Berichttags ‘vestingwerk’

wandeling volendam purmerend

donderdag 5 januari 2017


Mijn vriendin en ik trotseren de  code geel van het KNMI. Nemen de bus naar Volendam om een etappe te lopen van het streekpad De stelling van Amsterdam. We beginnen met een zonnetje, maar direct in Volendam trekken donkere wolken zich al samen. De bui is van korte duur, ongeveer 10 minuten en we schuilen in een toeristische kaaswinkel vol Japanners. Weer op pad langs het IJsselmeer zien we een fantastische hemel, afwisselend licht en donker. Bijna magisch. Aan het eind van deze Zuidpolderzeedijk ligt het fort Edam. Op woensdag is dat open. We hoeven maar 2 euro te betalen, omdat er volop gewerkt wordt. Bijzonder aan dit fort is dat de keuken nog vrijwel in takt is. Een vrijwilliger legt ons uit dat de grote ketels een soort snelkookpannen zijn. We lopen het hele fort door. In de officierskantine zit de groep vrijwilligers te eten, ons wordt ook een kopje soep aangeboden, dat we dankbaar aanvaarden. Het is koud in het fort en hier is het warm. Door maar weer, door Edam, een oud vestingstadje (dat moet ik nog eens apart bezoeken), naar de Damsluis, het historisch centrum van het stadje. En vandaar naar de Purmerringvaart, die om de in de 17e eeuw drooggemalen Purmer ligt. Het gaat nu heel hard waaien, en we hebben de wind pal tegen. Gelukkig breekt de hagelbui pas los als we de bocht naar het zuiden hebben gemaakt. De hagel kletst hard. Maar ook deze bui is van korte duur. Door deze ontbering vergeten we te kijken naar waar het fort bij Kwadijk gelegen heeft. Er staat alleen nog een fortwachterswoning en een schuur. Het klaart nu weer op en door de lintbebouwing van Kwadijk schieten we snel op. Het lijkt erop dat hier veel oude huizen zijn afgebroken voor nieuwe. Trots staan op de gevel jaartallen uit deze eeuw geschilderd. De flats van Purmerend zijn al in het zicht. We maken nog een klein ommetje naar het fort benoorden Purmerend, waar nu een wijnhandel in zit, alvorens het laatste stukje af te leggen, nu een fietspad langs de Beemsterringvaart. Het begint weer donker te worden. De bushalte is nabij, en de bus komt binnen 5 minuten. We hebben code geel getrotseerd.

IJsselmeer bij Volendam

ijsselmeer bij volendam

langs de purmerringvaart

langs de purmerringvaart

 

wandeling vesting zwolle

zondag 24 juli 2016

Ook Zwolle staat in mijn atlas de Wit. Reden om op 14 juli naar die stad af te reizen op een vrije dag reizen van de NS. Voor het grootste deel volg ik de wandeling beschreven in “Vestingroute, historische wandeling door de voormalige vesting Zwolle”, uitgegeven door de VVV in 2004. De belangrijke Hanzestad Zwolle had al in de 14e eeuw stadsmuren en poorten. In de 16e eeuw is Zwolle versterkt volgens de principes van het oud-nederlandse vestingstelsel met wallen en bolwerken. Wat is daar nu nog van over? Ik start op het Rode Torenplein, aan de gracht, waar het Zwarte Water binnenkomt. De brandweer is net klaar met een oefening en brengt ladders weer aan de kade. Van de Waterpoort en de Roopoort is niets meer over. Wel is goed zichtbaar het Maagjesbolwerk, waar een hedendaags architect een op een bolwerk geinspireerd bouwwerk heeft ontworpen met winkels, appartementen en een parkeerkelder. Je moet ervan houden, maar het staat hier niet gek. De Kamperpoort en de Luttekepoort zijn beide verdwenen, maar het tussenin gelegen molenbolwerk is nog een verhoging met molenstomp. Het is net een klein dorpje in de stad, smalle straatjes, kleine huisje en een poes midden op straat. Voorbij de Luttekepoort komt je in het meer groene gedeelte van de stadswallen. Even voorbij de Fundatie begint het Potgieterpark, de dichter is hier geboren, Aan het eind hiervan staat de enige poort die overgebleven is: de Sassenpoort. Een imposant bouwwerk, dat iets weergeeft van de grandeur van de stad Zwolle. In het Ter Pelkwijkpark zijn studenten bezig met allerlei lopen over een dun gespannen touwen. De beginners hebben een touw gespannen in het park, een durfal loopt over een touw over de gracht. Hij valt niet één keer. Aan het eind komt je aan bij de oude middeleeuwse stadsmuur. Maar de in de 16e eeuw aangelegde bastions in het noorden liggen er nog grotendeels, en daar loop ik eerst langs. Net als in Hoorn is hier op een bolwerk een nieuwe schouwburg gebouwd, met daarnaast een omvangrijk parkeerterrein, de verhoging van de wallen, omringd met bomen doet wat zonderling aan. Via de Kanonstraat wandel ik naar de oude stadsgracht. Aan de overkant ligt in volle glorie een groot deel van de middeleeuwse stadsmuur, met een paar torens. Vooral daar waar het “Aan de stadsmuur” heet is het druk. Studenten zitten op bankjes, praten en drinken wat en zijn soms in een heftig debat verwikkeld. Ik ben rond. en ga nog even kijken in het museum de Fundatie.

.

wandeling vesting den bosch

woensdag 13 april 2016

In Den Bosch is een tentoonstelling over Jeroen Bosch. Toen ik nog op school zat, in 1967, was er ook een tentoonstelling in Den Bosch over Jeroen Bosch. Ik ben benieuwd hoe het er nu aan toegaat. Ik heb gelukkig vroegtijdig een kaartje gekocht, want de tentoonstelling is totaal uitverkocht. Maar eerst ga ik rond de vesting lopen, want den Bosch is een belangrijke vestingstad geweest. En staat natuurlijk in mijn atlas de Wit. Dat valt niet tegen. Bijna alle stadsmuren zijn er nog en  rondelen en bastions. Aan de zuidkant is nog een vrij schootsveld over het Bossche Broek. Het weer is wat miezerig, zodat je uitkijkt over een moerassig gebied met egaal grijze wolken erboven.  De gracht langs de muren is op een kleine stuk aan de oostkant na niet gedempt. Gek genoeg is langs de Oostwal, midden op de straat de vestingmuur gehandhaafd.  Den Bosch doet veel aan zijn vestingwerken. Er is een plan, dat grotendeels uitgevoerd is, om de vesting in zijn oude glorie zichtbaar te houden en zichtbaar te maken waar hij verdwenen is. Op het Oranjebolwerk, aan die mooie zuidkant, is een Bastionder, een informatiecentrum over de vestingwerken. De historische delen van  St. Jansbolwerk, vlakbij het station, zijn in volle glorie de achterwand in een restaurant. Het Sint Antoniebolwerk is gedeeltelijk hersteld met de aarden wal, en waar dat niet mogelijk was suggestief vormgeven met een stalen staketsel, waar je overheen kan lopen. En het daarnaast gelegen bolwerk Baselaar is nu de toegang tot een parkeergarage. Ook zijn er onderdoorgangen gemaakt voor wandelaars onder twee bruggen. Alsof je over het water loopt. De stadspoorten zijn helaas allemaal afgebroken. Er is een boekje in de reeks vestingwerken in ‘s Hertogenbosch: “Vesting & poorten, Een rondgang langs verdwenen poorten”. Daar staan maar liefst 23 poorten in. Het lijkt me leuk om apart een wandeling te maken langs al die poorten en dan meteen het Bastionder te bezoeken.

Na de wandeling ben ik naar het Noordbrabants Museum gegaan. Het is er erg druk. In de rij om je kaartje te laten zien, in de rij voor de garderobe, en dan nogmaals in de rij voor de audiotour. Maar het is de moeite waard. Naast de schilderijen van Jeroen Bosch en van het atelier van Jeroen Bosch zijn er boeken, prenten, wapenschilden en religieuze voorwerpen met voorstellingen die overeenkomen met wat Bosch zoal heeft vormgegeven op zijn schilderijen en tekeningen. De bizarre fantasie van de schilder komt zo in een kader te staan. Verder zijn her en der videopresentaties te zien, die ver inzoomen op het werk van Jeroen Bosch. Zo kan je de soms heel fijn geschilderde gekkigheden goed bekijken. Heel bijzonder. Zeer moe loop ik tegen kwart voor zeven naar het station. Een in alle opzichten bijzondere dag.

 

wandeling vesting hulst

dinsdag 9 februari 2016
kaart vestingwandeling hulst

kaart vestingwandeling hulst

 

Hulst komt niet voor in mijn Atlas de Wit met historische plattegronden van vestingsteden. Het is wel een echt vestingstadje, aangelegd volgens het oud-Nederlandse vestingstelsel. Dat betekent zoveel als aarden bastions en wallen met daaromheen een brede natte gracht. Op de plattegrond zijn de bastions goed zichtbaar. Er zijn nog drie poorten over: de Gentse poort, de Bagijnepoort en de Dubbele poort. Van een middeleeuwse poort, de Keldermanspoort, die in de 80-jarige oorlog verwoest is, zijn de restanten in de vorige eeuw opgegraven. Het is vroeg in de morgen, die 4e januari. De dag nadat we door het Verdronken Land van Saeftinghe hebben geploeterd. Een mager zonnetje kleurt de groene wallen en bastions. Het is rustig, alleen hondenuitlaters lopen er. Een gave wandeling, door de rust en de stilte van deze meest vlaamse stad van Nederland, zoals de pr van dit plaatsje luidt. Als we de binnenstad inlopen, dan schalt helaas de muziek ons tegemoet en niet zo zachtjes ook. Een minpuntje. Maar de koffie op de markt smaakt er niet minder om.

 

gentse poort

hulst wallen en bolwerk

restanten keldermanspoort

molenbolwerk met molen

bagijnepoort

dubbele poort

 

 

wandeling vesting neurenberg

vrijdag 21 augustus 2015

Bij de voorbereiding van mijn reis naar Neurenberg kom ik erachter dat Neurenberg ook een vestingstad is. En mooier nog, dat er nog zeer veel bewaard is gebleven van de vesting. De Neurenbergse vesting ziet er anders uit, dan de vestingsteden in Nederland. Er zijn drie muren: een stadsmuur met torens en een weergang (een soort overkapping op de muur), een tweede muur met daartussen een weg, de zwinger genoemd, dan een diepe gracht zonder water, en dan weer een muur. Jaren geleden is er een Stadtgrabenspaziergang uitgezet, de meeste borden staan er nog. Ik heb zo veel mogelijk die wandeling nagelopen. Soms loop ik aan de binnenkant van de stadsmuur, daar ervaar je de drukte van de stad, soms loop ik op de tussenweg, de Zwinger. Dat is rustiger. Hier kom je bijvoorbeeld een pand waar krankzinnigen werden ondergebracht tegen. En soms loop ik in de stadsgracht. Die ligt dieper en is veel breder. De stadsgracht ligt niet overal meer. De ringweg die om de binnenstad heenloopt, bedekt deels de stadsgracht. Je komt hier tennisveldjes tegen, een skatebaan, een park met beelden. Aan de kant van de Burgberg – de verhoging in Neurenberg met de keizerlijke burcht – liggen indrukwekkende bastions, puntig en veel zwaarder en dikker dan bijvoorbeeld die in Naarden. Bij de Tiergärtnertorplatz beklim ik de weergang. Van daaruit heb je een mooi uitzicht op het historische plein. Ingenieus is de verdediging bij de rivier de Pegnitz die Neurenberg doorsnijdt. Muren met torens over de rivier heen.  In de buurt van de Opera loopt in de stadsgracht de U-bahn. Hier zijn in de muur gaten gemaakt, zodat je het U-bahnstation ziet liggen. Aan de oostzijde van Neurenberg is een deel van de stadsmuur verdwenen. Een deel is weer opgebouwd bij Maxtormaurer. Het moet nog een beetje verweren, dan zie je niet meer dat het nieuw is opgebouwd.

literatuur: Daniel Gürtler “Mauern, Türme, Bastionen. Die Nürnberger Stadtmauer” een uitgave in Historische Spaziergänge nr. 9, Nürnberg, 2012.

wandeling vesting vlissingen

donderdag 2 oktober 2014

vlissingen in atlas de wit

Het is een zonnige en warme herfstdag. Museumjaarkaarthouders kunnen vandaag gratis met een gids mee in de kazematten. Een vestingwerk dat is aangelegd in de tijd van Napoleon. Een aardige aanleiding om in de Atlas de Wit de vesting Vlissingen te bekijken en wat daar nu nog van over is. Dat blijkt niet veel. Wel staat aan de zuidkant het Keizersbolwerk, met het standbeeld van Michiel de Ruyter, (en daaronder de kazematten), en iets verderop langs de boulevard een deel van één van de vier stadspoorten, de Gevangentoren, maar aan de noord- en oostkant is de oude vesting niet eens meer in de rooilijnen terug te vinden. De uitbreidingen met nieuwe woonwijken, nieuwe en grotere havens, het kanaal door Walcheren en de aanleg van het spoor hebben alles uitgewist. Dan maar de stadswandeling van de VVV lopen. Mijn broer, zijn zoon en zijn vriendin gaan mee. Het begint meteen goed. Je ruikt de zee, je voelt de zon op je huid, de typische luchten en sfeer van een plaats aan de zee. Langs het Oranjebolwerk met molen, over de sluizen bij de Koopmanshaven, langs de boulevard, met zeer veel mensen loom liggend in het zand, naar de Gevangentoren, voor een kopje koffie. Daarna door straten met nietszeggende architectuur, door het moderne winkelgebied, naar een verloren liggend pareltje, een hofje. Het ligt hoog op een kunstmatige heuvel, zonder enig verband met de rest van de omgeving. Maar binnen is het rustiek, kleine huisjes met een mooie tuin. Uiteindelijk komen we bij het Muzeeum, gevestigd in een paar panden aan de Nieuwendijk, waaronder het Lampsinshuis, een stadspaleis uit 1641. Het geslacht Lampsins heeft zeer veel verdiend met de  handel en laat dat middels dit huis ook goed zien. In dit paleisje hangt een groot schilderij uit 1669 “Gezicht op Vlissingen” van Petrus Segaers. Hierop is het Keizersbolwerk, nog bebouwd met huizen, en de Westpoort goed te zien.  De gids wacht ons op en brengt ons naar de Kazematten. Een deel van de kazematten is toegankelijk en ingericht met de geschiedenis van Vlissingen. Hier kan ik mijn hart ophalen aan oude kaarten van Vlissingen. De ontwikkeling van klein vissersplaatsje naar grote haven, en de ontwikkeling van de verdediging is goed te volgen. We sluiten de dag af met een etentje – nee niet bij brasserie Evertsen op het rondeel, daar worden we niet geholpen, maar bij restaurant de Vissershaven. De zon gaat al onder als we teruglopen naar de parkeerplaats bij het station.

 

Geraadpleegd:  Hans Sakkers, Vesting Vlissingen, een veranderende vormgeving door de eeuwen heen”, Middelburg, 2004.

wandeling langs de vesting den helder

woensdag 3 juli 2013


woensdag 19 juni 2013

Den Helder

zonnig, met een bui ‘ s ochtends en een buitje ‘s middags. Hoewel tropische temperaturen voorspeld waren, ong. 20 – 26 graden celsius, geen wind.

De B&B (Boerenverdriet), die boven een kroeg zit, heeft een bijzonder ontbijt. Dat wordt ‘s avonds laat in een koelbox voor de deur gezet. Het is voldoende voor ontbijt en lunch. Een beetje brak, de verkoudheid is niet echt over, sta ik om half tien buiten. Het is  zweterig weer. Ik loop via het winkelcentrum, een onpersoonlijke mix van wederopbouwarchitektuur en moderne bestrating (Beatrixstraat), langs het station naar de Middenweg, een brede uitvalsweg, tot ik de Linie bereik. De Linie is de dijk die opgeworpen is tussen de verschillende forten van de Stelling den Helder. En vandaag ga ik een wandeling langs die stelling maken. De gemeente den Helder is in 2008 begonnen om de restanten van de Stelling den Helder te restaureren. Langs een deel is een wandeling uitgezet.  Deze loopt over grotendeels over graspaden. En dat zijn graslanden, waar een brede strook geschikt gemaakt is om te wandelen. Maar ik begin op een smal donker paadje door de bossages van de Linie. Vlak voor het ziekenhuis, dat in een ravelijn van een fort  gebouwd is, grenst aan de Linie een park, het Timorpark. Hier moet een oude ziekenhuisbunker staan. Ik loop het park in. Een groep plantsoenarbeiders zit op een bank te ontbijten. Het is een mooi park met grote bomen, en waterpartijen. Aan het eind is de ziekenhuisbunker. Een massief stuk beton in het groen. Verder maar weer langs de Linie naar de ravelijnen van fort Erfprins. De route loopt door hoog grasland over een bruggetje om het fort heen. Een visser heeft zich geïnstalleerd met tent, verschillende hengels en eetgerei. Dit fort kan niet bezocht worden. Ik ga richting zeewering. Midden in het open veld begint het ineens hard te regenen. Op een holletje loop ik naar de bomen langs de weg, om een regenjack aan te doen. Maar net zo snel als de regen begon eindigt hij ook weer. Langs de weg omhoog naar de dijk. Op het uitkijkpunt, waar ik gisteren op de fiets langskwam, staan al verschillende auto’ s met mensen te turen over de zee. Er is weinig te zien. De nevel verhindert dat. Als ik doorloop naar Huisduinen, waar het tweede fort Kijkduin ligt, trekt de nevel op, en doemen de rode vuurtoren, met daarachter de opeengestapelde huisjes van Huisduinen in vage contouren op. Flauwtjes komt de zon door de wolken. Fort Kijkduin is voor een deel gerestaureerd en ingericht als museum voor de geschiedenis van de stelling van den Helder, met een zeeaquarium. Het lijkt verlaten. De entree ligt binnen de omheining, en de kassa is beneden. In het museum lopen toch een aantal mensen, voornamelijk Duitsers. Het is behoorlijk koel in de ruimten van het voormalige fort. De geschiedenis is zichtbaar gemaakt door prenten, voorwerpen, en ook een aantal diorama’s. De stelling dateert al uit de tijd van Napoleon, die hier zelfs in eigen persoon twee dagen is geweest. In later eeuwen is de stelling steeds aangepast en gemoderniseerd, tot en met WOII toe, toen het een onderdeel is geworden van de Atlantic wall. De route door het museum loopt ook buiten de gebouwen van het fort. Ik weet alleen niet altijd wat ik zie, omdat er  lang niet bij alle overblijfselen informatie staat. Indrukwekkend is het wel. De wandeling gaat verder door het schootsveld van het fort Erfprins en komt weer terug bij de Linie. Nu gaat de route aan de zuidkant van de gracht verder. Hier ligt een fietspad en er wordt druk gefietst, gevist en honden uitgelaten. Ik loop helemaal door tot het derde fort, Dirksz Admiraal. Ook dit fort is niet toegankelijk. Met een grote boog loop ik langs de zuid- en oostkant. Soms door dichte bossages, soms door open grasland. Er loopt hier niemand, en opeens hoor ik een soort gesnuif, wat lijkt op het gesnuif van een rund. Zouden hier ook runderen loslopen? Helemaal gerust ben ik er niet op. Maar ik zie niets. En ben blij als ik het open grasland bereik. Hier moet ik een afvalheuvel op, alwaar mij een mooi uitzicht geloofd wordt. De bordjes ontbreken en er is alleen maar een smal schapenpaadje te zien, dat stijl omhoog loopt. Dat blijkt – boven aangekomen – toch goed te zijn. En inderdaad heb je vanaf hier een mooi uitzicht op het fort, en verder weg ook op den Helder. Weer naar beneden, en voorbij de vestinggracht weer omhoog. Hier liggen nog de overblijfselen van de Duitse geschutskoepels, gebouwd bovenop de oude kazerne. In de koepels ligt een hoop rotsooi, blikjes, afval en ook stukken schuimrubber en matras. De wandeling doet niet de forten west- en oostoever aan. Dat snap ik wel, want er is niet een mooie route naartoe. Ik besluit er toch naar toe te lopen. Ook deze forten zijn niet toegankelijk. Ze liggen aan weerszijden van het Noordhollands kanaal, in een heel waterrijk gebied. Fort westoever wordt op termijn wel bij de toeristische stelling betrokken. Een vlag wappert er al. Het begint te miezeren. Dus ik ga maar eens op huis aan.

tripcomputer: afstand: 19,62 km., reistijd: 4,08 uur, gem. snelheid: 4,8 km p/u, rusttijd: 1,15 uur, totale gem. snelheid: 3,75 km p/u.,  pauze Museum Fort Kijkduin: 2,5 uur

wroclaw promenada staromiesjka

woensdag 20 maart 2013


Hoewel ik niets heb met militarisme, ben ik altijd gefascineerd door oude vestingen en wat daar nu nog van over is. Een en ander is onlangs verder aangewakkerd doordat ik een prachtige facsimile atlas uit 1698 cadeau heb gekregen met vele plattegronden van vestingen in Nederland en België. (atlas de Wit).
Wroclaw is een echte vesting geweest, met stadsmuren, bastions en grachten. Dat laten twee kopergravures van Matthäus Merian zien uit 1650.  In de loop van de eeuwen is er veel gesloopt. Maar er is een nagenoeg aaneengesloten groene gordel langs de grachten, waarover het aangenaam wandelen is. De Polen noemen het de Promenada Staromiesjka, wat zoveel betekent als wandeling langs de oude stad. Aan het eind van de dinsdagmiddag heb ik nog ruim een uur de tijd, voordat we gaan eten.  Het is bijzonder zo rond de binnenstad te lopen. Je komt verhogingen van de voormalige bastions tegen, bij het Nationaal Museum de Poolse hoogte (het voormalige stenen bastion), en aan de zuidkant ligt er ook nog één,  de Partizanenhoogte (voormalig zakken bastion). Even voorbij een onderdoorgang van een drukke straat, staat een kleine maquette van hoe de omwalling er vroeger uitgezien moet hebben. De grachten liggen diep, dieper dan bij ons. Nu zijn de bomen nog kaal. In de zomer met al dat groene gebladerte moet het hier heerlijk vertoeven zijn. Voordat je aan de Oder komt, is er een klein stuk niet toegankelijk. Hier ligt het Arsenaal. Dan maar over de drukke Nowy Swiat en daarna via de Universiteitsbrug naar de overkant. Een voetgangersbrug brengt me naar het eiland Slodowa in de Oder. Ook al is het behoorlijk fris, er zitten vele jongeren, vaak met een flesje bier in de hand hier gezellig te praten. Een tweede bruggetje voert naar het eiland Mlinska (Molen), waarop Tumski hotel staat. Ik ben op tijd terug voor het avondeten.

‘s avonds schiet ik een paar nachtfoto’s: de Dom en het Ossolineum (een belangrijke bibliotheek, gevestigd in een voormalig klooster)

 

Fort Vechten en Castellum Fectio

maandag 26 juli 2010

Vlak onder Bunnik ligt fort Vechten. Een fort uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het wordt nu ingrijpend gerestaureerd. Ten westen van dit grote fort heeft een Romeins castellum gelegen: Castellum Fectio. Ter herinnering daaraan is een Romeinse wachttoren gerestaureerd. In het verlengde van de toren is een verhoging zichtbaar in het landschap. Met daarop een boomgaard. Daaronder lag het Castellum Fectio. Dat is niet één castellum geweest, maar volgens de opgravingen is er sprake van drie. Een houten, in de 1ste eeuw na Chr. aanvankelijk als uitvalsbasis voor de veroveringstochten van de Romeinen naar het noorden en later als verdediging aan de grens. Dit fort is in brand gestoken na de Bataafse Opstand (69/70 na Chr.) en weer opgebouwd. In de tweede eeuw is het fort opnieuw opgetrokken, nu in steen. En dat is in de derde eeuw ten onder gegaan. Ik sta even peinzend aan het hek voor de verhoogde boomgaard en fantaseer hoe het er hier uitgezien moet hebben. Nu is alles stil. Geen teken van leven.

archeon romeinse tijd

woensdag 30 december 2009
archeon romeinse tijd

archeon romeinse tijd

 
Langzamerhand starten we met de voorbereidingen voor onze grote fietstocht volgende zomer. We maken de eurovelo 6 af. Starten in Boedapest, fietsen tot de Zwarte Zee. Dan gaan we via de voormalige grens van het Romeinse Rijk – de limes – terug naar Katwijk.

winteropenstelling archeon

winteropenstelling archeon

Maandag zijn we naar het Archeon geweest. Voor het eerst ook in de winter open. En dat was een succes. We waren niet de enigen.
In het Romeinse deel hebben ze  een Gallo Romeins grensdorp gebouwd: Trajectum ad Rhenum (doorwaadbare plaats aan de Rijn). Heel toepasselijk dus voor onze tocht langs de grens. Het is aardig hoe geprobeerd is door replica’s een indruk te wekken hoe het er 150 na Chr. uit heeft gezien. Er is een gewoon huis, een tempel, een kruidentuin, een vrachtschip, zoals dat bij Zwammerdam is gevonden, een badhuis en een herberg. Op het filmpje een Romeins soldaat, die een rondleiding geeft. Hij laat o.a. zien hoe een tijdelijk kamp beveiligd werd met een aarden wal met houten driepoten. Een permanent castellum kreeg een echte houten muur met uitkijktorens.