Berichttags ‘museum’

wandeling vesting vlissingen

donderdag 2 oktober 2014

vlissingen in atlas de wit

Het is een zonnige en warme herfstdag. Museumjaarkaarthouders kunnen vandaag gratis met een gids mee in de kazematten. Een vestingwerk dat is aangelegd in de tijd van Napoleon. Een aardige aanleiding om in de Atlas de Wit de vesting Vlissingen te bekijken en wat daar nu nog van over is. Dat blijkt niet veel. Wel staat aan de zuidkant het Keizersbolwerk, met het standbeeld van Michiel de Ruyter, (en daaronder de kazematten), en iets verderop langs de boulevard een deel van één van de vier stadspoorten, de Gevangentoren, maar aan de noord- en oostkant is de oude vesting niet eens meer in de rooilijnen terug te vinden. De uitbreidingen met nieuwe woonwijken, nieuwe en grotere havens, het kanaal door Walcheren en de aanleg van het spoor hebben alles uitgewist. Dan maar de stadswandeling van de VVV lopen. Mijn broer, zijn zoon en zijn vriendin gaan mee. Het begint meteen goed. Je ruikt de zee, je voelt de zon op je huid, de typische luchten en sfeer van een plaats aan de zee. Langs het Oranjebolwerk met molen, over de sluizen bij de Koopmanshaven, langs de boulevard, met zeer veel mensen loom liggend in het zand, naar de Gevangentoren, voor een kopje koffie. Daarna door straten met nietszeggende architectuur, door het moderne winkelgebied, naar een verloren liggend pareltje, een hofje. Het ligt hoog op een kunstmatige heuvel, zonder enig verband met de rest van de omgeving. Maar binnen is het rustiek, kleine huisjes met een mooie tuin. Uiteindelijk komen we bij het Muzeeum, gevestigd in een paar panden aan de Nieuwendijk, waaronder het Lampsinshuis, een stadspaleis uit 1641. Het geslacht Lampsins heeft zeer veel verdiend met de  handel en laat dat middels dit huis ook goed zien. In dit paleisje hangt een groot schilderij uit 1669 “Gezicht op Vlissingen” van Petrus Segaers. Hierop is het Keizersbolwerk, nog bebouwd met huizen, en de Westpoort goed te zien.  De gids wacht ons op en brengt ons naar de Kazematten. Een deel van de kazematten is toegankelijk en ingericht met de geschiedenis van Vlissingen. Hier kan ik mijn hart ophalen aan oude kaarten van Vlissingen. De ontwikkeling van klein vissersplaatsje naar grote haven, en de ontwikkeling van de verdediging is goed te volgen. We sluiten de dag af met een etentje – nee niet bij brasserie Evertsen op het rondeel, daar worden we niet geholpen, maar bij restaurant de Vissershaven. De zon gaat al onder als we teruglopen naar de parkeerplaats bij het station.

 

Geraadpleegd:  Hans Sakkers, Vesting Vlissingen, een veranderende vormgeving door de eeuwen heen”, Middelburg, 2004.

fietsen rond de wereld in nederland zuid etappe 1

zondag 3 augustus 2014

 

etappe 1 van fietsen rond de wereld in nederland zuid

 

donderdag 17 juli 2014.

Wageningen – Velp. 63,1 km.

30˚ C. weinig oostenwind.

‘s Ochtends denk ik nog, waarom doe ik dit. Poezen een week alleen. Ik heb een heerlijke flat, met een prachtig balkon met uitzicht. Maar nu ik er zo’n 60 fietskilometers op het zitten, weet ik weer dat het heerlijk is om te fietsen. Met de trein naar Ede-Wageningen. De trein bij Leiden Lammenschans was het ene fietscompartiment al vol. Dus ergens anders ingestapt, Hans gebeld dat hij naar voren moet lopen in Alphen aan de Rijn. Samen naar Utrecht en daar overgestapt op de trein naar Ede-Wageningen. We moeten naar hotel de Wereld. Op de weg ernaartoe komen we langs vrienden: Alice en Henk. Daar even gestopt voor een kus, kop koffie en een gemberkoek, en dan begint de tocht echt. We fietsen Wageningen uit langs de uiterwaarden van de Rijn. Altijd een mooi landschap. Met het Leskesveer naar naar de Overbetuwe. Een laaggelegen gebied met weilanden, graanvelden, niet geknotte wilgen en boerderijen. Een ommetje naar Hemmen, waar we bij de kasteeltuinen pauzeren met een broodje en water. Het is warm, erg warm. Het tempo ligt niet erg hoog. Een alleenstaande man komt bij ons zitten en begint en praatje . Zijn vader heeft nog voor de baron gewerkt. “je hoeft niet terug te verlangen naar die tijd hoor!” De gps laat het afweten, als we van de weg afwijken, dan kan hij de route niet herberekenen. We fietsen verder op de beschrijving van Flip van Doorn. Dat gaat goed. In Elst, dat kennelijk ook behoorlijk beschadigd is in WOII, kijken we even bij de kerk. Hier zijn resten gevonden van romaans-gallische tempels. Jammer dat het vandaag niet open is.  In Driel stuiten we op cafe Zeldenrust. Vrienden van ons hebben die achternaam. Hans vindt dat we hier moeten pauzeren. Een biertje en een spa gaan er vlot in. Even verderop nemen we de pont over de Rijn weer terug naar de noordoever. Dan begint het klimmen langs de stuwwal. In Oosterhout is het heel oude kerkje open. Een enthousiaste mevrouw vertelt dat het een romaans kerkje is. Verwoest in WOII, en daarna teruggerestaureerd naar de romaanse toestand. Zou nu – met de huidige inzichten bij monumentenzorg – niet meer mogelijk zijn. Wel bijzonder. In de grond is een aarden pot gevonden met as. Blijkt terug te gaan op oude riten van de katholieke kerk, waarbij as verstrooid werd in een kruis en daarna in een pot in de grond gestopt. Hier is in WOII ook erg gevochten door de Engelsen in de mislukte slag om Arnhem. De Engelsen zijn zo liefdevol opgevangen door de bevolking van Oosterbeek, dat ze nog elk jaar terugkomen voor de herdenking.

Verder klimmen maar weer naar Arnhem. Vergeefs gezocht naar een steen ter herdenking van een grote dochter van Arnhem, Marga Klompé. Niet gevonden in de Rijnstraat. Wel een lekker ijsje. Een mooie route langs Sonsbeek brengt ons naar  Bronbeek. Een Koninklijk Tehuis voor militairen die in Nederlands Indië gevochten hebben en nu museum. We kijken naar het statige gebouw met een bijzondere plantentuin ervoor. Daarop is de datum van vandaag te zien. Het blijkt dat het zo is ingezaaid dat elke dag tot september de juiste datum te zien is. Het thema dit jaar is de 100ste verjaardag van de militaire luchtvaart in Nederlands Indië. Vandaar is het niet ver meer naar Velp. Hans heeft het wel gezien voor vandaag. In een villawijk hebben we op de 2e etage een kamer van Vrienden op de fiets (VoF). De bewoners zijn niet thuis, maar hebben gebeld dat de sleutel ligt onder de bloempot. En dat is ook zo. Eerst lekker een douche en daarna een prettige Italiaan in het dorp. De wijn is prima.

Later blijkt dat er vandaag een vliegtuig van Malaysian Airlines uit de lucht is geschoten in Oekraïne. Heel veel Nederlanders aan boord.

tripcomputer: afstand: 57,8 km.,  max.snelheid: 39.9 km., gem.snelheid: 14.1 km., totaal gem. snelheid: 8,9 km., reistijd: 4,05 uur, stoptijd: 2,24 uur.

vrijdag 18 juli 2014

Velp – Eefde, 60,3 km.

warm, 30 – 34 graden C. bijna geen wind, soms een beetje ZO.

Vanuit de mooie villa uit 1903 vertrekken we om een uurtje of negen. Met de heer des huizes heb ik nog een gesprek over zijn tocht naar Santiago de Compostella (in slecht weer, dat lijkt me ook wel een rare ervaring in Spanje). Hij beveelt ons aan Bronbeek een keer te bezoeken. Zeer de moeite waard. We klimmen omhoog richting nationaal park de Veluwezoom. Eerst een bezoek aan de Emma pyramide. Een werkverschaffingsproject uit het eind van de 19e eeuw.  Ook toen al. Toen alleen een hoge heuvel, later is er een uitkijktoren op gebouwd, die in 2011 verhoogd is, om boven de gegroeide bomen te kunnen uitkijken. Boven in de toren zien we dat het nevelig is. Met moeite kun je de vuilverbranding bij Westervoort zien. Wel is aan de andere kant Arnhem en Velp goed te zien. De toren van de Eusebiuskerk in Arnhem en die van OLV visitatie in Velp.We gaan langs het Rozendaalse veld – een heideveld, maar we blijven meer in de bosrand. Daarna doen we de Posbank aan. Het restaurant gaat het open. en een kopje koffie – geserveerd door een oudere ober, die dat vandaag voor het eerst doet – gaat er natuurlijk altijd in. Van de Posbank helemaal naar beneden. Twee wielrenners halen ons in, de één wordt duidelijk gecoacht door de ander. Naar Rhenen, dat ook een vermelding heeft als Wereld in Nederland punt, omdat er ook een Rhenen in Duitsland ligt. Rhenen blijkt heel oud te zijn, in 920 al genoemd in een document.  Maar daar zie je niets van. De route loopt langs de rand van Rhenen. Na de Steeg gaat het weer steil omhoog – voor Nederlandse begrippen dan – Met de wandelgroep van Verkeer en Vervoer hebben we dit stuk ook een keer gelopen. Hans herinnert eraan dat hij toen opmerkte dat je dit beter kan lopen dan fietsen. In een klein verzetje kom je  rustig boven. We doen het sowieso rustig aan, want de zon brandt er aardig op los. We passeren het bos Hagenau. Volgens het boekje is dit een eerste aankoop van bos geweest van de stichting Natuurmonumenten. Nergens overigens een bordje. Dag bos. Een lange afdaling door een bosrijke laan naar Eerbeek. Het centrum is er een van dertien in een dozijn. Het is er druk en een terras brengt verkoeling en de hoognodige aanvulling van vocht. We zijn het nationaal park de Veluwezoom uit. Het landschap is hier weer vlak boerenland. Grasland, veel koeien, soms bruine en witte vleeskoeien met dikke billen, soms wat akkerbouw, veel maisvelden, we zien ook een veld met gladiolen, en monumentale boerderijen. Rustig en een beetje saai landschap. Ongeveer halverwege ligt het buurtschap Klein Amsterdam. Een groepje huizen, meest boerderijen. Niemand weet waarom dit Klein Amsterdam genoemd is. Uiteindelijk naderen we de IJssel voor het Dommelholts veer naar Gorssel. Dit veer, dat vanaf 1997 weer in de vaart is, is genoemd naar de familie die het in de dertiger jaren van de vorige eeuw exploiteerde.

Hans ontdekt in het veld zes ooievaars. Er blijkt hier aan de Eefdense Enkweg vanaf 1981 een project te zijn om de ooievaars te herintroduceren.  Nog een slingertje om Quatre Bras aan te doen, een plaatsnaam die in België verschillende keren voorkomt, o.a. bekend van de bekende slag tegen Napoleon in 1815.  En dan wordt het tijd om onze luxe B&B in Eefde op te zoeken.

tripcomputer: afstand: 61,79 km., reistijd: 4,39 uur, stoptijd: 3.01 uur, max. snelheid: 36,7 km., gem. snelheid: 13,3 km, totaal gem. snelheid: 8.0 km.

zaterdag 19 juli

etappe 1 deel 2 van fietsen rond de wereld in nederland zuid

Eefde – Hengelo (Gld). 55,6 km.

warm: 30 – 35 graden C., wind Z-ZO matig.

Het eerste deel van de tocht tot Bronkhorst was heel fraai, het tweede deel tot Hengelo tamelijk saai. Het slot met het bezoek aan het Achterhoeks museum was glorieus. En we zitten in een prachtig vrienden op de fiets adres, in een apart tuinhuis met eigen slaapkamer, woonkamer en badkamer. Met een glaasje rosé, verkoelend op deze zwoele zomeravond, schrijf ik dit deel van de fietsroute. Vanochtend uit onze luxe B&B Arissja Villa vertrokken. Het is al weer warm. Ook de wind is warm. Eerst een stukje langs de Berkel, het riviertje dat oost – west loopt naar Zutphen. Dan buigen we af naar het zuiden en via Almen, waar om 10 uur ś ochtends al mensen op het terras aan de koffie zitten, door de bossen van Natuurmonumenten naar Vorden. Het landschap is buiten het bos kleinschalig. Kleine percelen begrensd door bossages. In Vorden komen vele fietsroutes bijeen en het is een erkend punt om te pauzeren. We zien allerlei soorten fietsers, grijze bolletjes met elektrische fietsen, jonge gezinnen compleet met fietskarren en aanhangfietsen, en mensen zoals wij die een langere fietstocht maken. Na de koffiepauze doen we kasteel Vorden aan, een mooi gerestaureerd landhuis uit de 16e eeuw (met middeleeuwse restanten erin) met ophaalbrug en voorplein. Het is nu in particuliere handen, en je kunt er zelfs overnachten. We missen de Lodewijkslinde, waar Lodewijk XIV onder ruste aldus het verhaal.  Hij ligt kennelijk op een wandelpad, en gaan via Wichmond op Bronkhorst aan. Dit kleinste stadje aan de IJssel, zit vol met toeristen. en wij voegen ons daarbij voor weer een break om het geslonken vocht aan te vullen. We werpen een blik op het Dickensmuseum. Vragen ons af of het verhaal in het boekje op enige waarheid berust – dat het personage Scroogde in “A Chrismas Carol” gebaseerd is op een gierige koster in Bronkhorst – en beginnen aan  het laatste stuk naar Hengelo (Gld). Dat is een tamelijk saai stuk door weilanden en akkerland. Met nog een detour na Steenderen en een kleinere bij Bekveld, waarvan je je afvraagt waarom die erin zitten. Moe en bezweet bereiken we na 55 km. op de teller Hengelo. Daar staat het Achterhoeks museum dat bestaat uit de verzameling voorwerpen uit de tweede Wereldoorlog van de Hengelose bakkerszoon Jean Kreunen. Een verbazingwekkende collectie die verschillende perioden van de periode 1932 – 1947  in beeld brengen. Veel Duitse voorwerpen ook,  kerstballen met hakenkruis, duitse legeruniformen, etc. Echt de moeite waard om te bezoeken. Het vrienden op de fiets adres op de Ruurloseweg is een aanrader. Eigen tuinhuis met ruime huiskamer, eigen badkamer en slaapkamer. Jean Kreunen had Jansen en Jansen aangeraden om te eten. en op het terras daar is het heerlijk toeven met een glaasje wijn en een schnitzel.

tripcomputer: afstand: 55,62 km., max snelheid: 24,3 km. reistijd: 3,59 uur, stoptijd: 2.00 uur, gem. snelheid: 13,9 km., totaal gem.snelheid: 9.3 km.

20 juli 2014

Hengelo – Winterswijk

warm 30 – 35 graden C. nagenoeg geen wind, aan het eind van de dag een paar spetters in Winterswijk.

Een geweldig ontbijt in deze luxe vrienden de fiets. We stappen om half tien op de fiets, en rijden eerst naar het noorden, omdat daar het buurtschap Linde ligt, een plaats die in verschillende landen voorkomt. Linde in Gelderland heeft een molen en een zuil op de plaats waar een kapel gestaan heeft met de dichtregel van Staring. (Verheft zich hier geen bidplaats meer,  ’t Heelal is tempel voor den Heer) Dan gaat het door het landgoed van Zelle naar Varssel. Bij een kraampje stoppen we voor een flesje ijskoud water voor Hans.  Even daar voorbij breekt – voor de tweede keer bij deze fiets – de moer van mijn zadel.  Gelukkig reed ik bijna stapvoets, omdat we een zandpad opgingen. Het zadel schuift zo onder me vandaan. Wat nu? Hans stelt voor om terug te gaan naar het kraampje waar hij water gekocht heeft. Dat doen we, en dat is een goed idee. De kraam hoort bij een zorgboerderij en er is een meneer aanwezig die denkt dat hij op de boerderij wel zo’n moer heeft. Wij wachten met een kopje koffie en hoera, op de boerderij zijn drie zulke moeren aanwezig. Hij zet hem erop. En we kunnen weer verder. We zakken in zuidoostelijke richting. Het landschap heeft veel maisvelden. De mais staat nu hoog. De maisvelden en soms ook de weiden zijn bollend. alsof ze plaatselijk opgehoogd zijn. Veel rietgedekte boerderijen. Onderweg doen we Halle aan. Een eenvoudig dorpje, dat een beruchte naamgenoot heeft bij Brussel. BHV {Brussel – Halle – Vilvoorde), het toneel van hevige taalstrijd. Met een boog belanden we in Bredevoort. We gaan op het geluid van oude jazzmuziek af en een muziekgroep staat te spelen op een groot plein vlakbij de Markt en de St.Joriskerk. We strijken neer op het terras en luisteren naar een gratis zomerconcert op “t Zand van Jazzewind.

Naar Winterswijk is het dan  niet ver  meer. Tegen drieen zitten we alweer op een terras, nu bij hotel De stad Munster. Het is nog steeds drukkend warm. Een biertje smaakt goed. Ik breng Hans naar het station, en fiets terug naar Villa Mondriaan. Bekijk daar de tentoonstelling. En loop de Mondriaanwandeling.

tripcomputer: afstand: 55,33 km., max. snelheid: 22,9 km, reistijd: 3,48 uur, stoptijd: 2,16 uur, gem. snelheid: 14,5 km, totale gem. snelheid: 9,1 km.

 

 

luisterwandelingen schokland

maandag 16 september 2013

Ik heb een uitnodiging voor de opening van de tentoonstelling “Verzameldrift, bijzonder en bizar” in het museum Schokland. Lang geleden heb ik een keer het voormalige eiland Schokland rondgelopen. Het was oorspronkelijk een schiereiland, later een eiland, in 1859 op last van koning Willem III ontruimd vanwege het dreigend gevaar van verdwijnen in de golven en na de inpoldering onderdeel van de Noordoostpolder. Sinds 1995 staat het op de werelderfgoedlijst van Unesco, als een voorbeeld van  “the heroic, age-old struggle of the people of the Netherlands against the encroachment of the waters”. Ik ben benieuwd hoe het er nu uitziet. Mijn broer heeft wel zin om mee te gaan. Er zijn twee luisterwandelingen: routes met op bepaalde punten geluidsfragmenten die je via je smartphone kan afspelen. We starten in de Middelbuurt, waar het museum, een kerkje en een restaurant is. Eén van de vier terpjes op het eiland. De fragementen zijn grappig en informatief. Het is een hard en armoedig leven geweest in de 19e eeuw. En soms – zoals bij de vuurtoren – ook heel geisoleerd. Aan de noordkant heeft een haventje gelegen. Daar is met palen en een vijver iets teruggebracht van hoe het er daar vroeger uitgezien moet hebben. Een bruidspaar heeft dit uitgekozen voor een fotoshoot.
We zijn ruim op tijd voor de opening van de tentoonstelling. Midas Dekker houdt de openingsspeech. Die is geestig. Vier dingen zijn essentieel voor de mens: eten, slapen, neuken en verzamelen. En verzamelen is daarvan de meest essentiele. Geen kind laat in de herfst kastanjes liggen. Elk kind verzamelt iets. Grappige en bizarre verzamelingen zijn op de tentoonstelling bijeengebracht: eendekoppen op stokjes, penisbotjes in alle soorten en maten, hardstenen pijpjes. Van een achttal kunstenaars  hangt werk dat op een of andere manier iets doet met verzamelen.  Mooi vind ik de aquarellen van Agnes van Gelder van de vlinderverzamelingen van haar vader. Zij voegt in haar werk iets toe. Je ziet niet alleen de vlinderdoos met opgeprikte vlinders, maar ook hoe dat eruit ziet door twee glazen flessen. Tot eind januari 2014 kun je er nog gaan kijken.

 

 

fietsen rond de wereld in nederland etappe 3 deel 2

donderdag 4 juli 2013

gefietste etappe 3 den helder – zurich

donderdag 20 juni 2013

Den Helder – Oost-Vlieland 68,2 km

koeler dan gisteren, zo’n 20 graden, nevelig met zon door de wolken (soms), eind van de middag behoorlijke bui regen. Op Vlieland ook regen.

Ik ben vroeg wakker, lekker uitgeslapen. Het ontbijt staat weer in de koelbox voor de deur. Geen bestek ditmaal. Gelukkig heb ik altijd een zakmes bij me. Om even over 8 zit ik op de fiets. Via de Keizersgracht fiets ik naar de Havenweg en vervolgens naar de boot. De stad maakt zich op voor Sail. Matrozen op straat, veel met vlaggetjes versierde boten in de haven, mannen met id pasjes op hun buik. Ik ben toch een beetje nerveus over de boot. Gaat hij wel met de Sail? Maar ik hoef me nergens zorgen over te maken. De boot gaat gewoon, en hij is nog tamelijk rustig ook. Op Texel aangekomen wordt ik aangesproken door een fietser met ook een Vittorio fiets. Hij denkt dat ik niet weet waar ik heen moet en wil me helpen. Maar is sta te wachten tot de GPS de route heeft gevonden. Hij adviseert met eerst in het haventje van het Horntje te gaan kijken naar de grote windjammers die liggen namelijk hier afgemeerd voor de Sail Den Helder. Het is nogal nevelig, de grote driemasters doemen op in de mist. Zou het er in de 17e eeuw ook zo hebben uitgezien? Of waren het er toen meer of minder? Ik fiets terug om de route op te pakken. Eerst gaat het een stuk langs de waddendijk – buitendijks- tot Oudeschild. Dat blijft dus genieten van de oude schepen. De wind staat NO, en heb ik behoorlijk tegen. Bij Oudeschild staan veel mensen te kijken. Het is ook echt spectaculair. De route buigt nu naar binnen, over het Skillepaadje, een smal weggetje. Twee groepen met fietsende kinderen kom ik tegen. Het weggetje is in de 17e eeuw aangelegd om het goede Texelse water te vervoeren naar de schepen. In de verte zie ik de Hoge berg al liggen. Een bultje, overgroeid met bomen en struiken in het landschap. Vlak daarbij ligt de Georgische begraafplaats. Ik breng er een bezoekje. Alles is mooi aangeharkt. Niets verwijst naar de gruwelijke laatste oorlogsdagen toen de opstand van de Georgiers door de Duitsers zo bloedig is neergeslagen. Het is mooi om het eiland zo dwars over te steken. Je ziet die typische Texelse schapenboeten, tuunwallen (afscheidingen tussen de weilanden van gestapelde graszoden),  kleine houten huizen en grote stolpboerderijen. Natuurgraslanden, afgewisseld met akkerbouw en produktieweiden. En in de verte de duinen, die snel dichterbij komen. De tocht gaat nu weer naar het noorden. Door het bos van de natuurgebied de Texelse duinen. De wind is minder voelbaar. Ik passeer het Belzenbos, in het kader van de werkverschaffing door Belgische gevluchte mannen tijdens WOI aangeplant, hotel California – een qua architektuur niet interessant gebouw, en de Nederlanden, een prachtig kweldergebied. De route doet geen plaatsjes aan, gaat door de buitenkant van Oudeschild, vermijdt den Hoorn en de Koog, maar gelukkig kom ik onderweg op  de Zanddijk, een tentje tegen, waar de uitbater net alles aan het buiten zetten is. De frituur is nog niet heet, waarschuwt hij, maar koffie met warm appelgebak heeft hij wel. Ik schiet hard op en heb dus tijd om bij de Dromer van Rapa Nui – een beeld gemaakt door een kunstenaar van het Paaseiland, te kijken in de Eilandgalerij van Niek Welboren en Kerstin Edelmann.  Die is gevestigd in de voormalige school van Eiderland. Schilderijen, voornamelijk van luchten en zee, met keramiek geinspireerd door schelpen. Een klaslokaal is helemaal ingericht met oude schoolprodukten, schoolplaten, leesplankjes, schrijfmethoden, en andere parafernalia. Achter de school en de naastgelegen onderwijzerswoning is een grote tuin. Heel organisch vormgegeven. De beelden van  vallen daar helemaal op hun plaats. Ze horen daar.  Even verderop ligt het vliegveld van Texel. Daar is een klein museum bij, en blijkens een opschrift op het gebouw, is er een tentoonstelling over de Georgiers. Ook hier maar even naar binnen. Het gedeelte over de vliegtuigen sla ik over, het gedeelte over WoII, en dan speciaal het stuk over de Georgiers bekijk ik met interesse. Naast foto’s en teksten over de opstand, zijn er ook foto’s van het bezoek van de Georgische president Michael Saakasjvili, de  samen met zijn Nederlandse vrouw en de hoogste kerkelijk leider van de orthodoxe kerk van Georgië, patriarch Ilja II. Zo belangrijk vindt de nu weer onafhankelijke staat Georgië de opstand op Texel. Weer terug naar de duinen. En dan gaat het in een ruk naar de vuurtoren van Texel.  De duinen hier zijn kaal, net als vlakbij den Helder, met dezelfde velden van witgele bloemetjes. Tegen half vier sta ik bij het kantoortje van de Vriendschap, dat de overtocht naar Vlieland verzorgt. Een wankele houten steiger leidt naar de aanlegplaats van het schip. Als we vertrekken, 17.15 uur, regent het. De schipper moppert wat als ik niet snel genoeg de boot opdraai. ” he, die fiets is niet van chocola hoor”. Het is te koud en te nat om op het dek te blijven staan. Snel zien we de punt van de Vliehors - de Sahara van het noorden – die enorme zandplaat. Gedeeltelijk militair oefenterrein. Het regent nu hard. De gele vliehorsexpres rijdt door het water naar de aanlegsteiger. En op gaat het naar het Posthuys. De laatste keer dat ik hier was met Jan,  regende het ook zo. Toch besluit ik om niet rechtstreeks, maar via de route naar Oost-Vlieland te fietsen. Het is heerlijk rustig, heel fris groen. En ook emotioneel. Hier liggen mooie herinneringen.

tripcomputer: afstand: 85,6 km (incl. boottochten en rijtour met de vliehorsexpres), reistijd: 6.20 uur, rusttijd: 3,21 uur.

vrijdag 21 juni 2013

Oost-Vlieland – Wons 16,97 km

storm en regen, harde NW wind, grotendeels tegen, 17 graden.

Vanochtend giet het nog steeds. Geen weer om nog een dagje op Vlieland te blijven. Ik haal een ticket voor de boot van 12.00 uur. En loop de Dorpsstraat op en neer, op zoek naar een cadeautje voor Max en Petra die mijn kittens hebben opgehaald bij het dierenasiel. Verder kijk ik naar een blauwe fleece, omdat mijn oude fleece kapot is. Zowaar vind ik er eentje in de uitverkoop. Wat een mazzel. Ik loop nog een rondje rond het oude kerkje en over de begraafplaats erachter. Er liggen hier graven op hoogte, of zijn het urnen met een steentje ervoor? Het Diaconiehuis naast de kerk blijft een prachtig exemplaar van eiland architectuur, met zijn gele steentjes en opschrift. Om kwart over elf staan er al vele fietsers in de rij voor de boot. Ik ga er maar achter staan. De fietsen komen bij de auto’s op het autodek. Ik zoek een plaatsje boven en ben blij dat ik het boek van Kapuscinski “reizen met Herodotos”  bij me heb. Want buiten heb je nu niets te zoeken. Anderhalf uur later in Harlingen is het nog veel harder gaan regenen. De regenbroek heeft een scheur. Bij een sportzaak koop ik een goedkope nieuwe. Op naar Wons. De route loopt buitendijks, en daar krijg ik vol de wind vanuit het IJsselmeer. Het stormt behoorlijk, met zo nu en dan rukwinden. De golven zijn grijs en grauw en geen vogel of boot te zien. Zodra ik kan fiets ik over de dijk heen, om aan de andere kant iets uit de wind te fietsen. Naast mij razen de auto’s op de autoweg. Ik bereik Zurich. De vlaggen van het hotel staan strak in de wind. Voor Wons moet ik een stuk omrijden. Als ik de autoweg overgestoken ben, komt er nog een grote bocht over Cornwerd, voordat ik terug kan fietsen richting Wons. Het riet in de vaart naast mij ligt plat op het water. De bomen buigen door van de wind. Gelukkig heb ik hem nu even achter. In plaatsvan 8 km. per uur.  wat ik eerst reed, kan ik nu de 28 km.  halen. Maar voorzichtig, want er zitten her en der hobbels in de weg, en bij een boerderij ligt een grote hoeveelheid stront. In Wons kan ik aanvankelijk de B&B niet vinden. Buiten staat alleen een theeschenkerij Panta Rei aangegeven. als ik bel blijkt het wel pension ‘t Hert. Gelukkig een warm welkom.

tripcomputer: afstand:17,11 kmm gem. snelheid 11,3 km p/u

wandeling langs de vesting den helder

woensdag 3 juli 2013


woensdag 19 juni 2013

Den Helder

zonnig, met een bui ‘ s ochtends en een buitje ‘s middags. Hoewel tropische temperaturen voorspeld waren, ong. 20 – 26 graden celsius, geen wind.

De B&B (Boerenverdriet), die boven een kroeg zit, heeft een bijzonder ontbijt. Dat wordt ‘s avonds laat in een koelbox voor de deur gezet. Het is voldoende voor ontbijt en lunch. Een beetje brak, de verkoudheid is niet echt over, sta ik om half tien buiten. Het is  zweterig weer. Ik loop via het winkelcentrum, een onpersoonlijke mix van wederopbouwarchitektuur en moderne bestrating (Beatrixstraat), langs het station naar de Middenweg, een brede uitvalsweg, tot ik de Linie bereik. De Linie is de dijk die opgeworpen is tussen de verschillende forten van de Stelling den Helder. En vandaag ga ik een wandeling langs die stelling maken. De gemeente den Helder is in 2008 begonnen om de restanten van de Stelling den Helder te restaureren. Langs een deel is een wandeling uitgezet.  Deze loopt over grotendeels over graspaden. En dat zijn graslanden, waar een brede strook geschikt gemaakt is om te wandelen. Maar ik begin op een smal donker paadje door de bossages van de Linie. Vlak voor het ziekenhuis, dat in een ravelijn van een fort  gebouwd is, grenst aan de Linie een park, het Timorpark. Hier moet een oude ziekenhuisbunker staan. Ik loop het park in. Een groep plantsoenarbeiders zit op een bank te ontbijten. Het is een mooi park met grote bomen, en waterpartijen. Aan het eind is de ziekenhuisbunker. Een massief stuk beton in het groen. Verder maar weer langs de Linie naar de ravelijnen van fort Erfprins. De route loopt door hoog grasland over een bruggetje om het fort heen. Een visser heeft zich geïnstalleerd met tent, verschillende hengels en eetgerei. Dit fort kan niet bezocht worden. Ik ga richting zeewering. Midden in het open veld begint het ineens hard te regenen. Op een holletje loop ik naar de bomen langs de weg, om een regenjack aan te doen. Maar net zo snel als de regen begon eindigt hij ook weer. Langs de weg omhoog naar de dijk. Op het uitkijkpunt, waar ik gisteren op de fiets langskwam, staan al verschillende auto’ s met mensen te turen over de zee. Er is weinig te zien. De nevel verhindert dat. Als ik doorloop naar Huisduinen, waar het tweede fort Kijkduin ligt, trekt de nevel op, en doemen de rode vuurtoren, met daarachter de opeengestapelde huisjes van Huisduinen in vage contouren op. Flauwtjes komt de zon door de wolken. Fort Kijkduin is voor een deel gerestaureerd en ingericht als museum voor de geschiedenis van de stelling van den Helder, met een zeeaquarium. Het lijkt verlaten. De entree ligt binnen de omheining, en de kassa is beneden. In het museum lopen toch een aantal mensen, voornamelijk Duitsers. Het is behoorlijk koel in de ruimten van het voormalige fort. De geschiedenis is zichtbaar gemaakt door prenten, voorwerpen, en ook een aantal diorama’s. De stelling dateert al uit de tijd van Napoleon, die hier zelfs in eigen persoon twee dagen is geweest. In later eeuwen is de stelling steeds aangepast en gemoderniseerd, tot en met WOII toe, toen het een onderdeel is geworden van de Atlantic wall. De route door het museum loopt ook buiten de gebouwen van het fort. Ik weet alleen niet altijd wat ik zie, omdat er  lang niet bij alle overblijfselen informatie staat. Indrukwekkend is het wel. De wandeling gaat verder door het schootsveld van het fort Erfprins en komt weer terug bij de Linie. Nu gaat de route aan de zuidkant van de gracht verder. Hier ligt een fietspad en er wordt druk gefietst, gevist en honden uitgelaten. Ik loop helemaal door tot het derde fort, Dirksz Admiraal. Ook dit fort is niet toegankelijk. Met een grote boog loop ik langs de zuid- en oostkant. Soms door dichte bossages, soms door open grasland. Er loopt hier niemand, en opeens hoor ik een soort gesnuif, wat lijkt op het gesnuif van een rund. Zouden hier ook runderen loslopen? Helemaal gerust ben ik er niet op. Maar ik zie niets. En ben blij als ik het open grasland bereik. Hier moet ik een afvalheuvel op, alwaar mij een mooi uitzicht geloofd wordt. De bordjes ontbreken en er is alleen maar een smal schapenpaadje te zien, dat stijl omhoog loopt. Dat blijkt – boven aangekomen – toch goed te zijn. En inderdaad heb je vanaf hier een mooi uitzicht op het fort, en verder weg ook op den Helder. Weer naar beneden, en voorbij de vestinggracht weer omhoog. Hier liggen nog de overblijfselen van de Duitse geschutskoepels, gebouwd bovenop de oude kazerne. In de koepels ligt een hoop rotsooi, blikjes, afval en ook stukken schuimrubber en matras. De wandeling doet niet de forten west- en oostoever aan. Dat snap ik wel, want er is niet een mooie route naartoe. Ik besluit er toch naar toe te lopen. Ook deze forten zijn niet toegankelijk. Ze liggen aan weerszijden van het Noordhollands kanaal, in een heel waterrijk gebied. Fort westoever wordt op termijn wel bij de toeristische stelling betrokken. Een vlag wappert er al. Het begint te miezeren. Dus ik ga maar eens op huis aan.

tripcomputer: afstand: 19,62 km., reistijd: 4,08 uur, gem. snelheid: 4,8 km p/u, rusttijd: 1,15 uur, totale gem. snelheid: 3,75 km p/u.,  pauze Museum Fort Kijkduin: 2,5 uur

fietsen rond de wereld in nederland etappe 3 deel 1

woensdag 3 juli 2013
etappe 3 schagen - den helder

gefietste etappe 3 schagen – den helder

dinsdag 18 juni 2013
Schagen – den Helder, 44 km.

warm zonnig weer, 26 graden, eind van de middag iets koeler,zwoele zomeravond, matige wind, ZO-NO

De treinreis die ik wilde nemen, met de sprinter van 10,38 naar Haarlem, springt in mijn smartphone ineens op grijs. Seinstoring. In plaats daarvan de trein van 10.27 naar Hoofddorp, en dan nog een keer overstappen in Amsterdam Sloterdijk. Hier is de lift naar het perron niet te gebruiken. Gelukkig tijd genoeg, om eerst de tassen naar beneden te brengen en daarna de fiets. Om 12.07 zit ik op de fiets Schagen uit. Eerst een oude uitvalsweg, met huizen met bruggetjes over een sloot, al snel fiets ik langs de weilanden, afgewisseld met akkerland. De tocht gaat naar Haringhuizen en Barsingerhorn. Beide plaatsen ben ik wel eens geweest met een orgeltocht. In Barsingerhorn pauzeer ik even bij een oude tramabri. Er heeft vroeger een tramlijn gelopen van Schagen naar Hoorn. Verder maar weer, over een het noordelijk deel van de Friese omringdijk. Hier woonden walvisvaarders. Volgens het boekje hebben zij waarschijnlijk dit stuk Poolland genoemd.  Door de warmte heb ik niet echt associaties met hun strijd in de Noordelijke IJszee. Ik verlaat de Omringdijk en via een andere dijk, de Slikkerdijk, ga ik recht naar het noorden, naar Oudesluis. Hier is een weg langs een vaart, waarschijnlijk een overblijfsel van het stroomgat dat hier vroeger gelegen heeft en in de 16e eeuw is ingepolderd.  Er liggen oude boerderijen aan, die typische Noordhollandse stolpboerderijen, vierkant met een hoog puntdak, gedeeltelijk belegd met stro. Ik wil in Anna Paulowna pauzeren, maar daar heeft de modernisering toegeslagen in een ongezellig nieuw winkelcentrum. Dus verder maar, langs een lange rechte vaart tot een kleine pont over het noordhollands kanaal. Ik kom nu langzamerhand meer in de richting van de duinen en de zee. Ik verbeeld me dat ik hem al kan ruiken. Het straatmeubilair verandert na Julianadorp, felrode lantaarns leiden naar de zee. Het licht wordt lichter, nu door de kale duinen. Kaal wil hier zeggen, geen bomen en struiken, veel witte bloemetjes. Ook hier zijn grote grazers neergezet. Ze lopen sloom door een poeltje water. Het laatste stuk loopt langs de buitenkant van de dijk naar den Helder. Er fietsen hier veel mensen, op het water een enkele boot. Ik zie in de verte de veerpont naar Texel. Maar dat ga ik nog niet doen, eerst nog een dagje den Helder.

tripcomputer: 43,97 km., reistijd: 3 uur, gem. snelheid: 14,6 km per uur, rusttijd: 1.04 uur,  totale gem. snelheid: 10.7 km per uur.

fietsen rond de wereld in nederland etappe 2 eind

vrijdag 14 juni 2013

 

gefietste etappe 2 en deels 3 alkmaar - schagen

gefietste etappe 2 alkmaar – schagen

Dinsdag 11 juni 2013 Zaandam – Schagen, 52,4 km.

iets warmer, ong. 18˚C, matige ZW wind, droog, een beetje zonnig.

Even over negenen weg. Ze blijft het me toch een beetje kwalijk nemen, de mevrouw van de Vrienden op de fiets. Nu had ze niet alles perfect kunnen voorbereiden. Ik ben wat van slag. Vergeet om de track aan te zetten van de GPS en de tripcomputer – die precies bijhoudt hoeveel ik fiets, hoeveel ik rust en wat de gemiddelde km. per uur is – op nul te zetten. Alkmaar is rustig en via een weg die ingericht is als toegans- en uitgangsweg voor de fiets, waar de auto gast is, verlaat ik de stad. Maar niet de gebouwde omgeving. St. Pancras is aan Alkmaar vastgebouwd. Ik maak een rondje om de Witte Kerk van St. Pancras, een gotisch kerkje uit de 16e eeuw, nu niet meer wit, omdat de muren in de 50er jaren ontpleisterd zijn. Niet lang daarna passeer ik het historische veiliggebouw van Broek op Langedijk. Hier is nu het Veilingmuseum gevestigd. Onlosmakelijk met de veiling zijn de 1000 eilanden verbonden. Hier werd de groenten geteeld die in de veiling werd verhandeld. Nu zijn de eilanden bebouwd met vaak sjieke huizen. Door wei- en akkerlanden (kool wordt hier verbouwd) kom ik uiteindelijk terecht in een heel modern uitbreidingswijkje bij Nieuwe Niedorp, met een bijna stedelijk allure. Hier ligt het huis met de kunsttuin, het Nederlands Kremlin, waar ik een bezoekje aan breng. Dhr. Leegwater heeft in deze tuin een aantal bouwwerken, waaronder de Basiliuskathedraal van het Kremlin, op geheel eigen wijze nagebouwd. De tuin is vandaag gesloten, maar ik mag even rondkijken. Het is net zo vreemdsoortig dit hier te vinden, als de tibetaanse tempel in het Groninger landschap, die ik in april tegenkwam. Tegen de wind in naar het westen kom ik aan mijn laatste stempelpost, camping de Wielen. Het is hier heel rustig, en de receptie is gesloten, maar het halletje voor de receptie bevat een krantenrek, met krantenkist, en daar ligt het stempel. Vanaf hier is het niet ver meer naar Schagen.

velo kunstroute in leiden

woensdag 5 juni 2013


Bij toeval kreeg ik een foldertje in handen van de velo kunstroute in Leiden. Van 18 mei tot 9 juni 2013 hebben 28 kunstenaars een afgedankte fiets omgewerkt tot een kunstwerk. De route start bij Galerie Diana Lepelaar op de Haagweg en eindigt daar ook. Dat lijkt mij een aardige activiteit op 2 juni, de verjaardag van Jan. Het weer is wat koud, maar lekker zonnig. Galerie Lepelaar, waar een overzichtstentoonstelling van deze route te zien is,  is niet open, hoewel in de folder staat dat hij dagelijks open is, behalve op maandag. En dat blijkt typerend voor de kwaliteit van deze route. Eerst even klagen: bij elke fiets hangt een kaartje met een QR-code. In de volle zon is dat lastig te scannen. Als het lukt, verschijnt er een foto met enkele regels tekst. De foto voegt niets toe, de tekst zou beter op het kaartje geprint kunnen worden. Sommige fietsen zijn weg (Doezastraat en Breestraat 117), andere staan verstopt (Zijlsingel), of zijn verplaatst (de fiets van Martine de Clercq staat niet meer bij Vooraf en Toe, maar bij de Kijkshop), en twee hebben een verkeerd nummer op de plattegrond. Sommige kunstfietsen zijn zo te zien snel in  elkaar geknutseld. En als ze dan een buiten staan, in regen en wind, krijgen ze iets triestigs. Een afgedankte fiets met wat sliertjes, (de fiets bij de Zijlpoort). Een aantal  kunstenaars zoeken de inspiratie in het water, ofwel doordat de fiets in het water staat, ofwel omdat er een associatie is met water, of gewoon omdat de verroeste fiets op zichzelf al een ready-made kunstwerk is. Andere hebben het meer in de aankleding gezocht, vilt, schapenvacht, omhuld met plastic, papier, delfs blauw. Een enkeling speelt met de onderdelen van een fiets. Aardig vind ik de “lelijke eend wordt zwarte zwaan” fiets voor de Leidse Schouwburg. Een donkere fiets beplakt met zwarte  veren, een fiets die niet wil opvallen, maar glinstert als er zon op schijnt. Of de fiets bij Nieuwe Rijn 60, een zadel op de plaats van het stuur, en een wit verenpak als wapperende rok. Bedrieglijk de fiets op het stadhuisplein, een fiets door een plaat heen. Aan een kant is de rest van de fiets op het hout geschilderd. Dat is twee keer kijken. En grappig de fiets op de Beestenmarkt bij het pannenkoekhuis. Een oerhollandse fiets, beplakt en opgesierd met delfs blauw.
Zou ik iemand aanraden de route te fietsen? Nou nee, maar zomaar een kunstfiets tegenkomen, als je toch in het centrum van Leiden moet zijn, dat is wel aardig.

noordwijk atlantik wall museum

maandag 6 mei 2013


Op vier mei, heel toepasselijk, meegefietst met een excursie van de Vereniging Oud Leiden naar Noordwijk, naar het Atlantik Wall Museum. Er wordt verzameld bij het Groene Kerkje in Oegstgeest. Daar aangekomen blijkt er om half tien een begrafenis te zijn. Er wordt door de begrafenisondernemer gewezen op het mooie kerkhof en de toiletvoorziening in het Veldhuis. Ik loop een rondje over het kerkhof en sta even stil bij het graf van mijn vriend Erik Kloeg, die al in 1997 op 52- jarige leeftijd is overleden. Een sierlijk smal grafsteentje met opengeslagen glazen boek met gedicht staat op zijn graf. 16 jaar geleden alweer. Mijmerend loop ik terug naar de inmiddels gegroeide groep fietsers. Ik word ingedeeld bij de eerste groep en we gaan met zijn veertienen op weg. Zonnig, wel een beetje wind, niet al te warm, prima fietsweer. Om kwart over tien zitten we in Noordwijk bij de Koele Costa, een strandtent. Na een uitgebreide koffiepauze kunnen we het museum in. Een vrijwilliger vertelt dat de Duitsers in de oorlog hier een batterij bunkers bouwden om 180 man soldaten te huisvesten. Vier geschutsbunker en twee munitiebunkers, alles verbonden door een onderaards gangenstelsel. Omdat het strand gespert was, was er ook een grote betonnen bak die als zwembad dienst deed. Na de oorlog is alles  leeggehaald en onder het zand gezet. Het zwembad is nog jaren in gebruik geweest voor zwemlessen. Eén munitiebunker is ingericht als museum. Er staat o.a. een deel van een neergestorte Messerschmidt, er is informatie over de hele Atlantik wall die zich uitstrekte van Noorwegen tot Spanje, en een ruimte met reprodukties van propagandaposters. Hier staat ook de parallaxkijker opgesteld, waarmee de Duitsers de Noordzee afspeurden. Na dit bezoek gaan we in groepjes naar een andere ingang, verderop in de duinen, waar het gangenstelsel gezocht wordt. Indrukwekkend lange gangen, deels hersteld door de vele vrijwilligers, en deels ingericht. Zo is er een slaapruimte te zien en de telefooncentrale. Maar deels is het nog in de oude staat en draagt het sporen van vandalisme, fikkie stoken en graffiti. De moeite waard om nog eens terug te keren. Na de lunch is een kleine groep overgebleven die de fietsroute door de bollenvelden nog wil meemaken.

Tripcomputer: 41,80 km (inclusief Voorschoten – Oegstgeest en weer terug), reistijd: 3,10uur, gem. snelheid: 13, 2 km. p.u.

rondje oss

zondag 3 maart 2013

Het laatste Kunstschrift gaat over Piet Meiners, een vergeten kunstenaar uit de Amsterdamse School. Het museum Jan Cunen in Oss heeft een tentoonstelling ingericht over hem. Leuk, ik ben nog nooit in Oss geweest. Van internet download ik een wandeling “Rondje Oss” geheten. En ik ga op pad. Volgens “rondje Oss” is Oss op het eerste gezicht een vrij jonge moderne woonplaats, maar gaat de geschiedenis ver terug. Oss heeft stadsrechten gekregen eind 14e eeuw. Had in de 15e eeuw een omwalling met grachten, twee stadspoorten en een kasteel. En op het kruispunt van handelswegen – de Heuvel in het centrum van de stad –  een wekelijkse markt. Hoewel geplaagd door oorlogen en een grote stadsbrand in de volgende eeuwen herstelt Oss halverwege de 18e eeuw. Een nieuw stadhuis op de Heuvel (dat er inmiddels ook niet meer staat), nieuwe molens. Oss wordt centrum van de boterhandel. De industriele revolutie van de 19e eeuw zorgt voor veel slopen en bouwen in de stad. Weg met de omwalling, de poorten en de grachten. Grote fabriekscomplexen (Jurgens, margarine) ontstaan. Inmiddels zijn die ook grotendeels gesloopt. Soms is daar aardige nieuwbouw voor in de plaats gekomen, maar heel vaak niet.
De wandeling voert dus langs vele gebouwen die er niet meer zijn. In het plaveisel is middels grote punaises zichtbaar gemaakt waar de omwalling heeft gelopen. En de omtrek van het oude kasteel is met witte beschildering op het parkeerterrein zichtbaar gemaakt. In de verzakte grafsteen bij de monumentale grafzerken van de familie Jurgens zag ik een metafoor voor het historisch erfgoed in Oss. De nauwe doorgang “t Gengske”, een oud kerkenpad naar een schuilkerk, is desolaat,  alle panden staan leeg. De glasplaat bij het voormalige kasteel, waardoorheen je oude stenen van een toren zou kunnen zien, is geheel groen uitgeslagen. Maar het museum Jan Cunen, aan het eind van de wandeling, maakt veel goed. Een schitterend pand uit eind 19e eeuw, gebouwd voor een telg van de Jurgensfamilie. Gek genoeg, of misschien wel kenmerkend, is dat op de site van het museum met geen woord gerept wordt over het historische karakter van het gebouw.  Binnen heb ik genoten van de verstilde schilderijen van Piet Meiners. Maar van ook de confronterende foto’s van hutjes van illegalen bij Calais van Henk Wiltschut, en de nieuwe muurschilderingen “Pizzeria Vasari” vol verwijzingen naar schilders van Gijs Frieling in de Trouwzaal van het museum.