Berichttags ‘atlas de wit’

wandeling vesting vlissingen

donderdag 2 oktober 2014

vlissingen in atlas de wit

Het is een zonnige en warme herfstdag. Museumjaarkaarthouders kunnen vandaag gratis met een gids mee in de kazematten. Een vestingwerk dat is aangelegd in de tijd van Napoleon. Een aardige aanleiding om in de Atlas de Wit de vesting Vlissingen te bekijken en wat daar nu nog van over is. Dat blijkt niet veel. Wel staat aan de zuidkant het Keizersbolwerk, met het standbeeld van Michiel de Ruyter, (en daaronder de kazematten), en iets verderop langs de boulevard een deel van één van de vier stadspoorten, de Gevangentoren, maar aan de noord- en oostkant is de oude vesting niet eens meer in de rooilijnen terug te vinden. De uitbreidingen met nieuwe woonwijken, nieuwe en grotere havens, het kanaal door Walcheren en de aanleg van het spoor hebben alles uitgewist. Dan maar de stadswandeling van de VVV lopen. Mijn broer, zijn zoon en zijn vriendin gaan mee. Het begint meteen goed. Je ruikt de zee, je voelt de zon op je huid, de typische luchten en sfeer van een plaats aan de zee. Langs het Oranjebolwerk met molen, over de sluizen bij de Koopmanshaven, langs de boulevard, met zeer veel mensen loom liggend in het zand, naar de Gevangentoren, voor een kopje koffie. Daarna door straten met nietszeggende architectuur, door het moderne winkelgebied, naar een verloren liggend pareltje, een hofje. Het ligt hoog op een kunstmatige heuvel, zonder enig verband met de rest van de omgeving. Maar binnen is het rustiek, kleine huisjes met een mooie tuin. Uiteindelijk komen we bij het Muzeeum, gevestigd in een paar panden aan de Nieuwendijk, waaronder het Lampsinshuis, een stadspaleis uit 1641. Het geslacht Lampsins heeft zeer veel verdiend met de  handel en laat dat middels dit huis ook goed zien. In dit paleisje hangt een groot schilderij uit 1669 “Gezicht op Vlissingen” van Petrus Segaers. Hierop is het Keizersbolwerk, nog bebouwd met huizen, en de Westpoort goed te zien.  De gids wacht ons op en brengt ons naar de Kazematten. Een deel van de kazematten is toegankelijk en ingericht met de geschiedenis van Vlissingen. Hier kan ik mijn hart ophalen aan oude kaarten van Vlissingen. De ontwikkeling van klein vissersplaatsje naar grote haven, en de ontwikkeling van de verdediging is goed te volgen. We sluiten de dag af met een etentje – nee niet bij brasserie Evertsen op het rondeel, daar worden we niet geholpen, maar bij restaurant de Vissershaven. De zon gaat al onder als we teruglopen naar de parkeerplaats bij het station.

 

Geraadpleegd:  Hans Sakkers, Vesting Vlissingen, een veranderende vormgeving door de eeuwen heen”, Middelburg, 2004.

wandeling vesting gorinchem

maandag 8 september 2014

plattegrond gorinchem atlas de wit 1698

Plattegrond van Gorinchem in Atlas de Wit.

Weer zo’n mooie nazomerdag. Woensdag 2 september is het. Samen met mijn broer loop ik weer een vesting rond. Nu Gorinchem. Vanaf het station zijn we binnen vijf minuten in de vesting, daar waar vroeger de Kanselpoort heeft gestaan. Nu een coupure in de wal. Duidelijk zijn de vertikale sleuven - schotbalksponningen - te zien,  waarin bij hoog water schotbalken geplaatst kunnen worden. Er staat een routebordje vestingwandeling, dat tegen de klok in wijst. Dat doen we. Het blijkt overigens het enige bordje te zijn dat we onderweg tegenkomen. De vestingwallen zijn nog geheel intact. Onderweg kom je van alles tegen. Een grote grijze bunker, caponnière genaamd. Met een gedicht van Ida Gerhardt, één van de grote dochters van Gorinchem. De enig overgebleven stadspoort – de Dalempoort – waardoor je op de uiterwaarden komt. Plantsoenarbeiders zijn hier bezig het bruggetje schoon te spuiten. De aanlegplaats van de veren over de Merwede, met een schitterend zicht op de rivier. Twee molens op de wallen, de Roos en Nooit Volmaakt. De laatste wordt vanuit een hoogwerker geschilderd, een bijzonder silhouet tegen het licht in. Maar ook een te groot zorgappartementencomplex, waar nog veel leeg staat, een lelijke parkeergarage nauwelijks verborgen in het groen. En een krot aan de Altenawal, met gaas en prikkeldraad beschermd tegen verder verval. Na rond gelopen te zijn, wandelen we in het stadje de stadswandeling en bekijken de geschiedenis van de Gorinchem in het museum op de Grote Markt. De kranten staan deze dagen vol met commentaar op de barbaarse onthoofdingen van Amerikanen door de islamitische strijders en het openen van het eerste vondelingenluik in Papendrecht. In Gorkum blijkt dat er niets nieuws onder de zon is. In het museum zien we een prent met de onthoofding van de edellieden Egmond en Hoorne in 1568 op de Grote Markt in Brussel en bij het voormalig weeshuis zit in de zijmuur het Vondelingenluikje.

Bij de VVV:
“wandelen door heden en verleden van Gorinchem, vestingwandeling”
“stadswandeling Gorinchem”

Link: site over de hollande waterlinie, waar Gorinchem deel vanuit maakt.

wandeling vesting delft

vrijdag 5 september 2014

 

delft atlas de wit 1698

delft atlas de wit 1698

Op een mooie nazomerdag met mijn vriendin Miriam naar Delft. Ze kent Delft goed, maar wil met mij wel aan de hand van de Atlas de Wit rond de vesting van Delft lopen. We beginnen met een kop koffie bij het Stadskoffyhuis aan de Oude Delft. We lopen de Oude Delft uit naar het begin van onze wandeling, daar waar de Oude en de Nieuwe Delft elkaar raken  en waar twee stadspoorten gestaan hebben, de Schiedamse en Rotterdamse Poort. Daar is nu niets meer van over als alleen een plaquette bij een boom. Maar we kennen hun beeltenis wel. Johannes Vermeer heeft ze immers geschilderd op zijn “Gezicht op Delft”. We lopen naar de andere kant van het water, om te zien wat hij toen gezien heeft. Alleen de toren van de Nieuwe Kerk en de loop van het water is nog hetzelfde. Terug op de route kost het moeite om te bepalen hoe de Zuidergracht hier gelopen moet hebben. Een deel is gedempt in de wederopbouwjaren en daarop is grootschalige nieuwbouw ontstaan. Maar we vinden tussen de huizen het restant van de gracht terug en erlangs loopt een wandelpad door een smal stukje groen. We komen netjes uit bij de enig overgebleven stadspoort (Delft had er zeven), de Oostpoort. Mooi gerestaureerd met nog een stukje stadsmuur eraan. Langs de oostkant van Delft is het prettig wandelen, wandelpad in het groen. De bomen kleuren al. We passeren de restanten van twee vestingtorens, de Rietveldse toren, waarop een woonhuis is gebouwd, en de Huybrechtstoren, waaraan nu een botenhuis vast zit. Aan de noordkant is het weer even zoeken. De gracht is hier eind 19e eeuw gedempt en er ligt nu een plantsoen met hoge bomen en aan de rand die typisch grote herenhuizen die je overal vindt aan de rand van de stadssingels. Het laatste stuk – langs het spoor – is één grote bouwput. Eindelijk wordt de spoortunnel aangelegd. Molen de Roos, de laatst overgebleven molen van de stadswallen, staat er middenop en even verder de Bagijnetoren. Deze is 15 meter verplaatst in verband met de aanleg van de tunnel. “Moeten we dit lelijke stuk wandelen?”, vraagt mijn vriendin. “Ja” zeg ik, bedenk maar hoe het er in 2017 uitziet. Water terug in de Spoorsingel, het bolwerk hersteld, dat gelegen heeft voor de Waterslootpoort. Het komt er weer een beetje uit te zien als op de plaat in Atlas de Wit”.

 

 

 

 

wandeling vesting naarden

donderdag 28 augustus 2014

 

naarden in atlas de wit

Uiteraard staat in Atlas de Wit ook een plattegrond van Naarden.  Merkwaardig genoeg bevat de atlas niet de vesting die in 1673 is aangelegd en die in al zijn glorie in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw is gerestaureerd. Zoals de toelichting in de atlas zegt: “De Wit heeft het kennelijk niet nodig gevonden of geen tijd gehad om het oude plattegrondje uit 1632 aan te passen.” Om dit oude plattegrondje werden een nieuwe gracht aangelegd met daarin eilanden: ravelijnen genoemd. Daar omheen een “enveloppe” met een weg, die de bedekte weg wordt genoemd, en daar omheen weer een gracht. Komend van onze etappe van het Westerborkpad, zijn we afgebogen naar Naarden. We lopen de vesting binnen via een doorbraak uit 1939 en starten onze wandeling aan de zuidoostkant door de Utrechtse Poort.  Vanaf deze enig overgebleven landpoort lopen we met de klok mee de  hele bedekte weg in stervorm rond de vesting. Je ziet alle bolwerken en ravelijnen. En steeds de grote kerk van Naarden boven de bebouwing uitrijzend. De weg is bijna volledig begroeid met bomen, nu in de zomer, vol in blad. Naar het vestingeiland – een ravelijn dat niet in zijn oorspronkelijke vorm is teruggerestaureerd – ligt een tijdelijke brug. Het is huttenbouwweek. En het is er een drukte van belang met kinderen en hun ouders. Even verderop op de bedekte weg is het weer heel rustig. We hebben genoeg gewandeld voor vandaag en gaan terug naar het station.

 

wandeling vestinggracht den haag

woensdag 26 maart 2014

den haag 1698

 

Den Haag is een dorp heb ik altijd geleerd. Ik ben dan ook verbaasd dat in de Atlas de Wit (1698) wel een afbeelding staat van Den Haag. Zonder versterkingen, dat wel. Het blijkt dat er wel degelijk  plannen zijn geweest om van Den Haag een echte vestingstad te maken. In de tijd van de 80 jarige oorlog. Prins Maurits, die zelf ook in Den Haag woonde, heeft er sterk op aangedrongen. Het is er niet van gekomen. De Staten van Holland, het Hof van Holland en de Rekenkamer, allen gevestigd in Den Haag wilden wel meebetalen, maar dan moest er een bestuur komen, waarin zij een flinke vinger in de pap hadden. Drie zetels voor hun en eentje voor het bestuur van het dorp. En dat wilde de magistratuur van Den Haag natuurlijk niet. Dan zouden ze de zeggenschap over hun dorp geheel kwijt raken. Dus is de aanleg van de fortificatie niet doorgegaan. Maar wel de aanleg van een grachtengordel. En die ligt er nu nog nagenoeg helemaal. In de zomer kan je vanaf de Bierkade een rondje varen rond Den Haag met de Ooievaart. Wij, mijn broer en zijn vriendin en ik, gaan wandelen. We starten aan de achterkant van de Amerikaanse ambassade, waar net een CD-auto van top tot teen, met een detectie-apparaat onderzocht wordt. Op de hoek van de Kanonstraat heeft volgens atlas de Wit het Giethuys gestaan. Hier werden kanonnen gegoten. Het pand is in WOII gebombardeerd. Twee onderdelen zijn bewaard gebleven, een fronton en een poortje. Beide zijn ingemetseld in het gebouw van het ministerie van Defensie aan de Kalvermarkt. Honderden keren langsgelopen, nooit opgemerkt!

langs de vestinggracht den haag

We lopen verder door een aardig stukje Den Haag, langs de Nieuw Uitleg en de Hooikade naar de Mauritskade. De stad maakt zich op voor de Nucleaire Top met de wereldleiders. Straten liggen open voor de aanleg van glasvezel. En bij de koninklijke stallen wordt geoefend met de koetsen. Aan de achterkant van het paleis worden goederen en drank uitgeladen. Dan komen we aan een klein stukje gracht dat gedempt is: de Noordwal/Veenkade. Maar… dat wordt weer opengegraven. Een autoberging voor abonnementshouders met daarbovenop water. Zomer 2015 moet alles klaar zijn. Nu kijken we in de diepte van wat de parkeerkelder moet worden. Enorme damwanden stutten de zijkanten. Tijd voor een kopje koffie op een terras in de zon bij het kleine vegetarische Baklust. We komen nu in het minder sjieke deel van Den Haag. Deze hoek met aan het eind de Westermolens was nog helemaal niet bebouwd eind 17e eeuw. Op de kaart van de Wit zijn duinen te zien. Nu staan midden op dat terrein hoge flats.  Via Buitenom bereiken we een mooier stukje Den Haag. Bij het begin van de Zuidwal staat een beeldje van Gerard Brouwer, de Houthandelaar. Het herdenkt dat hier gedurende 100 jaar houthandel Dekker gevestigd was. De Zuidwal gaat over in de Bierkade en Dunne Bierkade. Hier heb ik mooie herinneringen aan het Jazz in de gracht festival dat eind augustus gehouden wordt. Veel bootjes in de gracht, veel muziek en veel drank. Maar nu is het rustig en tamelijk leeg. Sla je dan weer een hoek om, dan komt heel overweldigend het nieuwe torenhoge Den Haag op je af. Langs de smalle gracht schieten aan weerszijden de wolkenkrabbers omhoog. In de hoogte hangt een glazenwasser. Het einde van een gevarieerde tocht als de vestinggracht van Den Haag. Opmerkelijk is dat nergens de gracht een grens vormt met de bebouwing aan de buitenkant van het water, zoals dat bij echte vestingsteden wel het geval is. Daarom was het mij ook nooit opgevallen, denk ik.

wandeling vesting breda

woensdag 5 maart 2014

In de middeleeuwen was de stad Breda nog klein. Met het kasteel van Breda, het woonhuis van de Heer van Breda, de ommuring en drie poorten. In de 16e eeuw is Breda voorzien van een nieuwe omwalling met drie grote stadspoorten en bastions. Die zijn ruim om de oude stad heengelegd, zodat de lintbebouwing langs de toegangswegen binnen de vesting kwamen te liggen. De stad was in één klap drie keer zo groot. De plattegrond in de Atlas de Wit is indrukwekkend. Nu is er van die omwalling bijna niets meer over.Alleen de karakteristieke Granaat- en Duivetoren bij het Kasteel staan er nog. Het icoon van Breda.  In 1870 is men begonnen met het afbreken van de vesting. Binnen vijf jaar waren de poorten, bastions en ravelijnen verdwenen. De grachten werden gedempt en in plaats daarvan werd een singelrand aangelegd.
Op een waterige dag eind februari stappen mijn broer en ik uit de trein. Het station ligt net buiten de singels. We starten daar de wandeling rond de vesting, langs de singels. Vrij snel komen we langs de bekende koepelgevangenis, officieel penitentiaire inrichting de Boschpoort. En ja, hier in de buurt stond één van de drie stadspoorten. Onder de hoge kale bomen langs de singel ligt een wandelpad, maar dat houdt bij de doorgaande wegen abrupt op. Geen oversteekmogelijkheid. Een paar honderd meter verderop komen we aan een nieuw ingericht terrein met o.a. museum Breda. Het is inmiddels gaan regenen. Een goed moment om de tentoonstelling “De Stercke Stad Breda” te bezoeken. Een aardige tentoonstelling over de belegeringen van Breda tijdens de 80-jarige oorlog. Een grote maquette van de vesting, compleet met het turfschip dat bij het kasteel van Breda naar binnen vaart. Als we weer naar buiten gaan, regent het nog.  We lopen verder en zijn inmiddels aan de zuidkant terecht gekomen. De singel is hier bochtiger, en een stuk kunnen we niet aan de binnenkant lopen. Hier ligt nog een van de militaire kazernes die Breda rijk is. Terug over een klein bruggetje is het wandelpad niet meer dan een hondenuitlaatstrookje. Aan de overkant van de Haagbrug ligt een nieuw groot wit appartementencomplex “De Haagse Poort”, genoemd naar de poort die hier gestaan heeft. Aan het eind van de wandeling rond de singels wacht het mooiste plaatje: Het Spanjaardsgat met zicht op de twee zeskantige torens met in het midden de waterpoort. Dit hele terrein is nog in bezit van de KMA en niet toegankelijk. Door het hek zien we een tank staan. We kunnen Breda niet verlaten zonder die binnenstad gezien te hebben. Aan de hand van de Historische Kilometer, een wandeling van de VVV, lopen we langs een aantal bezienswaardigheden, zoals de Grote Kerk, de Joost-kapel en het Begijnhof. We komen ook restanten tegen van de middeleeuwse Ginnekenpoort. In het Valkenbergpark, voorheen de tuin van het Kasteel van Breda,  houdt het op met regenen. We zijn nu bijna weer bij het station. Bij opgravingen in dit park zijn fundamenten van de middeleeuwse muren gevonden. Een stukje van een muurtoren is gereconstrueerd. Een passend eind van deze vestingwandeling.

 

wandeling vesting weesp

donderdag 13 februari 2014

weesp atlas de wit

De kaart in Atlas de Wit (kaartje links) geeft de situatie van Weesp weer halverwege de 17e eeuw. Een ommuurde binnenstad, zonder verdedigingswerken. De plannen waren er wel (kaartje rechts) : aanleg van acht bastions rondom, maar gebrek aan geld en wellicht ook gebrek aan noodzaak hebben verhinderd dat het werd aangelegd. Na het rampjaar 1672 werd er vaart gemaakt met de uitvoering van de plannen. Vier bastions werden aangelegd, en die liggen er nog steeds. Van de andere bastions is alleen een wandelweg aangelegd en wellicht een singel gegraven. De stad had ook een aantal poorten, maar daar is er niet één van bewaard gebleven. Mijn broer, schoonzus en ik wandelen vanaf het station naar de Herensingel. Op de punt, waar de Herensingel naar het zuiden buigt, is een nieuwe weg aangelegd, we steken over om de Herensingel te vervolgen. Niet wijst hier meer op een echte singel. Aan een kant staat ongevoelige nieuwbouw. Aan het water gekomen bij de sluis, moeten we een stukje omlopen om via de brug op de Singel te komen. Hier is nog smalle gracht, meer een sloot. Waaroverheen vele bruggetjes naar de huizen erachter. Bij verzorgingshuis Oversingel komen we aan de aangelegde bastions, eerst de Draaiersschans en dan de Roosenboom. Dit is een mooie stukje Weesp. Door de bomen zijn aan de overkant van het water de houten huizen zichtbaar. Houten huizen omdat die in het schootsveld staan. Bij een belegering kunnen die snel afgebrand worden! Dat staat op de infoborden bij de bastions. De laatste twee bastions liggen op een eiland in de Vecht. Op dit eiland is één bastion – de Agtkant – gerestaureerd. Aangegeven is hoe hoog de wal was in de 17e eeuw en hoe hoog in de 19e eeuw. Het tweede bastion op dit eiland is niet bereikbaar. Het zou aardig zijn als dat ook ingericht wordt en bij de rondwandeling betrokken. We keren terug naar het Fort middenop. Ervoor staat een standbeeld dat de slachtoffers van WO II moet herdenken. Met een tekst van Mies Bouhuys, één van de grote dochters van Weesp. Mies is vooral bekend als kinderboekenschrijfster. Ze was de dochter van meester Bouhuys, die met zijn zoon op het perron stond toen de Joden van Weesp moesten vertrekken naar het getto in Amsterdam. Ik schreef daarover in de etappe van het westerborkpad van Diemen naar Weesp.
Over de lange brug lopen we nu de intieme binnenstad van Weesp in. We slenteren door een smalle steeg naar de Nieuwstraat met de grote Laurentiuskerk en de in ere herstelde synagoge. We bekijken de struikelstenen in de Sleutelsteeg. Een struikelsteen ligt voor huizen waar Joden in de oorlog uit weggevoerd zijn. Het is een initiatief van de Duitse beelhouwer Gunter Demnig. In Nederland vindt het navolging in verschillende steden, waaronder Weesp.

wandeling weesp langs de bastions

 

wandeling vesting zierikzee

woensdag 15 januari 2014

Sinds enige tijd ben ik in het bezit van een facsimile van de Atlas de Wit. Dat is een stedenatlas van de Lage Landen uit 1698. Het bekijken van de historische plattegronden is interessant en doet verlangen te bezien wat daar van over is. In september was ik even in Zierikzee. De stad lag toen prachtig in de zon en vroeg om een uitgebreider bezoek. Mijn broer heeft zin om mee te gaan. Als we de historische en de huidige plattegrond bekijken, dan zien we dat de vorm van de historische binnenstad nog helemaal intact is, compleet met de gracht om de stad heen. Na de koffie op het Havenplein lopen we naar de Zuidhavenpoort. Het Havenplein en het Havenpark zijn vroeger water geweest. Hier was de oude haven van Zierikzee, voordat het Gouwe, de stroom dwars door Schouwen heen, verzandde. Er staan statige huizen van de vroegere rijke kooplui. De Zuidhavenpoort is forse rechthoekige bruin bakstenen toren. Bij de restauratie is een stuk stadsmuur aan de poort hersteld. We lopen langs en door het havenkwartier. Het stadsdeel dat behoorlijk laag ligt en tijdens de watersnoodramp behoorlijk getroffen is. In de straten is met blauw metselwerk aangegeven waar toen de vloedplaten zaten. Hoe ernstig de ramp was, zien we even verder bij een ingemetselde steen op ruim 3 meter hoogte. Terug naar de gracht of liever gezegd eerst de nieuwe haven, gegraven eind 15e eeuw. Een witte stellingmolen siert hier het bolwerk. In een lichte miezerregen lopen we verder over een wandelpad over de wallen. Zien de grote plompe St. Lievensmonstertoren uitsteken boven de kleine huisjes. Aan de noordkant denken we de hoogte van een verdwenen molen – staat op de kaart van De Wit – te zien, voordat we aan de Nobelpoort geraken. Ook een prachtige hoge poort, de zwart-rode deuren hangen er nog in. Langs de oostzijde lopend, ook over een wandelpad, eindigen we bij de Noordhavenpoort. Hier lijkt de tijd stil te staan. Een kleine poort tussen twee gevels, alles in witte brabantse steen uitgevoerd, de luiken voor de ramen zwart-rood.

Op onze fietstochten kwamen we in de steden vele grote zonen tegen, veel minder aandacht was er voor de grote dochters. In Nederland is daar sinds kort iets aan gedaan. Een groot onderzoek heeft een database met 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis gevuld. Dat zijn lang niet altijd vrouwen waarop een stad of dorp trots kan zijn. Voor Zierikzee staat er Jacomina de Witte in. Dochter van de burgemeester van Zierikzee. Hij mocht na het Spaans Beleg in 1575/76 de Prins van Oranje  ontvangen. Haar tweede huwelijk is met een raadsheer van het Hof van Holland. Ze wordt berucht omdat ze gedurende 30 jaar  geld en goederen aannam van mensen die in een proces gewikkeld waren bij het Hof van Holland. Zij zorgde ervoor dat haar man de rechtsgang gunstig beïnvloedde. De Hooijmaijers zijn van alle tijden.