Op de laatste mooie dag van deze zomer een fietstocht / wandeling gemaakt in mijn eigen dorp. Aan de noordkant van het dorp is het landgoed Berbice opengesteld. Ik heb daar al eens gelopen (zie vorige blog ). Nu is er een wandeling uitgezet met grappige rode paddestoelen, de orangerie is open, er speelt een blokfluitorkest. Het lijkt nu minder verwaarloosd dan toen ik er drie weken geleden liep. De vrijwilligers hebben zeker hun best gedaan. In de orangerie kun je rozencertificaten kopen, zodat de oude rozentuin weer aangelegd kan worden. Een mooi initiatief. Stom genoeg heb ik geen contant geld bij me.
Ook het raadhuis is opengesteld. Ik bekijk de galerij met de burgemeestersportretten. Burgemeester Verver, waarnaar onze straat heet, en die zo in opspraak is geraakt in Schiedam dat we een verzoek hebben ingediend om de straatnaam te wijzigen, hangt er nog pontificaal. Als enige in kleur.
Op naar de zuidkant van het dorp, naar het klooster Bijdorp. Met Jan ben ik er vaak langs gewandeld. Het was nooit open. Nu heb ik de kans om daar te kijken. Een enorme tuin, deels park, deels groenten- en bloementuin. Ook een groot weiland. Het terrein loopt door tot de Vliet. Niet veel mensen nemen de moeite om zover door te lopen. Door een met bomen omzoomd pad, overgroeid met mos, kom je aan het water. Er staan twee banken. Maar hier is niemand te bekennen. Ik loop terug naar het klooster, om de kapel te bekijken. Er staat een lange rij. De wachttijd is een half uur. Maar binnen wacht een drietal aardige toelichtingen. Eén in de kamer die van de laatste bewoners voor de nonnen in originele staat moest blijven, één in een kleine ruimte met schatten als misboeken, kelken en een verzameling poppen met habijten door de eeuwen heen en één in de kapel. De laatste non eindigt haar verhaal met dat ze het nu genant goed hebben.
Gisteren het Hooghkamerpad gelopen. Niet helemaal, juist het parkje waarnaar dit pad genoemd is in het boekje “Wandelen buiten de binnenstad van Leiden” heb ik overgeslagen. Ben begonnen in Voorschoten bij het landhuis Berenstein, dat er al jaren vervallen bij ligt. Oorspronkelijk onderdeel van de buitenplaats Berbice, waar ik de wandeling zal eindigen. In afwijking van de wandeling dwars door de nieuwe wijk Allemansgeest gelopen in plaats van er omheen. Mijn mening gewijzigd over deze wijk. Als je vanaf de Vliet kijkt, dan vind ik het een hoog eftelinggehalte hebben. Maar als je in de wijk loopt, valt het me op dat er een eenheid in zit. Ruim opgezet, veel aandacht voor het detail. Toch mooi. Daarna helemaal rond de grote plas in het recreatiegebied Vlietland gelopen. Op de strandjes was het heel druk met zonnende en badende mensen. Op het water veel bootjes en surfers. En op het wandelpad honden, veel honden. De meeste honden heb ik doorstaan, voor slechts twee honden ben ik omgelopen. Vervelend is dat het wandelpad voor een deel samenvalt met een ruiterpad. Waarschijnlijk is het de bedoeling dat je dan het fietspad neemt. Het ruiterpad loopt veel dichter bij de plas en dat is aardiger. Ik heb de omweg gemaakt naar de uitspanning Cronesteijn. Voor een glas koel mineraalwater en een tosti. Via de andere kant van de Vliet terug. Geeindigd bij Berbice. Het oude buiten op de kruising van de Leidseweg en de Voorschoterweg. Dit landgoed ligt op het tracé van de Rijnlandroute, de verbinding tussen de A44 en de A4. Nu weer actueel, omdat de Provincie gekozen heeft voor het tracé door Voorschoten. Hoewel het park alleen toegankelijk is voor leden van het Zuidhollands Landschap, ben ik toch door het hek naar binnen gelopen. Het is een vervallen park. Maar wel sfeer. Kleine waterpartij, gammel bruggetje, heel oude bomen, met mos begroeide paden. Jammer als hier een grote weg doorheen gaat lopen.
Na een schitterend voorjaar beleven we een koude, winderige en natte julimaand. Mijn plan is deze etappe in twee dagen af te leggen. Eerste dag van Blaricum (de Tafelberg) via de Loosdrechtse plassen en langs de Vecht naar Breukelen en dan pal west naar Nieuwveen. De tweede dag de rest, naar het noorden, dwars door Amterdam, grotendeels langs de Amstel en vervolgens via de Zaanstreek omhoog en dan via een kronkel naar het westen (Egmond en Bergen) en een kronkel naar het oosten (Winkel) naar het eindpunt St. Maarten. Het loopt anders. Als ik het treinstation Naarden-Bussum uitstap regent het al. Die bui houdt gauw op. De hele eerste dag blijft het koud met harde wind uit het westen. Zwaar fietsen, maar ik haal Nieuwveen op tijd. De volgende dag echter is het koud (12 graden!), harde westelijke wind en plensregen. Dat is teveel van het goede. Van Nieuwveen is het maar 30 km. naar huis. En dat heb ik gedaan. Het vervolg van deze etappe houdt u dus nog te goed.
Vanaf station Naarden-Bussum is het ong. 5 km naar de Tafelberg. Via de Oud Blaricummerweg door het bos en over de hei. Ik ga restaurant de Tafelberg in voor koffie met appeltaart en een stempel. Het meisje dat ik aanspreek heeft nog nooit van een stempel gehoord, maar als ik het boekje laat zien, gaat zij er een oudere dame bijhalen. En die zegt” Oh, u bent de eerste, even zoeken waar ik hem gelaten heb”. En inderdaad uit een laatje onder de kassa komt het stempel met kussentje te voorschijn. En onder applaus van het personeel wordt een stempel in mijn boekje gezet. Ze wijst me waar de Tafelberg ligt, schuin achter het etablissement. En door de hei fiets ik daar naartoe om er officieel te tweede etappe te beginnen. Grappig dat deze lichte verhoging in het landschap heet naar het beeldmerk van Zuid-Afrika. Er volgt een mooie route door bos - met buffels - en langs de Vecht. De wind is behoorlijk zwaar en bij Breukelen besluit ik een stukje af te snijden en rechtstreeks door te fietsen naar Spengen. Het regent nog steeds niet, maar zomerweer is anders. Spengen doet helemaal niet aan Spanje denken! Even ten noorden van de Nieuwkoopse plassen gaat het pad dwars door de weilanden. Met moeite haal ik nog 11 km. per uur. Zie wel de Russische namen van de boerderijen. De lourdesgrot achter de kerk in Noordeinde vereer ik met een bezoekje. Zou zo’n grot in de stad kunnen? Of zou dat meteen aan vandalisme ten onder gaan. Als ik de tuin uitga, komen drie opgeschoten jongeren erin. Hangplek of devotie? In Nieuwveen word ik hartelijk ontvangen door de heer des huizes van een Vrienden op de fiets adres. Hij heeft de TV aanstaan. Tot mijn ontzetting blijkt die morgen een Noorse gek een moordpartij gehouden te hebben op een eiland vol sociaal democratische jongeren.
De weersvoorspelling is slecht, maar het valt het mee. Onverwacht mooi weer met prachtige wolkenluchten, soms heel donker. Er valt geen regen gedurende dagen dat ik deze route fiets. De aanrijdroute over de waddendijk van Harlingen naar Zurich is meteen een plaatje. In Zurich een stempel gehaald bij de plaatselijke hengelsportwinkel. De etappe kringelt eerst oostelijk naar Wiuwert. Middenin zit de Slachtedijk, een onverhard graspad, nu nagenoeg onbegaanbaar door de vele regen. Gelukkig heeft mijn fiets brede banden, bedoeld voor de wegen in Roemenië. Die bewijzen nu goede dienst. Wiuwert is de moeite waard. Daar zijn vier mummies te zien - je hoeft er dus niet voor naar Egypte -. En gelukkig is het kerkje open. De mummies die namen dragen als de goudsmit, de vergeten vrouw, de man met het kaakabces, en 14 jarig meisje overleden aan tuberculose zijn spectaculair. Zo goed zijn ze bewaard. Je vergeet dat je naar mensen kijkt uit de 17e eeuw. Verder maar weer naar het zuiden richting meren. Na de veerpont bij Gaastmeer is het Russisch orthodox kerkje in Hemelum snel bereikt. De deur staat open, binnen is een dienst aan de gang. Onbedekt van armen en benen als ik ben, blijf ik in de schaduw van de hal staan. De B&B de Zevende Hemel ligt op een steenworp afstand. Het is er inderdaad de zevende hemel. Mooie kamer, lekker bijzonder eten, gezellige eigenaar. De volgende dag breng ik door bij mijn vriendin Roos in Oudemirdum. En dan weer op de fiets voor het laatste deel van deze etappe. Langs de kliffenkust van Friesland - niet geweten dat ze die hebben - en passant het kleine haventje in Laaksum meenemend - via Nieuw Amerika en de Bremer Wildernis (een bosje) langs een klein Joods kerkhof in Tacozijl naar Lemmer. Verschillende keren heb ik deze dijk al gefietst, maar het kleine Joodse kerkhof is me nooit opgevallen. Het staat ook niet aangegeven op de dijk. Een paar grafstenen en een klein gedenkteken voor de slachtoffers uit deze streek die in Auschwitz zijn vermoord. Na Lemmer wordt het heel erg donker, en de wind gaat flink hard waaien. Ik snel over de oude zuiderzeedijk voorbij het voormalige vestingstadje Kuinre voor een kleine omweg door de Noordoostpolder. Daar ligt Viva Lavandula, een uitgebreide lavendelboerderij met allerlei soorten lavendelplanten. Dat doet aan de Province denken. Zij hebben er ook een restaurant met lavendeltaart, Dat smaakt curieus. Roept bij mij eerder de associatie op van zeep dan van eten. Niet veel verder ligt het buurtschap Nederland. Hier mag je zelf je stempel zetten in een heus stempelhok. Ik fiets nog even door naar Steenwijk. Vandaar kan ik met de trein naar de volgende etappe.
Dat vind ik een leuk thema, fietsen rond de wereld in Nederland. Langs allerlei plaatsen die een associatie of verband met het buitenland hebben. Als ik dan het advies opvolg om als ik alleen wil fietsen dat eerst in Nederland te proberen, dan is het wel zo leuk dat te doen via dit thema. Het boekje is mooi uitgegeven, maar onhandig van formaat. Te zwaar en te groot om in de map van de stuurtas te stoppen. Dus eerst de routebeschrijvingen gekopieerd van de twee etappes die ik deze zomer wil fietsen: Van Zurich in Friesland naar Nederland in Overijssel en van de Tafelberg bij Blaricum naar St. Maarten in Noord-Holland. Gelukkig zitten er losse kaartjes bij.
Afgelopen zondag in stralend weer de andere wandeling in de Merenwijk en het gebied ten noorden daarvan gemaakt. De wandeling uit het boekje van Loek Heskes. De start is bij het winkelcentrum de Kopermolen. Fiets veiligheidshalve op twee sloten vastgezet aan een paal. En op weg naar het Merenwijkpark. De route gaat daar snel langs de wester zijkant doorheen. En dan je snel aan de noordelijke rand van de Merenwijk. Je loopt om het golfterrein heen. Ik zie al snel de Broekmolen. Nu komt het spannende stuk. Want over de lange loopbrug bereik je het schiereiland Strengen en Tengnagel en daar moet een veerpont aanleggen, die je naar het eiland Zwanburgerpolder brengt. En hek door en daar staan twee koeien, tenminste dat hoop ik, want ik zie geen uiers. Met bonzend hart bereik ik de aanlegplaats. Geen veerboot en die is ook niet aan de overkant te zien. Ik bel het nummer, en dan blijkt dat de beschrijving van Heskes achterstevoren de Zwanburgerroute doet. De veerboot komt mij ophalen, maar brengt me niet meteen naar de overkant, maar gaat eerst dwars de plas over om bij het beginpunt een tiental mensen op te halen. De veerboot vervoert je namelijk twee keer. Van A naar B en van C naar D. En mij vervoeren ze van D via A naar B. Dan loop ik met de groep mee naar C. De veerboot brengt de groep van C naar D en mij daarna naar A. Op die manier ben ik de plas twee keer extra over gevaren. “En dat allemaal voor 2 euro mevrouw!”. Je moet geen haast hebben. Op de Koudenhorn is een uitspanning en daar is het mega druk. Maar even verderop op een natuurpad is weer niemand te zien. Nou, niemand.. Allerlei bootjes kunnen aanmeren. En één jong stel dat kennelijk zo hoge nood dat ze dwars op het pad een vrijpartij begonnen waren. Jongen op zijn rug, meisje er bovenop. Ze zagen me natuurlijk niet aankomen en moesten vreselijk lachen. De terugweg door Warmond en vooral het lange fietspad langs het spoor was een minder onderdeel van de tocht. En dan moet je ook nog via dezelfde weg door het Merenwijkpark naar de Kopermolen.
Vandaag de vergelijking van de wandelingen in het huismusboekje en het boekje van Loek Heskes voortgezet. (zie bericht: http://www.europesefietstochten.nl/weblog/2011/05/01/twee-wandeltochten-in-leiden/) . Vanwege de tijd alleen de wandeling uit het huismusboekje gedaan. Het is heel mooi zonnig weer met behoorlijk veel wind. Fiets bij de Zijlpoort gestald, en via het Kooipark, de opgebroken Willem de Zwijgerlaan door het Noorderpark naar de Slaaghsloot. Het Noorderpark is onverwacht een heel leuk park, met treurwilgen met mos, een speeltuin met veel water, volkstuinen en schooltuinen. Het is nog vroeg, alleen een sporter oeftent zijn armspieren aan een hangtoestel. Bij de Slaaghsloot een serie hoogspanningsmasten. Nu er in onze wijk fanaat aktie wordt gevoerd voor het ondergronds brengen van de hoogspanningskabels, kijk met extra aandacht naar andere masten in de bebouwde kom.Hier wonen in ieder geval veel meer mensen. Een Marokkaanse vader speelt met zijn drie kinderen bij een bank. Het park in de Merenwijk is dan snel bereikt. Ik ben er nog nooit doorheengelopen. Het heeft inmiddels aardig hoge bomen, de bordjes die er volgens het boekje moeten staan, zijn verdwenen, maar de kinderboerderij is er nog in volle omvang. Een ooievaarspaar nestelt op een hoog wiel. Over de oude Broekweg, een fraaie met knotwilgen omzoomd fiets- en wandelpad, kom ik in de weilanden van ’t Joppe. Twee zwanen bewaken hun vijfkoppig kroost. Hier kun je met een veer over de Zijl, dan is het nog 2 km langs de weg teruglopen naar Leiden. Bij de Zijlpoort een kopje koffie met eigengemaakt appelgebak gegeten.
Weer een aardige wandeling die mooi de verschillende parken met elkaar verbindt. De vergelijking met de wandeling van Heskes komt de volgende keer.
Met de pinksterdagen samen met Hans fietsen naar Friesland, naar vrienden in Molkwerum en een vriendin in Oudemirdum, dat leek me wel wat. Via de fietsrouteplanner van de Fietsersbond een aardige route uitgeprint, grotendeels via de knooppunten. Vanuit Voorschoten eerst naar Woubrugge. Het is lekker droog weer, met een wind die uit alle richtingen waait. En dat zal de hele dag zo blijven. Via de veerpunt over de Amstel, met een net getrouwde veerbaas, naar Ouderkerk aan de Amstel, alwaar Hans een lekker bakkertje kent. De bakkerij zit er al vanaf 1897 op een historische plaats vlakbij de kerk. Vandaar via Weesp en Muiden naar de brug over het Gooimeer. Dan komt een stuk langs de dijken van de Noordoostpolder. Ik vind het altijd weer fascinerend om langs het water de fietsen. Te bedenken dat het land hier op de zee veroverd is, het water dat klotst op de dijk, de bootjes, de vogels in de lucht, en de wind in je haren. We fietsen langs de Oostvaardersplassen. Wat is het hier kaal, dat had ik me heel anders voorgesteld. Direct na de Oostvaardersplassen ligt Lelystad Haven. Daar is een eenvoudig vrienden op de fiets adres. (filmpje 1) De volgende dag fietsen we langs de dijk verder. Een nieuw stuk Lelystad, stedelijke bebouwing aan een haven, losstaand in een stuk niemandsland. Het herinnert me aan Kaliningrad. Prachtige nieuwbouw in een structuurloos onaf gebied. De brug van het Ketelmeer over, door een feestend Urk, langs eindeloze rijen windmolens. Dan breekt de dreigende bui regen los. Nergens een plek om te schuilen. Drijfnat komen we in Lemmer aan. Op het terras van Tapa Tapa aan de Schans duiken we onder een luifel. Ze hebben zo medelijden met ons dat de heater wordt aangezet. Hier valt de volgende bui, nu met onweer. (filmpje 2) Als de regen ophoudt fietsen we snel verder naar Oudemirdum en Molkwerum.
Op Pinksteren houden we rust. We varen met onze vrienden naar Hindeloopen en weer terug (filmpje 3).
Pinkstermaandag is de slechtste dag, wat weer betreft. Met de boot van Stavoren naar Enkhuizen, en daarna de hele weg de wind pal tegen, met drizzelregen. Gelukkig eindigt die dag met een concertje in het Muziektheater aan het IJ. Stilstaande esotherische muziek van Satie, gespeeld door Reinbert de Leeuw. Daar word je rustig van.
Totaal 281 km. gefietst.
Elk jaar maken een aantal (oud) collega’s van de voormalige directie Verkeer en Vervoer in Leiden een wandeling met elkaar. Vorig jaar mocht ik voor het eerst meelopen. En dit jaar weer. De naam van de groep is nu veranderd in Verkeer en Vervoer Plus. Die plus ben ik. De wandeling van Baarn naar Amersfoort is een onderdeel van het Utrechtpad, een langeafstandswandelpad rond Utrecht. Het is schitterend weer, en niet te warm. Perfect wandelweer. En heel relaxed, 16 km. Voor een deel loopt het pad langs de Eem. Met natuurkenners erbij zie en hoor ik meer vogels, o.a. de karekiet. We passeren een biologische boerderij met een groot varken buiten in de droge modder. Een aaibare beer. Bij een boom totaal ingepakt door rupsen volgt een vakkundige uitleg van John. Even later komen we eiken tegen met de waarschuwing eikenbladrupsen. En inderdaad hoog in de boom, onbereikbaar voor het filmapparaat zie je een zak met rupsen hangen. Altijd weer mooi om Amersfoort binnen te lopen via de Koppelpoort. Na een bijzonder biertje - Cordeux- bij de bierbrouwerij de Drie Ringen, zakken we af naar het station. Alwaar een tafel is besteld bij restaurant Perron 4/5 ( http://www.perron4-5.nl/ ). Een eersteklas afsluiting van een mooie dag.
Net als vorige week vandaag weer twee wandelingen in Leiden e.o. gelopen. “Over de geesten door Leiden aan zee” uit het huismusboekje en “Stevenspark pad” uit het boekje van Loek Heskes. De eerste wandeling rijgt de parken en kastelen aan elkaar. Van de tuin achter Naturalis, door het bos van Bosman naar Endegeest en Rhijngeest en via Hendrik Kraemerpark en Leidse Hout, met een ommetje door Oud Poelgeest en het Heempark weer terug. Ik ben gestart bij het LUMC, omdat ik geen extra slot voor de fiets meegenomen had en die dus moest stallen in de fietsenstalling van het station. Het Bosmanbosje had ik vorige week al bewonderd met zijn hoge bomen, maar mooier nog is het park rond Endegeest. Bijzonder eigenlijk dat de tuinen rond deze grote psychiatrische inrichting vrij toegankelijk zijn. Er lopen op de vroege ochtend patiënten te wandelen. Iedereen zegt gedag. Bij Rhijngeest sta ik even stil bij het beeld van Jan Wolkers “Vrouwen in verzet”. Het grootste deel van deze wandeling gaat over wandelpaden. En anders kun je op de stoep lopen. Geheel anders is dat bij de wandeling vanuit het Stevenshofpark van Heskes. Dit pad loopt vanuit de Stevenshof (langs de molen en de rand van de wijk) naar het Valkenburgse meer. En vandaar met een grote bocht naar het Wassenaarse Maaldrift en zo terug naar de Haagse Schouw. Hier stilgestaan bij het beeld ter nagedachtenis van 52 gevallen militairen bij de inval van de Duitsers. Er liggen nog kransen van de 4 mei viering, o.a. van de zusterstad van Leiden, Oxford. Het kleine ommetje door het park van de Stevenshof is met een pad langs het Valkenburgermeer de enige stukken echt wandelpad. De rest gaat over fietspaden, en die zijn op deze mooie zonnige zondag zeer druk. Soms word ik in de berm gedrukt als een scootmobiel wordt gepasseerd door twee fietsen. De informatie is wel ok. Maar ik vind het meer een fiets- dan een wandelroute.