuwendijk, waaronder het Lampsinshuis, een stadspaleis uit 1641. Het geslacht Lampsins heeft zeer veel verdiend met de  handel en laat dat middels dit huis ook goed zien. In dit paleisje hangt een groot schilderij uit 1669 “Gezicht op Vlissingen” van Petrus Segaers. Hierop is het Keizersbolwerk, nog bebouwd met huizen, en de Westpoort goed te zien.  De gids wacht ons op en brengt ons naar de Kazematten. Een deel van de kazematten is toegankelijk en ingericht met de geschiedenis van Vlissingen. Hier kan ik mijn hart ophalen aan oude kaarten van Vlissingen. De ontwikkeling van klein vissersplaatsje naar grote haven, en de ontwikkeling van de verdediging is goed te volgen. We sluiten de dag af met een etentje – nee niet bij brasserie Evertsen op het rondeel, daar worden we niet geholpen, maar bij restaurant de Vissershaven. De zon gaat al onder als we teruglopen naar de parkeerplaats bij het station.

 

Geraadpleegd:  Hans Sakkers, Vesting Vlissingen, een veranderende vormgeving door de eeuwen heen”, Middelburg, 2004.

wandeling vesting gorinchem

maandag 8 september 2014

plattegrond gorinchem atlas de wit 1698

Plattegrond van Gorinchem in Atlas de Wit.

Weer zo’n mooie nazomerdag. Woensdag 2 september is het. Samen met mijn broer loop ik weer een vesting rond. Nu Gorinchem. Vanaf het station zijn we binnen vijf minuten in de vesting, daar waar vroeger de Kanselpoort heeft gestaan. Nu een coupure in de wal. Duidelijk zijn de vertikale sleuven - schotbalksponningen - te zien,  waarin bij hoog water schotbalken geplaatst kunnen worden. Er staat een routebordje vestingwandeling, dat tegen de klok in wijst. Dat doen we. Het blijkt overigens het enige bordje te zijn dat we onderweg tegenkomen. De vestingwallen zijn nog geheel intact. Onderweg kom je van alles tegen. Een grote grijze bunker, caponnière genaamd. Met een gedicht van Ida Gerhardt, één van de grote dochters van Gorinchem. De enig overgebleven stadspoort – de Dalempoort – waardoor je op de uiterwaarden komt. Plantsoenarbeiders zijn hier bezig het bruggetje schoon te spuiten. De aanlegplaats van de veren over de Merwede, met een schitterend zicht op de rivier. Twee molens op de wallen, de Roos en Nooit Volmaakt. De laatste wordt vanuit een hoogwerker geschilderd, een bijzonder silhouet tegen het licht in. Maar ook een te groot zorgappartementencomplex, waar nog veel leeg staat, een lelijke parkeergarage nauwelijks verborgen in het groen. En een krot aan de Altenawal, met gaas en prikkeldraad beschermd tegen verder verval. Na rond gelopen te zijn, wandelen we in het stadje de stadswandeling en bekijken de geschiedenis van de Gorinchem in het museum op de Grote Markt. De kranten staan deze dagen vol met commentaar op de barbaarse onthoofdingen van Amerikanen door de islamitische strijders en het openen van het eerste vondelingenluik in Papendrecht. In Gorkum blijkt dat er niets nieuws onder de zon is. In het museum zien we een prent met de onthoofding van de edellieden Egmond en Hoorne in 1568 op de Grote Markt in Brussel en bij het voormalig weeshuis zit in de zijmuur het Vondelingenluikje.

Bij de VVV:
“wandelen door heden en verleden van Gorinchem, vestingwandeling”
“stadswandeling Gorinchem”

Link: site over de hollande waterlinie, waar Gorinchem deel vanuit maakt.

wandeling vesting delft

vrijdag 5 september 2014

 

delft atlas de wit 1698

delft atlas de wit 1698

Op een mooie nazomerdag met mijn vriendin Miriam naar Delft. Ze kent Delft goed, maar wil met mij wel aan de hand van de Atlas de Wit rond de vesting van Delft lopen. We beginnen met een kop koffie bij het Stadskoffyhuis aan de Oude Delft. We lopen de Oude Delft uit naar het begin van onze wandeling, daar waar de Oude en de Nieuwe Delft elkaar raken  en waar twee stadspoorten gestaan hebben, de Schiedamse en Rotterdamse Poort. Daar is nu niets meer van over als alleen een plaquette bij een boom. Maar we kennen hun beeltenis wel. Johannes Vermeer heeft ze immers geschilderd op zijn “Gezicht op Delft”. We lopen naar de andere kant van het water, om te zien wat hij toen gezien heeft. Alleen de toren van de Nieuwe Kerk en de loop van het water is nog hetzelfde. Terug op de route kost het moeite om te bepalen hoe de Zuidergracht hier gelopen moet hebben. Een deel is gedempt in de wederopbouwjaren en daarop is grootschalige nieuwbouw ontstaan. Maar we vinden tussen de huizen het restant van de gracht terug en erlangs loopt een wandelpad door een smal stukje groen. We komen netjes uit bij de enig overgebleven stadspoort (Delft had er zeven), de Oostpoort. Mooi gerestaureerd met nog een stukje stadsmuur eraan. Langs de oostkant van Delft is het prettig wandelen, wandelpad in het groen. De bomen kleuren al. We passeren de restanten van twee vestingtorens, de Rietveldse toren, waarop een woonhuis is gebouwd, en de Huybrechtstoren, waaraan nu een botenhuis vast zit. Aan de noordkant is het weer even zoeken. De gracht is hier eind 19e eeuw gedempt en er ligt nu een plantsoen met hoge bomen en aan de rand die typisch grote herenhuizen die je overal vindt aan de rand van de stadssingels. Het laatste stuk – langs het spoor – is één grote bouwput. Eindelijk wordt de spoortunnel aangelegd. Molen de Roos, de laatst overgebleven molen van de stadswallen, staat er middenop en even verder de Bagijnetoren. Deze is 15 meter verplaatst in verband met de aanleg van de tunnel. “Moeten we dit lelijke stuk wandelen?”, vraagt mijn vriendin. “Ja” zeg ik, bedenk maar hoe het er in 2017 uitziet. Water terug in de Spoorsingel, het bolwerk hersteld, dat gelegen heeft voor de Waterslootpoort. Het komt er weer een beetje uit te zien als op de plaat in Atlas de Wit”.

 

 

 

 

wandeling vesting naarden

donderdag 28 augustus 2014

 

naarden in atlas de wit

Uiteraard staat in Atlas de Wit ook een plattegrond van Naarden.  Merkwaardig genoeg bevat de atlas niet de vesting die in 1673 is aangelegd en die in al zijn glorie in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw is gerestaureerd. Zoals de toelichting in de atlas zegt: “De Wit heeft het kennelijk niet nodig gevonden of geen tijd gehad om het oude plattegrondje uit 1632 aan te passen.” Om dit oude plattegrondje werden een nieuwe gracht aangelegd met daarin eilanden: ravelijnen genoemd. Daar omheen een “enveloppe” met een weg, die de bedekte weg wordt genoemd, en daar omheen weer een gracht. Komend van onze etappe van het Westerborkpad, zijn we afgebogen naar Naarden. We lopen de vesting binnen via een doorbraak uit 1939 en starten onze wandeling aan de zuidoostkant door de Utrechtse Poort.  Vanaf deze enig overgebleven landpoort lopen we met de klok mee de  hele bedekte weg in stervorm rond de vesting. Je ziet alle bolwerken en ravelijnen. En steeds de grote kerk van Naarden boven de bebouwing uitrijzend. De weg is bijna volledig begroeid met bomen, nu in de zomer, vol in blad. Naar het vestingeiland – een ravelijn dat niet in zijn oorspronkelijke vorm is teruggerestaureerd – ligt een tijdelijke brug. Het is huttenbouwweek. En het is er een drukte van belang met kinderen en hun ouders. Even verderop op de bedekte weg is het weer heel rustig. We hebben genoeg gewandeld voor vandaag en gaan terug naar het station.

 

wandeling vestinggracht den haag

woensdag 26 maart 2014

den haag 1698

 

Den Haag is een dorp heb ik altijd geleerd. Ik ben dan ook verbaasd dat in de Atlas de Wit (1698) wel een afbeelding staat van Den Haag. Zonder versterkingen, dat wel. Het blijkt dat er wel degelijk  plannen zijn geweest om van Den Haag een echte vestingstad te maken. In de tijd van de 80 jarige oorlog. Prins Maurits, die zelf ook in Den Haag woonde, heeft er sterk op aangedrongen. Het is er niet van gekomen. De Staten van Holland, het Hof van Holland en de Rekenkamer, allen gevestigd in Den Haag wilden wel meebetalen, maar dan moest er een bestuur komen, waarin zij een flinke vinger in de pap hadden. Drie zetels voor hun en eentje voor het bestuur van het dorp. En dat wilde de magistratuur van Den Haag natuurlijk niet. Dan zouden ze de zeggenschap over hun dorp geheel kwijt raken. Dus is de aanleg van de fortificatie niet doorgegaan. Maar wel de aanleg van een grachtengordel. En die ligt er nu nog nagenoeg helemaal. In de zomer kan je vanaf de Bierkade een rondje varen rond Den Haag met de Ooievaart. Wij, mijn broer en zijn vriendin en ik, gaan wandelen. We starten aan de achterkant van de Amerikaanse ambassade, waar net een CD-auto van top tot teen, met een detectie-apparaat onderzocht wordt. Op de hoek van de Kanonstraat heeft volgens atlas de Wit het Giethuys gestaan. Hier werden kanonnen gegoten. Het pand is in WOII gebombardeerd. Twee onderdelen zijn bewaard gebleven, een fronton en een poortje. Beide zijn ingemetseld in het gebouw van het ministerie van Defensie aan de Kalvermarkt. Honderden keren langsgelopen, nooit opgemerkt!

langs de vestinggracht den haag

We lopen verder door een aardig stukje Den Haag, langs de Nieuw Uitleg en de Hooikade naar de Mauritskade. De stad maakt zich op voor de Nucleaire Top met de wereldleiders. Straten liggen open voor de aanleg van glasvezel. En bij de koninklijke stallen wordt geoefend met de koetsen. Aan de achterkant van het paleis worden goederen en drank uitgeladen. Dan komen we aan een klein stukje gracht dat gedempt is: de Noordwal/Veenkade. Maar… dat wordt weer opengegraven. Een autoberging voor abonnementshouders met daarbovenop water. Zomer 2015 moet alles klaar zijn. Nu kijken we in de diepte van wat de parkeerkelder moet worden. Enorme damwanden stutten de zijkanten. Tijd voor een kopje koffie op een terras in de zon bij het kleine vegetarische Baklust. We komen nu in het minder sjieke deel van Den Haag. Deze hoek met aan het eind de Westermolens was nog helemaal niet bebouwd eind 17e eeuw. Op de kaart van de Wit zijn duinen te zien. Nu staan midden op dat terrein hoge flats.  Via Buitenom bereiken we een mooier stukje Den Haag. Bij het begin van de Zuidwal staat een beeldje van Gerard Brouwer, de Houthandelaar. Het herdenkt dat hier gedurende 100 jaar houthandel Dekker gevestigd was. De Zuidwal gaat over in de Bierkade en Dunne Bierkade. Hier heb ik mooie herinneringen aan het Jazz in de gracht festival dat eind augustus gehouden wordt. Veel bootjes in de gracht, veel muziek en veel drank. Maar nu is het rustig en tamelijk leeg. Sla je dan weer een hoek om, dan komt heel overweldigend het nieuwe torenhoge Den Haag op je af. Langs de smalle gracht schieten aan weerszijden de wolkenkrabbers omhoog. In de hoogte hangt een glazenwasser. Het einde van een gevarieerde tocht als de vestinggracht van Den Haag. Opmerkelijk is dat nergens de gracht een grens vormt met de bebouwing aan de buitenkant van het water, zoals dat bij echte vestingsteden wel het geval is. Daarom was het mij ook nooit opgevallen, denk ik.